Beursontvangers Hans de Bruijn Fonds

Recente toekenningen: welke ervaringen hebben beursontvangers van het Hans de Bruijn Fonds opgedaan? Hier vertellen ze hun verhaal.

Arthur Maréchal

onderzoekt de Laat-Krijtfauna periode voor zijn promotieonderzoek. 

Krijtperiode onderzoek Marechal
Onderzoeksgebied Laat-Krijt

Mijn promotieonderzoek richt zich op Bentiaba, een vindplaats in Angola die bekendstaat om haar uitzonderlijk rijke mariene gewerveldenfauna, met name mosasauriërs en plesiosauriërs. Ik onderzoek deze Laat-Krijtfauna – inclusief vissen – om haar beter te beschrijven en te begrijpen, en om het toenmalige milieu waarin deze dieren leefden te reconstrueren. Een belangrijk onderdeel daarvan is het gebruik van de TEX₈₆-proxy op sedimentmonsters, waarmee vroegere zee-oppervlaktetemperaturen en de pH van de oceaan kunnen worden gereconstrueerd.

Onderzoeker Arthur Marechal in het lab in Utrecht
Arthur Maréchal in het Utrechtse lab

Dankzij de steun van het Hans de Bruijn Fonds kon ik een onderzoeksverblijf van een week in Nederland realiseren. Tijdens deze reis voerde ik TEX₈₆-analyses uit aan de Universiteit Utrecht, die essentieel zijn om de fossielen uit Bentiaba in hun milieukundige context te plaatsen. Daarnaast bood het verblijf volop gelegenheid om ideeën uit te wisselen met Nederlandse studenten en paleontologen. Ook bracht ik tijd door in het Naturalis Biodiversity Center, waar ik met veel plezier samenwerkte met de fossielpreparateurs van het DinoLab-team.

De ondersteuning maakte het bovendien mogelijk het Natuurhistorisch Museum Maastricht te bezoeken. Daar zag ik onder andere een indrukwekkende mosasauriërsreconstructie die deels is gebaseerd op materiaal uit Bentiaba. De collecties van het museum tonen een fossielenfauna die sterk vergelijkbaar is met die van Bentiaba, wat een waardevolle kans bood voor directe vergelijking en verdieping van mijn onderzoek.

Dankzij het Hans de Bruijn Fonds werd dit onderzoeksverblijf mogelijk. Ik hoop dat deze ervaring zal leiden tot betekenisvolle wetenschappelijke resultaten en zal bijdragen aan het inspireren van toekomstige generaties in zowel Nederland als Angola.

Livia Snelder

deed een paleontologisch scriptieproject voor de Bachelor Aardwetenschappen.

“Mede dankzij het Hans de Bruijn Fonds heb ik een gaaf paleontologisch Bachelor scriptie project mogen doen, en hier ben ik erg dankbaar voor.

Tijdens mijn project hield ik me bezig met het onderzoeken van de fossielen tanden en slagtanden van vertebraten uit het Laat Perm. Deze dieren, Therapsiden, waren de vroege voorlopers van zoogdieren, en net voor de desastreuze Perm/Trias Massa Extinctie waren Therapsiden de dominantie diergroep op aarde. We weten nog relatief weinig over deze groep dieren en hierom is het bestuderen van deze groep belangrijk.

Mijn onderzoek focuste zich op twee groepen: Dicynodonten, (herbivoren) en Gorgonopsiden (carnivoren), om te kijken of deze dieren al aan een vorm van winterslaap deden, een evolutionair ver gevorderde eigenschap voor het Perm. Dit, om met de extreme seizoenaliteit en klimaatsomstandigheden om te gaan van hun leefgebied tijdens het Laat Perm. Van de fossielen tanden en slagtanden zijn slijpplaatjes gemaakt, en aan de hand van histologisch onderzoek heb ik naar de interne structuur en groeilijnen in het dentine van deze tanden gekeken. Hier ligt namelijk informatie in opgeslagen over de groei en het metabolisme van een dier. Hierin vond ik cyclische winterslaap afzettingen, en daarmee heb ik de oudste bewijzen van winterslaap tot nu toe gevonden.

Door middel van de financiële steun die ik heb gekregen van het Hans de Bruijn Fonds heb ik naar Portugal kunnen reizen voor een weekend, om de fossielen tanden waar ik mee aan de slag zou gaan zelf op te halen, en de Portugese professor met wie ik heb samen gewerkt, Ricardo Araújo, te ontmoeten om met hem te kunnen sparren over het project. Dit was anders nooit gelukt en hiervoor heeft het Hans de Bruijn Fonds mijn dank!”

Daan van den Elzen

volgt een dubbele master diergeneeskunde en aardwetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Daan van den Elzen met triceratopswervel

“Mijn masterthesis focust op pathologische botten van Triceratops uit de collectie van Naturalis Biodivercity Center en het Eastern Wyoming Nature Center. In samenwerking met de faculteit diergeneeskunde en geowetenschappen van de Universiteit Utrecht en Naturalis ga ik CT-scans (computertomografie) maken van de individuele botten om te onderzoeken of deze pathologisch zijn en om te achterhalen welk ziekteproces heeft plaatsgevonden. Daarnaast wordt van enkele botten naar de histologie gekeken met behulp van slijpplaat-microscopie. Ook zal ik twee vergroeide Triceratops-ruggenwervels onderzoeken.

Daan doet veldwerk bij het Wyoming Dinosaur Center

Afgelopen zomer heb ik de mogelijkheid gekregen om naar Wyoming, Verenigde Staten te reizen om deze wervels te kunnen bekijken, de vindplaats te bezoeken en mij aan te sluiten bij het opgravingsteam van het Wyoming Dinosaur Center. Het werk was zwaar, maar ontzettend leuk en leerzaam. Om de onkosten van mijn reis te kunnen betalen, heb ik een beurs mogen ontvangen van het Hans de Bruijn fonds, waar ik ontzettend dankbaar voor ben. Voor mij is dit een droom die uitkomt en ik ben enorm blij dat er fondsen zijn die dit mogelijk maken voor mij en andere toekomstige paleontologen.”

Mathieu Boisville

doet een PhD-project aan de University of Tsukuba, Japan. In september 2023 bezocht hij met steun van het Hans de Bruijn-fonds de fossielewalruscollecties in Nederland.

“The overall aim of my visit to the Netherlands was to increase my database with the large number of extant but also fossil walruses (Odobenus rosmarus), and fossil species Ontocetus emmonsi the Dutch collections have to offer. My aim is to study mandibles and skulls, and compare them with material from Japan. This visit allowed me to record landmarks and semi-landmarks, using tpsDig software, and to apply geometric morphometric analyses (e.g. Procrustes ANOVA) with R Studio, in order to compare different populations of fossil walruses, to better understand their past diversity through time and space.

I spent my first two days in the NNM collections with the aim of adding to the large number of specimens. The next day I went to Utrecht, to visit the collections of the UMU (Universiteitsmuseum Utrecht) to observe a very special specimen of Odobenus rosmarus, described by Rutten at the beginning of the 20th century. The next week I visited the Naturalis Biodiversity Center collections in Leiden, which also has a large collection of specimens of the extant Odobenus rosmarus, but also some very interesting fossil specimens of Ontocetus emmonsi, which after observations may actually belong to a quite different taxon whose manuscript I am currently preparing. Finally, I visited the collections of the Zeeuws Museum in Middelburg, where I was able to observe two well-preserved skulls; a complete skull of Odobenus rosmarus from late Pleistocene deposits and material of Ontocetus emmonsi from the early Pleistocene (Gelasian).

I would like to sincerely thank you once again for providing me with this invaluable assistance, in addition to the help that my university also offers me. I will keep you informed of the progress of my PhD thesis, with regard to all these Dutch specimens.”