Compensatie

Handen schudden

Onderzoek naar het probleemoplossende vermogen van (klassieke en alternatieve) compensatiesystemen. D is een onderdeel van het ERI onderzoekscluster aan de Universiteit Utrecht. Hiervan maken deel uit: 

AIO-project: Anouk Wouters
AIO-project: Marlou Overheul
Onderzoek Rianka Rijnhout

Meer over dit onderzoek

Anouk Wouters

Anouk Wouters: Mijn onderzoek staat in het teken van de vraag of mogelijk een rol voor de Nederlandse overheid is weggelegd bij de afwikkeling van massaschade van consumenten. Op dit moment speelt de Nederlandse overheid geen rol in de afwikkeling van concrete gevallen van massaschade van consumenten, maar stelt zij ‘slechts’ de spelregels (lees: het wettelijk kader) vast waarbinnen de markt vervolgens haar werk kan doen. Een blik over de grenzen laat zien dat alternatieve systemen denkbaar zijn. In dit verband kan allereerst worden gedacht aan een systeem waarbij de overheid private partijen steunt bij hun rol in de afwikkeling van massaschade, bijvoorbeeld door hen te subsidiëren. Een verdergaande variant zou eruit kunnen bestaan dat een partij zoals de toezichthouder een directe rol speelt bij de afwikkeling van massaschade, door bijvoorbeeld te procederen of te onderhandelen over een schadevergoeding voor benadeelden.

Marlou Overheul

Marlou Overheul: Na mijn afstuderen in 2017 heb ik ongeveer tweeënhalfjaar bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad gewerkt, op de civiele sector. Sinds februari ben ik als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Ucall en natuurlijk: ERI! Kees van den Bos en Rianka Rijnhout zijn mijn promotoren. Mijn promotieonderzoek zal gaan over publiek gefinancierde compensatiesystemen voor beroepsziekten, in het bijzonder de compensatiesystemen voor schade door Chroom-6. Deze compensatiesystemen bieden een alternatief voor schadeverhaal via de klassieke route van het aansprakelijkheidsrecht. Het idee is kort gezegd dat deze alternatieve compensatieregelingen met een tegemoetkoming een lang en belastend proces kunnen voorkomen; bijdragen aan preventie (van bijvoorbeeld beroepsziektes); en aan het herstel van het vertrouwen in de instituties. Door middel van juridisch en empirisch onderzoek wil ik er graag achter komen wanneer een alternatief compensatiesysteem te prefereren valt boven het klassieke aansprakelijkheidsrecht.

Rianka Rijnhout: Mijn onderzoek spitst zich toe op de afwikkeling van schade van personen. Welke moeilijkheden worden ervaren bij schadeverhaal door gedupeerden en instituties? Hoe zou collectieve schade moeten worden afgewikkeld? Hoe wikkelt men schade af in het buitenland? En zouden andere (alternatieve) schadeafwikkelingssystemen in de praktijk beter werken dan de klassieke route voor schadeverhaal: het aansprakelijkheidsrecht? In mijn onderzoek sta ik met name stil bij maatschappelijk relevante thema’s, waarbij het telkens gaat om kwetsbare gedupeerden: afwikkeling van letselschade, afwikkeling van mijnbouwschade, mensenrechtenschendingen en collectieve acties van bijvoorbeeld consumenten of verenigingen met een ideëel belang (klimaatacties). Ik gebruik diverse methoden: literatuur- en rechtspraakanalyse, interne en externe rechtsvergelijking en kwalitatief onderzoek (interviews, focusgroepen). 
Als nevenfunctie ben ik als voorzitter verbonden aan de Werkgroep Normering van De Letselschaderaad en ik geef als permanent docent les binnen de opleiding van de Letselschade Advocatuur. Daarnaast ben ik uiteraard enthousiast docent binnen de Master Privaatrecht, specialisatie Aansprakelijkheidsrecht van de Universiteit Utrecht.