Doorstart van een UU-kolos: van Unnik wordt toekomstbestendig

Koen van der Hoorn

Na vele jaren van discussie besloot de Universiteit Utrecht in 2019 om de iconische toren van het Utrecht Science Park: het Willem C. van Unnikgebouw, niet te slopen maar te  herontwikkelen. Lange tijd was de verwachting dat de jarenzestigkolos tegen de grond zou gaan. De wolkenkrabber uit 1969 zit vol asbest, is toe aan grondig onderhoud en voldoet niet meer aan de wensen van studenten en onderzoekers. Het was duidelijk tijd voor iets nieuws. Koen van der Hoorn, duurzaamheidsadviseur bij de afdeling Vastgoed & Campus (V&C) was een van de drijvende krachten achter de UU-beslissing om toch te gaan herontwikkelen.

‘Ik heb hier drie kinderen rondlopen, wacht even…’ zegt Van der Hoorn terwijl hij wat kabeltjes van zijn computer controleert. Wat een spannende rondleiding door de leegstaande toren had moeten worden is in coronatijd een rechttoe rechtaan videogesprek.

Hiermee laat de universiteit zien dat het kiest voor waarde behoud en duurzaamheid en niet voor de voordeligste financiële keuzes.

Koen van der Hoorn
Vastgoed & Campus

Meer duurzaamheid

Van der Hoorn kwam in 2012 op de universiteit werken, oorspronkelijk ‘gewoon’ als asbest-adviseur vertelt hij. Maar toen hij kwam werd duurzaamheid net een van de speerpunten van de universiteit. Daarmee veranderde ook zijn werk. Er werden duurzaamheidsexperts aangenomen, er kwam jaarlijkse duurzaamheidsverslaglegging en duurzame doelstellingen voor de hele universiteit. Zo moest iedere student voortaan in aanraking komen met duurzaamheid. Ook wilde de universiteit in gebouwen en bedrijfsvoering een afspiegeling zijn van het eigen duurzaamheidsonderzoek; onderzoek waar Utrechtse wetenschappers in uitblinken. Zo verschoof Van der Hoorn’s werk van asbest naar duurzaam bouwen, herontwikkelen, en slopen.

Visie op toekomstbestendig bouwen

Deze duurzame wind zorgde in 2019 ook voor een visie op toekomstbestendig bouwen. Nieuwe UU-gebouwen worden voortaan circulair, flexibel, gezond en energieopwekkend. ‘De keuze van het College van Bestuur voor herontwikkelen van het Van Unnik is een concrete invulling van deze visie,’ legt van der Hoorn uit.

Met het geraamte was niks mis

Van de bestaande toren blijven de fundering en het betonnen geraamte staan. Bouwkundig onderzoek wees uit dat er met beide niets mis is. De rest wordt ontmanteld en opnieuw opgebouwd. ‘Dat moest wel, omdat er op veel plekken asbest zit waar je dat er niet zomaar even tussenuit haalt.’ Is dat dan wel circulair en duurzaam, alleen de fundering en het geraamte recyclen? Jawel. ‘Hiermee alleen al besparen we zo’n 3100 ton CO2.’ Dat is ongeveer evenveel CO2 als de universiteit jaarlijks compenseert voor de reizen van uitwisselingsstudenten. En dan heb ik het nog niet over alle CO2 die nodig is voor het bouwproces zelf: de bouwers die iedere dag naar hun werk komen en vrachtwagens die af en aan rijden met zware bouwmaterialen.

Een paar dagen later mailt van der Hoorn nog achter ons gesprek aan: ‘ik heb de eerste Co2-besparingsschatting van het Kruytgebouw binnen!’ Het Kruytgebouw is de jarenzestigbroer van het Van Unnik, even verderop in het USP, en in oppervlakte bijna tweemaal zo groot. Ook dat skelet is nog goed en dus gaat dit gebouw ook herontwikkeld worden. ‘Dat gaat zelfs 11.000 ton CO2 besparen!’

Front view of the Willem C. van Unnik building

Asbest als aanleiding

Van der Hoorn was vanaf het begin betrokken bij het project. Als asbest-adviseur hield hij zich in eerste instantie bezig met de vraag hoe er zo goed en veilig  mogelijk om kon worden gegaan met het asbest zowel tijdens als na gebruik van het gebouw. Zo leerde hij het gebouw goed kennen en had hij alle mogelijke scenario’s voor sloop, herontwikkeling en recycling goed in kaart. Hierdoor begon hij de potentie van herontwikkeling te zien. Uiteindelijk heeft hij sterk voor deze keuze gelobbyd.

Keuze voor waarde behoud

Nu is Van der Hoorn trots. ‘Hiermee laat de universiteit zien dat het kiest voor waarde behoud en duurzaamheid en niet per definitie voor de voordeligste financiële keuzes.’ Want renoveren en herontwikkelen zijn niet perse goedkoper. Ook blijft een uniek en iconisch gebouw behouden. De oorspronkelijke naam, transitorium II, verwijst naar de transitie van de universiteit van de binnenstad naar de Uithof in de jaren zestig. Het Van Unnik was een van de eerste gebouwen die de universiteit daar liet bouwen.

The elevators on the ground floor of the Willem C. van Unnik building
Het van Unnik in aanbouw in de jaren zestig

Samenwerking wetenschap

Van der Hoorn verheugt zich op de samenwerking met wetenschappers die in het verschiet ligt. Hij hoopt dat de gerenoveerde toren er in 2027 staat. Dat biedt nog genoeg tijd om samen met UU-wetenschappers te zorgen dat het gebouw ook in het gebruik zo duurzaam en circulair mogelijk wordt: ramen met geïntegreerde zonnepanelen, ‘groene’ gevels, wanden van schimmels of andere duurzame materialen en toegepast nudging-onderzoek gericht op de gebruikers van het pand; Van der Hoorn wil het allemaal. Het ontwerp moet nog worden gemaakt. Eerst maar eens beginnen. In 2021 staat als eerste de sloop van de laagbouw op het programma.