Aanpak via het sectorplan

Kruispunt snelwegen in Nederland, gezien vanuit de lucht

ERI is een onderzoekscluster binnen het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. We zijn begonnen in 2019. Aanleiding was het Sectorplan Rechtsgeleerdheid dat in dat jaar van start is gegaan. Het ministerie van OCW financiert het sectorplan, in overleg met NWO. 

Met ERI en met dit sectorplan proberen we het wetenschappelijk onderzoek binnen de rechtsgeleerdheid in Nederland te verstevigen. We proberen ook de samenwerking met andere gebieden in de sociale en geesteswetenschappen te versterken. 
De twee thema’s waarbij Rechtsgeleerdheid Utrecht zich landelijk heeft aangesloten zijn: Instituties voor Conflictoplossing (COI) en Empirical Legal Studies (ELS). COI + ELS = ERI

COI: Conflictoplossende instituties

Het is van groot belang dat instituties op nationaal en Europees niveau effectief en efficiënt functioneren. Hiermee kunnen immers belangrijke problemen en conflicten worden voorkomen, verkleind of worden opgelost. Instituties moeten hierbij voldoen aan rechtsstatelijke waarden en legitimiteitseisen. Zo moeten zij handelen op basis van en in overeenstemming met de wet (inclusief bijvoorbeeld Unierechtelijke en mensenrechtelijke kaders), transparant opereren, verantwoording afleggen over hun optreden, ruimte laten voor participatie, etc.

Mannen met laptops

Instituties functioneren in een snel veranderende omgeving. Endogene en exogene factoren en ontwikkelingen stellen hun probleemvoorkomend en probleemoplossend vermogen voortdurend op de proef of maken dat hun opereren in overeenstemming met rechtsstatelijke waarden onder druk komt te staan. Te denken is daarbij aan privatisering, digitalisering, fragmentatie en decentralisatie.

U.Ozel.Images / istockphoto.com

Ook zaken zoals duurzaamheid, mondige, individueel ingestelde burgers, en culture clashes zijn belangrijk. Gezag is niet langer vanzelfsprekend. Ook staat vertrouwen in instituties als de rechterlijke macht onder druk. Rechtswetenschappelijk onderzoek naar deze ontwikkelingen is dus van groot belang.
Binnen ERI wordt daarom de rol en betekenis van bestaande en nieuwe instituties bestudeerd. In het bijzonder onderzoeken we compensatiesystemen en handhavingssystemen.

Vijf thema’s staan hierbij centraal: 

ELS: Empirisch Juridisch onderzoek (Empirical Legal Studies)

Binnen ERI wordt gebruik gemaakt van klassiek-rechts¬weten¬schappelijke methoden van onderzoek (law in the books). Tevens doen we empirisch onderzoek. Empirical Legal Studies (ELS) bestudeert de onderliggende assumpties en de werking van het recht in de praktijk (law in action). 
Een belangrijk doel van het klassiek-juridische en het empirisch-juridisch onderzoek tezamen is om na te gaan of het recht en de daarbinnen opererende instituties momenteel toegesneden zijn op hun taak: zijn ze in staat om adequaat te reageren op de huidige ontwikkelingen, en zo ja, hoe dan? Kunnen zij dit doen binnen de essentiële kaders van rechtsstatelijkheid en effectiviteit? En wat kan hieruit volgen voor de toekomstige taakinvulling?

De specifieke empirische onderzoeksmethode verschilt per project. Zo doen we zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek onder rechtzoekenden en andere juridische actoren om onze inhoudelijk vragen te beantwoorden. Vaak doen we ook verschillende methoden binnen een project of binnen een onderzoeksprogramma. We werken dan aan triangulatie. Concreet maken we onder meer gebruik van de volgende methoden:

A.    Interviews (bijvoorbeeld met topic lists of in focusgroepen). 
B.    Vragenlijstonderzoek (bijvoorbeeld met zowel open als gesloten vragen). 
C.    Experimenten (waaronder vignettenstudies en veldexperimenten).  
D.    Observatie-onderzoek. 
E.    Big data onderzoek. 

De onderzoeksmethoden die we gebruiken verschillen per project en veranderen over tijd. Belangrijker dan dit lijstje van methoden zijn de inhoudelijke vragen die we met ons onderzoek proberen te beantwoorden.

Onderwijs

Een doel van ELS is ook om het juridisch empirisch onderzoek meer in te bedden in het Utrechtse bacheloronderwijs, masteronderwijs en promovendionderwijs.