Onzichtbaar diergebruik
Biomedische wetenschappers doen al sinds de jaren 50 onderzoek met gekweekte cellen in het laboratorium. In de afgelopen jaren zijn er veel nieuwe celkweekmodellen ontwikkeld, zoals het genereren van geïnduceerde pluripotente stamcellen, het kweken van organoïden en de ontwikkeling van orgaan-op-een-chip modellen. Deze complexere modellen zijn steeds beter in staat om het menselijk lichaam na te bootsen en zijn dan ook een veelbelovend alternatief voor dierproeven.
Toch zijn deze modellen vaak niet volledig diervrij, omdat ze afhankelijk zijn van dierlijke producten zoals foetaal kalfsserum en basaalmembraanextracten (beter bekend onder de merknamen Matrigel, Geltrex of Cultrex).
Foetaal kalfsserum (FCS)
FCS is een serum dat wordt toegevoegd aan celkweekmedia om de groei van cellen in het lab te bevorderen. FCS is een bijproduct van de vleesindustrie, waarbij bloed wordt afgenomen van ongeboren kalfjes via een hartpunctie. Uit één kalf kan ongeveer 500 mL FCS worden verkregen. Naast ethische en duurzaamheids-gerelateerde bezwaren, zijn er ook meerdere wetenschappelijke bezwaren tegen het gebruik van FCS. Voor meer gedetailleerde informatie over het productieproces van FCS, verwijzen we naar een artikel van Thermo Fisher.
Basaalmembraanextract (BME)
BME is de gouden standaard voor het kweken van organoïden en wordt ook vaak gebruikt voor andere 3D-celkweektoepassingen. Bovendien is BME een van de meest gebruikte coatings voor het kweken van geïnduceerde pluripotente stamcellen. BME wordt geproduceerd door Engelbreth-Holm-Swarm tumorcellen in muizen te injecteren. Deze muizen worden speciaal gefokt voor de productie van BME. Wanneer de tumoren een toereikende grootte hebben bereikt, worden de muizen geëuthanaseerd en wordt het tumormateriaal geoogst. Deze tumoren kunnen uitgroeien tot 4 gram, wat overeenkomt met 15-20% van het lichaamsgewicht van de muis. Ongeveer 5 mL BME kan worden verkregen uit één muis. Op basis van de beschikbare informatie ondergaan deze muizen ernstig ongerief. Voor meer informatie over hoe BME wordt geproduceerd, verwijzen we naar de wetenschappelijke artikelen van Kibbey et al. en Kleinman et al.. Naast deze ethische bezwaren, zijn er ook veel wetenschappelijke bezwaren tegen het gebruik van BME.
Onzichtbaar diergebruik

De dieren die nodig zijn voor de productie van FCS en BME worden over het algemeen niet meegenomen in de officiële statistieken over het aantal dieren dat wordt gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden. Dit type proefdiergebruik blijft daardoor vaak onzichtbaar. Daarom heeft het 3Rs Centre Utrecht (3RCU) geïnventariseerd hoeveel FCS en BME er tussen 2015 en 2023 zijn aangeschaft binnen de Universiteit Utrecht en het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht. Deze cijfers zijn gepubliceerd in het jaarverslag 2024 van de Instantie van Dierenwelzijn Utrecht. Gemiddeld wordt er jaarlijks 795 liter FCS en 9,8 liter BME gebruikt binnen de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht, wat neerkomt op ongeveer 1600 kalveren en 2000 muizen.
Deze aantallen zijn gebaseerd op de inkoopgegevens van FCS- en BME-producten van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht. Voor BME zijn de merknamen Matrigel, Geltrex en Cultrex meegenomen. Voor FCS zijn alle FCS-gerelateerde producten meegenomen, met uitzondering van fetuïne en runderalbumine (BSA).
Het 3RCU ondersteunt onderzoekers in hun inspanningen om FCS en BME uit hun werkprotocollen te vervangen. Zo organiseren we onder andere de Werkgroep Gels en Sera. Daarnaast kunnen de FCS-free Database en BME-free Database onderzoekers helpen bij het vinden van een geschikt alternatief voor respectievelijk FCS en BME voor hun specifieke toepassing.