Voor de faculteit Geowetenschappen ontwikkelt de UU in het Noordwestcluster een nieuw kantoorgebouw. Het gebouw komt naast, en in aansluiting op, Utrecht Castel. In het nieuwe kantoorpand wordt, behalve een gemeenschappelijk restaurant en gemeenschappelijke fietsenberging voor Geowetenschappen, TNO en Deltares, ook één kantoorlaag voor toekomstige ontwikkelingen voorzien.
Met de realisering van het project, wordt naar verwachting in maart 2017 ruim 9.403 m2 fno ofwel 17.937 m2 bvo aan de vastgoedvoorraad toegevoegd.

BREEAM ambitie

In lijn met de duurzaamheidsambitie van de Universiteit Utrecht wordt voor de nieuwbouw GEO de BREEAM-kwalificatie ambitieniveau: 'Excellent' gehanteerd. BREEAM is een certificeringsmethode die duurzaamheid integraal en in brede zin definieert en benadert. Het beoogde resultaat van het ontwerpcertificaat is een score van ca. 75-80%, waar voor Excellent een score van 70% het minimum is. De duurzame ambitie wordt dus ruimschoots verwezenlijkt in het ontwerp.

De belangrijkste innovatieve en milieuvriendelijke ontwerpmaatregelen voor de nieuwbouw Geo zijn:

  • Een duurzame vorm van energieopwekking door middel van een warmte- koudeopslagsysteem in combinatie met warmtepompen (gecombineerd met het naastgelegen Utrecht Castel).
  • Gevels, dak en vloer met hoge isolatiewaarde (Rc is 5,0 m2K/W), om warmteverlies te beperken en energie-efficiëntie te verhogen.
  • Toepassen van LED verlichting en daglichtregeling, om het verbruik aan verlichting aanzienlijk te verlagen.
  • Door het aanbrengen van nestkasten voor de gierzwaluw en vleermuizen wordt de ecologische waarde van het project vergroot.
  • Het beperken van het gebruik van drinkwater door de toepassing van waterbesparend sanitair en vroegtijdige detectie van waterlekkage.
  • Het toepassen van verantwoorde materialen zoals FSC hout.
  • Energie- en watersubmeters om het verbruik te kunnen monitoren

Functieverdeling

In het ontwerp zijn de volgende functies en gebruiksoppervlakten (NEN2580) aanwezig:

  • Kantoorfunctie 10.059 m2
  • Bijeenkomstfunctie, waaronder restaurant 3.140 m2
  • Verkeersruimten 26% van het totaal
  • Overige gebruiksfunctie (opslagruimten, stallingen) 1.372 m2

Het totale bruto vloeroppervlak (conform NEN 2580) is 17.937 m2.

Het buitenterrein valt grotendeels buiten de scope van dit project. De gehele terreininrichting van de Noordwesthoek wordt gefaseerd ontworpen en uitgevoerd. Daarbij worden alle eisen die de BREEAM stelt ten aanzien van het terrein meegenomen. Dit houdt in dat er onder andere aandacht is voor voetgangers- en fietsersveiligheid, het afvoeren van regenwater, planten en dieren, vervuiling etc.

Verwacht energie en waterverbruik

De nieuwbouw GEO haalt naar verwachting de volgende ver- en gebruiksscores:

  • Verwacht energiegebruik: 29,9 kWh/m² BVO
    • verwarming: 8,2kWh/m2 warmte
    • warm tapwater: 1,7kWh/m2 warmte
    • koude: 2,1kWh/m2 koude
    • ventilatoren: 5,7kWh/m2 elektra
    • verlichting: 12,2kWh/m2 elektra
  • Verwacht verbruik van fossiele brandstoffen: 74,3 kWh/m² BVO
    • verwarming: 18,9kWh/m2 primair
    • warm tapwater: 4,3kWh/m2 primair
    • koude: 5,4kWh/m2 primair
    • ventilatoren: 14,5kWh/m2 primair
    • verlichting: 31,2kWh/m2 primair
  • Verwacht verbruik van duurzame energiebronnen
    • verwarming: 83% (6,8 kWh/m2)
    • warm tapwater: 0%
    • koude: 100% (2,1 kWh/m2)
    • ventilatoren: 0%
    • verlichting: 0%
  • Verwacht waterverbruik keuken: 6.550 m3 per jaar (warm en koud)
  • Verwacht waterverbruik kantoor: 6,6 m3/persoon per jaar
  • Er wordt geen hergebruik van grijs afvalwater of regenwater toegepast.

Innovatief milieubewust bouwen

In de bouw worden innovatieve bouwmethoden ingezet. Dit betekent dat de volgende stappen worden gezet om de impact op het milieu te reduceren:

 

  • De verdiepingsvloeren worden uitgevoerd als bubbledeckvloeren. Dit is een gewichts- / betonbesparende uitvoeringsmethode, waarbij minder transportbewegingen, materialen en toeslagstoffen nodig zijn. De behaalde gewichtsbesparing is circa 15%. De uitkomst van de materialenberekening die is gemaakt om de milieubelasting van de materialen inzichtelijk te maken laat zien dat deze vloeren inderdaad een goede keuze zijn.
  • De verdiepingsvloeren zijn vrijdragend uitgevoerd; hierdoor is minder constructie nodig in de vorm van liggers. Dit is gunstig voor de gebouwhoogte (kruisingen van leidingen vergen minder hoogte als er minder liggers gepasseerd hoeven te worden). En heeft minder daarnaast transportbewegingen tot gevolg.
  • De productie van afval op de bouwplaats wordt beperkt door de toepassing van prefab onderdelen.
  • Het op de bouwplaats geproduceerde afval wordt verwerkt door een ISO 14001-gecertificeerde afvalverwerker.
  • Het bouwplaats personeel wordt geïnstrueerd over afvalbeperking en recycling.
  • De aannemer heeft de verplichting een bouwafvalmanagement plan te implementeren om de hoeveelheid afval te minimaliseren en zoveel mogelijk te hergebruiken.
  • De aannemer heeft de verplichting het energie- en waterverbruik op de bouwplaats te monitoren en analyseren

Duurzame maatregelen op sociaal / economisch gebied

De volgende duurzame maatregelen op sociaal- of economisch gebied worden toegepast:

  • Het gebouw is uitnodigend en bevordert kennisdeling doordat veel functies aan het centrale atrium gelegen zijn. Daarbij zorgt een ensemble van vides en trappen ervoor dat ontmoeten en samenwerken wordt bevorderd.

BREEAM proces & organisatie

Nelissen Ingenieursbureau is ingehuurd om het BREEAM proces te begeleiden. Samen met het ontwerpteam en de diverse adviseurs zorgen zij ervoor dat alle duurzame maatregelen geïntegreerd worden in het ontwerp en gebouw. Techniplan heeft de opdracht voor commissioning van de installaties. Het Assessment wordt uitgevoerd door C2N.

In iedere BREEAM categorie zijn onderwerpen opgenomen om het ambitieniveau te kunnen halen. Vooral in de categorieën management, gezondheid en transport wordt bijna optimaal gescoord.

Evaluatie BREEAM proces en aanbevelingen

Technische oplossingen
Na oplevering worden de technische oplossingen (omschreven bij BREEAM ambitie)  geëvalueerd.

Proces
Voor het thema duurzaamheid is een adviseur aangetrokken die tijdens het ontwerpproces zorg heeft gedragen voor aandacht op diverse duurzaamheidsthema’s. Hierbij is actief gestuurd op verantwoordelijkheid en inspanning. Dit heeft geresulteerd in een ontwerp waarbij duurzaamheid een integraal onderdeel vormt van het gebouw.

Doordat vooraf duidelijk in het ontwerpteam de taken en verantwoordelijkheden zijn verdeeld, kunnen de betrokkenen ook worden aangesproken op hun inzet om de ambities gezamenlijk waar te maken. Daarmee is voorkomen dat er individuele oplossingen zijn gezocht en is het resultaat een integrale uitwerking van het ontwerp als het gaat om BREEAM credits.
Als vast onderdeel van de overleggen is er altijd tijd en ruimte geweest om het proces te bespreken.

Wanneer er credits lastig te behalen waren is gekeken naar de realiseerbaarheid van de credit en het effect op de duurzaamheid van het gebouw als geheel. Daarnaast is ook continu bekeken of credits die aanvankelijk niet haalbaar leken toch niet konden worden verwerkt in het ontwerp. Op deze manier is de ambitie die vooraf was gesteld ook daadwerkelijk waargemaakt.

BREEAM-NL credits
De UU streeft per definitie een hoog comfort- en duurzaamheidsniveau na. Daarom zijn in het PvE al zeer veel maatregelen omschreven die overeenkomen met BREEAM credits. Het betreft met name de categorieën Gezondheid, Energie en Water. Een selectie van de credits die zonder al te veel extra inspanning behaald zijn, zijn HEA 2 Uitzicht, HEA 4 Hoogfrequente verlichting, HEA 6 Lichtregeling, HEA 8 Interne luchtkwaliteit, HEA 11 Temperatuurregeling, HEA 13 Akoestiek, ENE 1 Energie efficiëntie, ENE 2 Submetering energieverbruiken, ENE 5 Toepassing duurzame energie, WAT 1 Waterverbruik, WAT 2 Watermeter en WAT 3 Lekdetectie hoofdwateraansluiting.

Lastige credits zijn de 'proces credits' waarvoor integrale onderzoeken uitgevoerd moeten worden waarbij de uitkomsten gedurende het hele traject geïmplementeerd en up-to-date moeten blijven. Zo is de variantenstudie die voor MAT 1 is uitgevoerd in het ontwerptraject relatief eenvoudig te coördineren, maar het kost bij de uitvoering veel overredingskracht (en bouwkundige (kosten)kennis) om de adviezen uit de ontwerpfase daadwerkelijk te handhaven.
MAT 5 (Onderbouwde herkomst van materialen) blijkt zoals in de meeste projecten ook in dit project een uitdaging. Hoewel de eisen duidelijk zijn en ook vastgelegd zijn in het bestek, blijken elders in het bestek toch producten (soms incl. leverancier) omschreven te zijn die niet aan de eisen van MAT 5 kunnen voldoen. Dit vergt meer vooronderzoek, en grote nauwkeurigheid van de aannemer tijdens de uitvoering.

In elk van de 9 categorieën is gestreefd naar een zo hoog mogelijke score. Er zijn daarom geen onderwerpen die onderbelicht zijn gebleven. De categorie waar relatief de minste punten zijn behaald is Vervuiling. POL 1, POL 2 en POL 3 worden niet behaald. Dit heeft er deels mee te maken dat het gebouw is aangesloten op het naastgelegen Utrecht Castel, en ook een gezamenlijke warmte/koude opwekking heeft. Er zouden dan maatregelen getroffen moeten geworden (bijv. lekdetectie) in het aangrenzende gebouw, omdat hier de warmte/koude opwekking is gesitueerd.

Kosten/baten
Door continu integrale afwegingen te maken voor ontwerp keuzes kan het project binnen budget worden gerealiseerd.
De kosten voor de BREEAM-certificering zijn beperkt gebleven door zoveel als mogelijk de noodzakelijke werkzaamheden en gewenste rapporten op te laten stellen door partijen die reeds bij het project betrokken zijn (het ontwerpteam) of door partijen die de context (UU, Uithof) reeds kennen (ecoloog e.d.)

Het merendeel van de kosten die voor het behalen van de duurzaamheidsambitie worden gemaakt zijn zinvol, aangezien hiermee uitvoering wordt gegeven aan het beleid en speerpunten van de UU.
De mate waarin de investeringen nuttig zijn (geweest), kan pas bij de ingebruikname-periode definitief worden gekwantificeerd.

In de berekeningen van de kosten/baten analyse is o.a. rekening gehouden met het verbruik van nutsvoorzieningen.

Tips voor volgende projecten
Omdat BREEAM zo breed is – bijvoorbeeld Management vs. Landgebruik&Ecologie, of Energie vs. Transport – , wordt het team continu gedwongen om het project vanuit verschillende perspectieven (lees: belangen) te benaderen. Dit draagt bij aan een goed integraal ontwerp. Een voorbeeld: voor de materialenstudie zijn verschillende vloertypen beschouwd. Alle teamleden (opdrachtgever, constructeur, architect, installatie adviseur, bouwfysica adviseur en BREEAM adviseur) hebben voor elke variant opgegeven wat vanuit hun werkgebied de voor- en nadelen zijn. Dit is zeer leerzaam geweest voor alle partijen, en levert ook het beste resultaat op.
Een volgend project zouden wij weer op eenzelfde manier insteken. Dat is: vroegtijdig met alle partijen aan tafel en een goede taakverdeling afspreken.