Duurzame renovatie Robert van de Graafflaboratorium

Het ontwerp van het ESL van binnen

Projectbeschrijving

Aan de rand van de campus van de Universiteit Utrecht staat het voormalig Robert J. van de Graafflaboratorium. Waar vroeger onderzoek met een deeltjesversneller plaatsvond, bevindt zich binnenkort het Earth Simulation Laboratorium (ESL) van de faculteit Geowetenschappen. Meerdere partijen, waaronder ABT en Barcode Architects in de ontwerpfase en DGMR en Friso in de uitvoeringsfase, en de Universiteit Utrecht werken samen aan de renovatie, die streeft naar het BREEAM certificaat ‘Excellent’.

BREEAM ambitie

In lijn met de duurzaamheidsambitie van de Universiteit Utrecht wordt voor ESL Utrecht de BREEAM-kwalificatie ‘Excellent’ gehanteerd. BREEAM is een certificeringsmethode die duurzaamheid integraal en in brede zin definieert en benadert. Het project heeft in mei 2016 het ontwerpcertificaat gehaald met score ‘Excellent’. Het opleverassessment zal medio 2018 worden doorlopen, met dezelfde ambitie.

Doordat ESL laboratoria huisvest, is het project een BREEAM ‘bespoke’ project. Dit betekent dat er extra hoge duurzaamheidseisen aan de laboratoria gesteld zijn.

De belangrijkste innovatieve en milieuvriendelijke ontwerpmaatregelen voor ESL zijn:

  • Een duurzame vorm van energieopwekking door middel van warmte-en koudeopslag in de bodem in combinatie met warmtepompen.
  • Een innovatieve dubbele gevel, die energieverbruik minimaliseert en daglichttoetreding maximaliseert.
  • Toepassen van LED verlichting en daglichtregeling, om het verbruik aan verlichting aanzienlijk te verlagen.
  • Door het aanbrengen van nestkasten voor de kwikstaart en vleermuizen wordt de ecologische waarde van het project vergroot.
  • Het beperken van het gebruik van drinkwater door de toepassing van waterbesparend sanitair en vroegtijdige detectie van waterlekkage.
  • Het toepassen van verantwoorde materialen zoals FSC hout.
  • Energie- en watersubmeters om het verbruik te kunnen monitoren.
  • Zonnepanelen in De Uithof.

Functieverdeling

In het ontwerp zijn de volgende functies en gebruiksoppervlakten (NEN2580) aanwezig:

  • Kantoorfunctie 729,8 m2
  • Laboratoria 1336 m2
  • Industriefunctie 690,8 m2
  • Verkeersruimten 15,07 %
  • Overige gebruiksfunctie (opslagruimten, stallingen) 2822,7 m2

Het totale bruto vloeroppervlak (conform NEN 2580) is 6960 m2.

Het nieuwe gebouw valt onder het Noordwestcluster, waarvan het gehele terrein gefaseerd wordt heringericht. Het terrein direct rondom ESL wordt meegenomen binnen de scope van het BREEAM Assessment.

Verwacht energie en waterverbruik

De nieuwbouw ESL zal naar verwachting de volgende ver- en gebruiksscores behalen:

  • Verwacht energiegebruik gebouwgebonden installaties: 55 kWh/m² BVO
  • Verwacht verbruik van fossiele brandstoffen: 11 kWh/m² BVO
  • Verwacht verbruik van duurzame energiebronnen: 70 kWh/m² BVO (d.m.v. WKO)
  • Verwacht waterverbruik door personen (excl. Bedrijfsprocessen): 5 m3/persoon per jaar
  • Verwacht percentage van het waterverbruik dat wordt betrokken via hemelwater of grijs water: 0%

Innovatief milieubewust bouwen

Door het hergebruiken van het bestaande Robert J. van de Graafflaboratorium hoeven er maar weinig nieuwe materialen te worden gebruikt voor de bouw van ESL. Dit komt tot uiting in de lage schaduwprijs van het gebouw. Hoe lager de schaduwkosten, hoe duurzamer een product. Ook kent het gebouw een hoge score op credit MAT 1.  Het versterken van de bestaande constructie met koolstof lijmwapening zorgt ervoor dat de bestaande constructie kan worden gehandhaafd. In de uitvoeringsfase komt de focus te liggen op afvalmanagement op de bouwplaats en het gebruik van bouwmaterialen met een verantwoorde herkomst.

Duurzame maatregelen op sociaal / economisch gebied

De volgende duurzame maatregelen op sociaal- of economisch gebied worden toegepast:

  • Gebruik van natuurlijke, tijdloze en duurzame materialen passend bij het instituut voor Geowetenschappen.
  • Ontwikkeling van een geheel eigen identiteit, uniek voor de faculteit en nauw aansluitend bij de intrinsieke en karakteristieke waarde van de faculteit.
  • In de dubbele gevel wordt een aluminium rooster geplaatst, deze  blokkeert de inkijk en is tevens beloopbaar gemaakt voor schoonmaak en onderhoud voor een goede exploitatie.
  • De trappen, welke tevens een belangrijke ontmoetingsfunctie hebben worden uitgevoerd met contrasterende gele wanden. Ze zijn als elementen zo goed zichtbaar en functioneren daarmee direct als belangrijke oriëntatiepunten op de vloer en in het gebouw.
  • Uitgangspunt voor het lab is een flexibel gebruik van de ruimte onder andere door het aanleggen van loze leidingen zodat onvoorziene gassen in de toekomst ook makkelijk aangesloten kunnen worden.

BREEAM proces & organisatie

DGMR begeleidt het BREEAM proces in de uitvoeringsfase. In de ontwerpfase is deze rol door ABT vervuld. Samen met het ontwerpteam/ABT, uitvoeringsteam/DGMR en de diverse adviseurs zorgen zij ervoor dat alle duurzame maatregelen geïntegreerd worden in het ontwerp en gebouw. Een installatieadviseur van ABT is aangesteld als commissioningmanager van het project. Het Assessment wordt uitgevoerd door Duurzaamheidscoach.

In iedere BREEAM categorie zijn onderwerpen opgenomen om het ambitieniveau te kunnen halen. Vooral in de categorieën management, afval en materialen wordt hoog gescoord. Door de nauwe samenwerking tussen de verschillende ontwerpdisciplines konden duurzaamheidsmaatregelen al vroeg in het ontwerp geïntegreerd worden.

Evaluatie BREEAM proces en aanbevelingen

De integrale samenwerking binnen het ontwerpteam zorgde ervoor dat duurzaamheid vanaf het begin een speerpunt was. Dit komt het best tot uitdrukking in de dubbele gevel. Het nauwe contact met de gebruikers zorgt ervoor dat het ontwerp optimaal is afgestemd met de toekomstige gebruikers. Dit kwam ook de duurzaamheid van het ontwerp ten goede.

Bij het opleverassessment zijn het aantal wijzigingen in het gebouw ten opzichte van het ontwerpassessment nihil. Dit bevordert een soepel opleverassessment. Het terrein is door een ander projectteam, en in andere fasering, uitgevoerd. Binnen dit team was er minder expertise en ervaring met BREEAM, waardoor de BREEAM credits eerder werden ‘vergeten’. Voor volgende projecten is het belangrijk om te zorgen voor duidelijke uitgangspunten en afspraken bij alle partijen, zo ook die zich met het terrein bezighouden.