De faculteit Sociale Wetenschappen verwelkomt regelmatig nieuwe hoogleraren. Wie zijn ze en wat komen ze doen?

Jessica Asscher is sinds april twee dagen per week hoogleraar Forensische Orthopedagogiek. Daarnaast werkt zij als universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam.

Het accent van Asschers onderzoek ligt bij gezinnen waar justitie ingrijpt, of waar dit dreigt. Dit komt in alle lagen van de bevolking voor, vertelt ze: "Van welgestelde gezinnen waar voor kinderen zeer schadelijke vechtscheidingen plaatsvinden tot wanhopige vluchtelingenouders die hun eigen kind iets aandoen.” Justitieel ingrijpen (zoals ondertoezichtstelling) kan al beginnen bij -9 maanden, bijvoorbeeld als eerder kinderen in het gezin waar een baby geboren wordt onder verdachte omstandigheden zijn overleden. En het onderzoeksterrein strekt zich uit tot jongeren van 18 (soms 23) jaar die bijvoorbeeld delinquent zijn. Asscher onderzoekt hoe (forensische) jeugdzorg aan dit soort gezinnen effectiever gemaakt kan worden. “Mensen zijn alleen geholpen met interventies die aantoonbaar effectief zijn.”

Hoe bevalt het bij de Universiteit Utrecht?

Prima; ik werkte hier in 2007 als postdoc en veel mensen uit die tijd werken er nog. Ook ken ik Maja Dekovic goed; ik ben in Amsterdam bij haar gepromoveerd. Ik kom dus in een warm bad. Mij valt op hoe prettig transparant hier gewerkt wordt. Iedereen heeft een duidelijk verhaal en als ik iets wil weten krijg ik in no time antwoord.

Kun je een mooi voorbeeld noemen van onderzoek van jou met maatschappelijke impact?

Mijn promotieonderzoek ging over de effectiviteit van het opvoedingsondersteuningsprogramma Home-start, waarbij vrijwilligers een dagdeel per week moeders met opvoedingsvragen bezoeken. Daaruit bleek dat de moeders zich beter voelden en beter gingen opvoeden, maar dat het gedrag van hun kinderen niet verbeterde. Over dat onderzoek heb ik toen op veel plaatsen verteld. Recent onderzocht een promovenda van mij de effectiviteit van Familienetwerkberaden (waaronder Eigenkrachtconferenties). Dit zijn bijeenkomsten die ouders met hun eigen netwerk kunnen organiseren als er een ondertoezichtstelling dreigt. Daarin maken ze samen (in plaats van met een hulpverlener) een plan om de problemen in het gezin aan te pakken. In de praktijk bleek dat deze conferenties vaak niet georganiseerd worden, vaak omdat ouders deze aanpak niet zien zitten of omdat het door conflicten in de familie niet lukt om zo’n gezamenlijke bijeenkomst te organiseren. Daar hebben we de staatssecretaris over geïnformeerd via de opdrachtgever van het onderzoek, het WODC, en daarmee beïnvloeden we het beleid. Mijn maatschappelijke bijdrage bestaat eruit dat ik uitdraag dat mensen alleen geholpen zijn met interventies die aantoonbaar effectief zijn.

Wie bewonder je?

Ik bewonder een heleboel mensen, maar als ik één persoon moet kiezen, dan kies ik mijn broer Lodewijk, vanwege de veerkracht die hij toonde na zijn historische verkiezingsnederlaag. Dat hij toen gewoon het podium opklom en in een indrukwekkende toespraak zei dat hij door zou gaan met strijden voor zijn idealen. Dat vind ik knap.

Wat zou je doen als je geen wetenschapper zou zijn?

Vroeger wilde ik verloskundige worden, maar toen ik als 15-jarige tijdens een snuffelstage een bevalling mocht meemaken was ik gelijk genezen. Aan het begin van mijn wetenschappelijke loopbaan overwoog ik regelmatig om te stoppen. Het is zo moeilijk om gezinnen te vinden die willen meewerken aan effectiviteitsonderzoek. Dan ging ik weer op pad met mijn videocamera en rugzak vol lego … ik was het lachertje van de afdeling. En nog steeds is het moeilijk om de doelgroep te bereiken en te motiveren mee te blijven doen. Soms denk ik: ik begin gewoon een webwinkel en ga speelgoed of tweedehands spullen verkopen.