Kan iemand van 60 die al 45 jaar rookt stoppen met roken?
Een optimistisch antwoord luidt: misschien. Standaard ondersteuningsprogramma’s waarin twaalf weken lang wekelijks adviserende en motiverende gesprekken gevoerd worden, blijken een jaar later evenwel nauwelijks geholpen te hebben. Dat is ook niet verwonderlijk, want er gebeurt van alles in de hersenen van iemand die acuut stopt. De amandelkern gaat harder vuren, wat leidt tot angst. Depressie ligt op de loer, want het dopaminesysteem, belangrijk voor het beleven van plezier, reageert alleen nog op nicotine. Lukt het toch om een tijdje niet te roken, dan zorgen de overgevoelige nicotinereceptoren in je hoofd voor onweerstaanbare hunkering naar de sigaret.
Maar er is hoop.
Additionele ondersteuning met een medicijn dat de nicotinereceptoren beïnvloedt, leidt tot een toename in het percentage succesvolle stoppers. Ook het aanbieden van de ondersteuning in een sociale context, vooral als die gecombineerd wordt met een tijdelijke financiële beloning, leidt tot een hoger percentage. En wie weet kan een combinatie van geld en medicijn het percentage succesvolle stoppers boven de 50% uittillen.
Mocht dat voor individuele gevallen alsnog niet werken, dan zijn er nog andere perspectieven. Zo is ooit gebleken dat veel rokers na een beschadiging van hun insula geen behoefte meer hebben aan sigaretten, en tegenwoordig is het mogelijk de activiteit van insula-hersencellen ook zonder beschadigingen te beïnvloeden.
Leon Kenemans, hoogleraar Biopsychologie en Humane Psychofarmacologie