Opleiding functies art. 13f.3

De verplicht aanwezige functies binnen proefdierinstellingen voor toezicht op de dieren en het opleiden van personeel, zoals beschreven in art. 13f.3 en 14 in de Wet op de Dierproeven, worden hieronder genoemd.

Art 13.f

3. De fokker, leverancier en de gebruiker beschikken ter plaatse over één of meer personen die:

- verantwoordelijk zijn voor het toezicht op het welzijn en de verzorging van de dieren in de inrichting;

- ervoor zorgen dat personeelsleden die met de dieren omgaan, toegang hebben tot specifieke informatie betreffende de in de inrichting gehuisveste soorten;

- ervoor zorgen dat personeelsleden voldoende geschoold en bekwaam zijn, voortdurend worden opgeleid en onder toezicht staan totdat zij het bewijs van de vereiste bekwaamheid hebben geleverd.

4. De gebruiker beschikt over personen als bedoeld in artikel 10a1, eerste lid, die verzekeren dat:​

(...)

b. een project wordt uitgevoerd in overeenstemming met het projectvoorstel op basis waarvan een projectvergunning is verleend en indien dat niet het geval is, passende maatregelen worden getroffen om dit te corrigeren en deze maatregelen worden geregistreerd.

Benamingen functies personeel

Voor de verschillende 13f.3 functies worden de volgende benamingen gehanteerd:

  1. verantwoordelijk voor het toezicht op het welzijn en de verzorging van de dieren: functionaris dierenwelzijn
  2. ervoor zorgen dat personeelsleden die met de dieren omgaan, toegang hebben tot specifieke informatie betreffende de in de inrichting gehuisveste soorten: functionaris proefdierinformatie
  3. ervoor zorgen dat personeelsleden voldoende geschoold en bekwaam zijn, voortdurend worden opgeleid en onder toezicht staan totdat zij het bewijs van de vereiste bekwaamheid hebben geleverd: functionaris competenties

En voor 13f.4b wordt geen benaming gehanteerd, omdat het gaat om de algemene uitvoering van het project, dat verzorgd wordt door de betrokken onderzoeker of docent.

Educatie en training

De competenties van personen bedoeld in Art. 13f, derde lid, onder a, b, c van de Wet op de dierproeven (Wod) en de elementen voor educatie en training zijn hier te downloaden.

Art. 14 gaat over de aangewezen dierenarts, zoals hieronder beschreven.

Art. 14 

Iedere fokker, leverancier en gebruiker beschikt over een op het gebied van proefdiergeneeskunde deskundige dierenarts of, indien opportuun, een andere voldoende gekwalificeerde deskundige, die is belast met adviestaken met betrekking tot het welzijn en de behandeling van de dieren.

Deze personeelsfuncties liggen dicht tegen die van de Instantie voor Dierenwelzijn aan. In de praktijk zal dit betekenen dat de functies bij één of meerdere personen kunnen worden ondergebracht. Tenzij het om een kleine instelling gaat, dan kunnen deze bij één persoon liggen.