Alumnus Jan Beuving

MIJN ERVARING ALS WISKUNDIG CABARETIER

Alumnus Jan Beuving over zijn loopbaan als wiskundig cabaretier en schrijver. 

Foto: Maartje ter Horst

Studie: Wiskunde en History and philosophy of science (2000 - 2009), Koningstheateracademie (2008 - 2010)

Werkervaring: Cabaretier: programma 'Reken maar nergens op' met Daan van Eijk (2014 - 2015), programma 'Raaklijn' met Tom Dicke (2016 - 2017),  columnist Studio Voetbal, taalrubriek op Radio 1

Nevenactiviteiten: talloze commissies en het bestuur van studievereniging A-Eskwadraat

Onderscheidingen en prijzen: Finalist Leids Cabaret Festival (2013), Annie M.G. Schmidtprijs voor beste theaterlied van het jaar (2013), Stijgend Applaus Stipendium (2016), Willem Wilminkprijs voor beste kinderlied van het jaar (2017)

Ik koos voor wiskunde omdat ik van puzzels oplossen hield. Mijn decaan, toevallig ook de wiskundedocent, raadde toen aan om wiskunde te gaan studeren. Tijdens mijn studie raakte ik heel geïnteresseerd in toneel en cabaret. Toen ik het eerste hoofdstuk van mijn masterscriptie af had, heb ik auditie gedaan voor de Koningstheateracademie in Den Bosch.

Of het nu naar de taal is, de sport of de wiskunde: overal zit iets moois in.
Jan Beuving

Ik heb met heel veel plezier gestudeerd. Dat is maar goed ook, want ik heb er negen jaar over gedaan. Ik heb 2,5 jaar nominaal gestudeerd, en daarna ben ik allerlei bestuurswerk voor A-Eskwadraat, de studievereniging voor Wiskunde, Natuurkunde, Informatica en Informatiekunde gaan doen. Dat heeft mijn blik verruimd, maar mijn studie aanmerkelijk vertraagd.

Uit mijn studie heb ik vooral een analytische denkwijze meegenomen, en een liefde voor schoonheid. Wiskunde is een heel schone wetenschap, in beide betekenissen van het woord. Die liefde komt goed van pas in het werk dat ik nu doe. Grofweg bestaat mijn werk uit twee delen: schrijven en optreden. Ik tour met een eigen cabaretprogramma, ik heb een column voor NOS Studio Voetbal, een taalrubriek op radio 1 en ik schrijf wetenschapscolumns voor dagblad Trouw, samen met Daan van Eijk, natuurkundealumnus van de Universiteit Utrecht.

Die zaken bepalen eigenlijk mijn werkagenda. Mijn dagen zien er dus heel verschillend uit, afhankelijk van wat ik in de agenda heb. Als ik moet optreden (ongeveer 60 keer per jaar) vertrek ik rond drie uur van huis, ben ik om vier uur in het theater, en ’s nachts, na de voorstelling rond middernacht weer thuis.

Gemene deler van wat ik doe is dat ik graag zo liefdevol mogelijk naar de dingen in de wereld kijk. Of het nu naar de taal is, de sport of de wiskunde: overal zit iets moois in. In het theater heb ik een ander motto: de bedoeling van mijn cabaretvoorstelling is dat de bèta’s hun hart kunnen ophalen, en de alfa’s hun cijfers.

Over tien jaar hoop ik eigenlijk met net zo veel plezier hetzelfde te doen als nu. Misschien dat de focus wat verschuift, maar ik hoop dat ik in de breedte mijn drie liefdes (sport, wetenschap en taal) kan blijven bedrijven.