Dierproevenbeleid
De faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht doet dierproeven. In 2024 waren dit er 3.022, en dit aantal daalt gestaag. De dierproeven worden uiterst zorgvuldig en volgens de wettelijke richtlijnen uitgevoerd, met als uitgangspunt vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven. Ook werkt de Universiteit Utrecht mee aan de transitie naar proefdiervrije innovatie via Ombion Centrum voor Proefdiervrije Biomedische translatie (in Engels).
Door de ontwikkeling van alternatieve modellen wordt er de komende tien tot vijftien jaar een verdere afname van het aantal dierproeven en proefdieren verwacht. Omdat niet voor alle modellen een alternatief beschikbaar is verwachten we tegelijkertijd dat dierproeven nog jaren nodig blijven voor onderzoek en onderwijs. Het Gemeenschappelijk Dierenlaboratorium (GDL) ondersteunt het onderzoek en onderwijs waarbij proefdieren noodzakelijk zijn.
In de diergeneeskunde worden natuurlijk vooral ook methoden en behandelingen ontwikkeld om ziekte bij dieren tijdig te herkennen, voorkomen of genezen. Die ontwikkeling kan niet zonder dieren van de diersoort zelf en dat zijn volgens de wet ook proefdieren in dierproeven. Ook zal het opleiden van dierenartsen niet kunnen zonder dat studenten ook dieren behandelen, en dat kwalificeert al snel als dierproef. Maar we zijn het wel aan onze stand verplicht om gebruik van proefdieren tot het absolute minimum te beperken. En daarvan zijn gelukkig steeds meer mensen doordrongen.
Waarom dierproeven?
Het gebruik van proefdieren lijkt op het eerste opzicht op gespannen voet te staan met een deel van de missie van de faculteit Diergeneeskunde, namelijk het bevorderen van diergezondheid en dierwelzijn. Dierproeven dragen echter bij aan onze kennis over het ontstaan van ziekten en de bouw en functie van dier en mens. Ook dragen ze bij aan de preventie, diagnose en behandeling van ziekten, en het welzijn van dieren en mensen. Een beperkt deel van de dierproeven is noodzakelijk voor de opleiding van (dieren)artsen en biomedisch onderzoekers. De faculteit Diergeneeskunde probeert zo goed als mogelijk op te komen voor de belangen van zowel dier als mens. In dit geval dus voor zowel de dieren die we gebruiken om proeven mee te doen als het belang van kennis vergaren over de gezondheid van mensen en dieren.
Wettelijke voorwaarden
De dierproeven van de faculteit Diergeneeskunde zijn, zoals alle dierproeven in Nederland, aan strikte wettelijke voorwaarden gebonden: elk onderzoeks- of onderwijsproject dat gebruik maakt van proefdieren wordt door een onafhankelijke Dierexperimentencommissie (DEC) ethisch getoetst en door de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) ethisch beoordeeld. Alleen als deze CCD een vergunning verleent, kan het project doorgang vinden. Het welzijn van de proefdieren wordt daarbij zorgvuldig bewaakt. Bovendien worden alle personen die betrokken zijn bij dierproeven hiervoor specifiek opgeleid.
Instantie voor Dierenwelzijn Utrecht
Met de herziening van de Wet op de dierproeven eind 2014 hebben de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht samen de Instantie voor Dierenwelzijn Utrecht (IvD) opgericht. Deze instantie begeleidt onderzoekers bij het inrichten van hun onderzoeksprojecten en ziet toe op het welzijn van de proefdieren. Centraal staat het optimaal toepassen van alternatieven en goed en verantwoord onderzoek, passend binnen de wettelijke kaders en met extra aandacht voor vervanging, vermindering en verfijning (de 3 V’s).
Vervanging, vermindering en verfijning
Het 3Rs Centre Utrecht, onderdeel van de IvD Utrecht, werkt aan de vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven. Zij stimuleren de ontwikkeling, acceptatie en implementatie van 3V-methoden. Dit doen zij o.a. door onderzoekers te adviseren en te faciliteren. De ontwikkeling en inzet van de 3V-methoden hebben over de afgelopen 25 jaar daadwerkelijk bijgedragen aan een veranderd proefdiergebruik voor biomedisch onderzoek:
Het proefdiergebruik is gereduceerd, mede doordat het gebruik van alternatieve methoden is toegenomen.
De belasting van proefdieren is verminderd.
Het welzijn van proefdieren is verhoogd.
Sinds enkele jaren is er toenemende aandacht voor de transitie naar proefdiervrije innovatie. Binnen Utrecht Life Sciences is daarvoor de interdisciplinaire groep Transition to Animal-free Innovations (TPI) Utrecht (in Engels) opgericht. De faculteit Diergeneeskunde heeft al veel gedaan (en nog steeds) om het aantal proefdieren in het bacheloronderwijs terug te dringen. Lees of beluister onderstaande verhalen over proefdiervrije innovaties in het onderwijs:
Voortrekkersrol
De faculteit Diergeneeskunde heeft een voortrekkersrol op het terrein van het proefdierbeleid in Nederland. De instelling van de eerste leerstoel Proefdierkunde in Nederland is hierbij van doorslaggevend belang geweest. Deze leerstoel is in 1983 opgericht. De faculteit heeft dus zo'n 42 jaar ervaring op dit terrein. In 2000 is de eerste – toen nog wereldwijd unieke – leerstoel Alternatieven voor Dierproeven ondergebracht bij de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. En in 2004 is de afdeling Dier in Wetenschap en Maatschappij ingericht. Dit kenniscentrum heeft de missie om het welzijn van dieren door middel van onderzoek, onderwijs en communicatie te verbeteren. In 2005 werd een gelijknamige leerstoel Alternatieven voor Dierproeven via de Doerenkamp-Zbinden Foundation bij de Universiteit van Konstanz in Zürich gevestigd. Dankzij financiële steun van deze stichting kon in 2008 bij de faculteit Diergeneeskunde de leerstoel Alternatieven voor Dierproeven in de Toxicologische Risicobeoordeling worden ingesteld. De afgelopen jaren zijn daar de leerstoelen Diergedrag en Welzijn van proefdieren en Evidence-Based Transitie Proefdiervrije Innovaties (2022) aan toegevoegd.
Opleidingen
De faculteit Diergeneeskunde biedt een Master track 'Animal Welfare' aan. Daarnaast leidt de faculteit - als enige Nederlandse onderwijsinstelling - proefdierdeskundigen op en heeft ze de landelijke coördinatie van de wettelijk verplichte cursus Proefdierkunde (ex. art. 9 Wet op de Dierproeven). Elke onderzoeker die met proefdieren gaat werken, heeft deze gevolgd. De faculteit geeft deze cursus zelf ook twaalf keer per jaar aan jaarlijks circa 250 onderzoekers. De faculteit Diergeneeskunde biedt ook een aantal modules aan voor het werken met specifieke diersoorten.
Korte termijn en toekomst
Diergeneeskunde blijft gericht op het stimuleren van de ontwikkeling, toepassing en acceptatie van methoden die het gebruik van (proef)dieren kunnen vervangen, verminderen en verfijnen (3V’s). Ondanks alle ontwikkelingen op het gebied van de 3V’s is biomedisch onderzoek zonder proefdieren op korte termijn geen realistisch scenario. Daarom zijn de activiteiten van de faculteit Diergeneeskunde vooral gericht op het minder belastend maken van dierproeven, waardoor het welzijn van de dieren verbetert. Door de betrouwbaarheid van dierproeven te verhogen en alternatieven in te zetten, wordt bijgedragen aan de daling van het aantal proefdieren. Deze activiteiten en resultaten worden actief gecommuniceerd en uitgedragen, zodat ze breed in het biomedisch onderzoek kunnen worden toegepast.