Zienswijze alternatieve geneeswijzen

De diergeneeskunde die aan de faculteit Diergeneeskunde wordt gedoceerd rust op twee pijlers: de moderne natuurwetenschappen en de principes van evidence based medicine. Met het eerste worden met name bedoeld de natuurkunde, de scheikunde en de biologie, met inbegrip van de wiskundige grondslagen. Het tweede heeft betrekking op het accepteren van bewijs van effectiviteit op basis van een hiërarchische ordening van methoden van wetenschappelijk onderzoek.

Evidence based (veterinary) medicine

Diagnostische testen en behandelingen worden voortdurend geëvalueerd en indien nodig verbeterd op basis van nieuw onderzoek bij grote groepen patiënten. De manier waarop dit onderzoek wordt uitgevoerd is van groot belang voor de geldigheid van de conclusies die eruit worden getrokken. De effectiviteit van nieuwe geneesmiddelen en procedures kan alleen worden aangetoond met streng geprotocolleerd onderzoek: de zg. gerandomiseerde en gecontroleerde experimenten (‘randomized controlled trials’ of ‘RCTs’). Statistische methodes zijn een essentieel onderdeel van deze aanpak en doorslaggevend bij het accepteren van ‘bewijs’. In de diergeneeskunde is het aantal geneesmiddelen en diagnostische procedures dat onderwerp is geweest van RCT’s veel kleiner dan in de geneeskunde van de mens. Een belangrijk deel van de diergeneeskunde berust op inschattingen van experts (‘experts opinions’), die zij op basis van klinische ervaring of via een proces van logisch redeneren hebben afgeleid uit de kennis die we hebben van biologische processen die ziektes veroorzaken. Zowel de kennis van deze processen als de effectiviteit van de methoden waarmee ziektes bij dieren worden onderzocht en behandeld zijn onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. De moderne diergeneeskunde wordt hierdoor steeds meer ‘evidence based’.

Zienswijze

Alternatieve behandelwijzen als acupunctuur en homeopathie zijn gebaseerd op uitgangspunten die niet stroken met of zelfs in tegenspraak zijn met de moderne natuurwetenschappen. Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van alternatieve behandelwijzen heeft op grote schaal plaatsgevonden maar geen overtuigend bewijs opgeleverd voor de effectiviteit van deze methoden. De plaats die deze behandelwijzen innemen in het medisch spectrum is dan ook vooral gebaseerd op geloof in de werkzaamheid. Veel cliënten zijn zich niet bewust van dit onderscheid en vertrouwen op het oordeel van hun (dieren)arts. Die dankt dit vertrouwen aan de wetenschappelijke basis van zijn of haar opleiding. Dierenartsen die bij de uitoefening van hun beroep naast moderne methoden ook alternatieve behandelingen aanbieden combineren twee onverenigbare paradigma’s. Zij bekleden hiermee alternatieve behandelwijzen met de autoriteit van de wetenschap en wekken foute verwachtingen bij hun cliënten. De faculteit beschouwt dit als onprofessioneel gedrag. Zij is van mening dat wetenschappelijk geschoolde dierenartsen zich niet moeten inlaten met het toepassen van alternatieve behandelwijzen. Zij dienen dit over te laten aan niet-wetenschappelijk geschoolde alternatieve behandelaars. De faculteit draagt deze zienswijze uit in haar onderwijs. Voor een meer uitgebreide toelichting wordt verwezen naar het college ‘waarom wij geen onderwijs geven in alternatieve behandelwijzen’.