Een bijzonder (klein) bos in het Utrecht Science Park

Het is een koude en mooie donderdagochtend in november. Op de Cambridgelaan kijkt 25 paar ogen verwachtingsvol toe hoe een hovenier in fleece een kuiltje graaft in een brede strook aarde tegenover het Johannagebouw. 'Zo diep ongeveer,' zegt ze. Haar uitgestrekte hand verdwijnt het kuiltje in. Op de tweede rij staat een internationale student op zijn tenen om het beter te kunnen zien. Naast hem een glunderende Cas de Ruiter, biologiestudent en, als voormalig voorzitter van de Utrechtse Biologen Vereniging, initiatiefnemer van dit project. Vandaag volgen we hem we bij de geboorte van een bijzonder (klein) bos in het Science Park. De Ruiter: 'Over tien jaar is dit tiny forest uitgegroeid tot iets waar een normaal bos honderd jaar over doet.'

Cas de Ruiter

De laptops aan de kant 

De uitleg zit erop; tuinhandschoenen worden uitgedeeld; de handen nog eens warmgeblazen. We zijn op de plantdag van Nederlands eerste universitaire tiny forest. Zo’n vijftig UU-studenten en –medewerkers hebben vandaag de laptop aan de kant gelegd om aan de slag te gaan met boompjes. Datzelfde aantal viste buiten het net; binnen twee dagen waren alle vrijwilligersplekken vergeven. Het enthousiasme is er. Of deze groep studiebollen en kantoorlui een beetje met een spade overweg kan, gaat vandaag blijken. Het beoogde resultaat is 600 boompjes in de grond als solide basis voor een tiny forest: een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. De Green Office kreeg het van de Universiteit Utrecht cadeau voor haar vijfde verjaardag. 

Niet zomaar een bos

Terug naar De Ruiter. Dat ‘inheems’ is belangrijk, legt hij uit. In dit minibos vind je enkel boomsoorten die oorspronkelijk ook in Nederland groeiden. De plantlijst leest als poëzie: ruwe iep, fladderiep, winterlinde… en dan nog dertig andere soorten. 'Dat is ontzettend divers voor zo’n klein oppervlak! Probeer op hetzelfde oppervlak in Amelisweerd maar eens 33 verschillende bomen en struiken te vinden.'  

Nee, een tiny forest is niet zomaar een bos. Het predikaat houdt in dat het volgens een specifieke bosbouwmethode is ontworpen. Naast het gebruik van alleen inheemse soorten, is een voorwaarde dat bomen een stuk dichter op elkaar geplant worden dan bij reguliere bosbouw. Het laatste is goed voor de groeisnelheid van dit diverse stuk bos. 

Stepping stones voor biodiversiteit

Die biodiversiteit, daar is het De Ruiter voor een groot deel om te doen. Eind 2019 bleek uit een een tussenrapportage van een Nederlands biodiversiteitsonderzoek dat tiny forests honderden verschillende dier- en plantsoorten aantrekken. Op termijn heeft dit minibos het daarmee in zich om positief bij te dragen aan de ecologische waarde van de campus en een thuis te bieden aan lokale insect-, vogel- en andere diersoorten.  

Precies de bedoeling, zegt ook Anjelle Rademakers van de Green Office. 'Uiteindelijk zouden we het liefst zien dat Utrecht Science Park vol komt te liggen met dit soort stepping stones voor biodiversiteit. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de omliggende natuurgebieden, die nu als het ware worden onderbroken door onze campus, weer meer met elkaar verbonden raken.' 

Groene tussenstop

Stepping stones moeten het gemakkelijker maken voor bijvoorbeeld planten, vogels en insecten om zich te verplaatsen over een bebouwd gebied. Denk je in: een honingbij, onderweg van biologenbosje De Driehoek in het westen naar de Botanische Tuinen, maakt een tussenstop in de bloemenweide van de tiny forest. Ook vogelsoorten als het roodborstje, de winterkoning en de koolmees zullen het minibos straks ongetwijfeld weten te vinden. De Ruiter: 'Dit soort vogels gedijt over het algemeen prima in bebouwde omgevingen als Utrecht Science Park. Daarom komen ze ook zoveel voor in een land als Nederland. Maar ook zij zijn altijd gebaat bij méér bomen.' 

Utrecht Science Park als posterproject

De Ruiter wil wel nuchter blijven. Dit minibos is een mooie stap richting meer biodiversiteit op de campus, maar er mag nog veel meer gebeuren. 'In je studie heb je soms van die posterprojecten, ken je die? Dan moet dertig procent van het vel uit tekst bestaan en veertig procent uit afbeeldingen. Laten we van Utrecht Science Park zo’n posterproject maken! Dan zeggen we: vijftig procent van het oppervlak moet groen zijn. Dat is toch beter voor iedereen?'

Een bosbeleving 

De bomen zijn geplant; de dag loopt ten einde. Enkele groepjes vrijwilligers – koud en moe, maar voldaan - warmen op met een plantaardige variant op koek en zopie. Tijd voor een laatste vraag aan De Ruiter. Hoe denkt hij dat het er hier uitziet over tien jaar? Hij is even stil. Kijkt naar de 600 iele boompjes die zich kranig weren tegen de novemberwind. 'Het zou leuk zijn als je dan een bosbeleving hebt als je erdoorheen loopt.' Lachend: 'Ook al is het maar voor drie minuten.' Wat is voor hem een bosbeleving? 'Dat je erin staat en weg bent van Utrecht Science Park en alle gebouwen. Dat je voor even alleen nog natuur ziet.' 

Genoeg studenten en medewerkers te vinden die graag met hun voeten in de klei staan, bleek op de plantdag in november. Student Sanne Verschoor: 

Als biologe in opleiding vind ik het natuurlijk te gek dat mijn universiteit niet gewoon meer groen aanplant, maar gericht inzet op het bevorderen van een hogere biodiversiteit op de campus. Ik denk dat dit project een aansprekend voorbeeld is van hoe kennis en positieve energie kunnen bijdragen aan een duurzamer beleid.

Sanne Verschoor, Student Biologie

Lees meer over dit onderwerp in het themahoofdstuk gebied.