Brede Welvaartsindicator zegt meer over welvaart dan bbp

tekstballonnen - symbool voor debat

Onlangs publiceerden de Universiteit Utrecht en RaboResearch de Brede Welvaartsindicator 2021. De Brede Welvaartsindicator (BWI) geeft inzicht geeft in de ontwikkeling van de vele dimensies van welvaart in Nederland. Dat levert traditioneel discussie op met degenen die gehecht zijn aan de ogenschijnlijke eenvoud van het Bruto Binnenlands Product (bbp) als indicator van welvaart. De BWI is echter juist ontwikkeld om een completer beeld van de welvaart te krijgen. En wel degelijk van eenzelfde eenvoud. De Utrechtse hoogleraren Erik Stam en Jan Luiten van Zanden reageren op de kritiek met een verhelderend betoog op MeJudice. Onder de titel ‘De politieke neutraliteit van bbp ontmaskerd’ stellen zij dat de Brede Welvaartsindicator meer over de welvaart zegt dan het bbp.

In de Brede Welvaartsindicator 2021 werd onder andere de conclusie getrokken dat de brede welvaart is in ons land nog niet getroffen is door de coronacrisis, maar dat deze vaak later wordt geraakt en zich ook trager herstelt dan de economische groei. Om de brede welvaart na de coronacrisis niet te laten wegzakken, bepleiten de onderzoekers dat beleidsmakers daar actief op in moeten zetten. Te beginnen met een integraal beeld van de stand en ontwikkeling van brede welvaart, waarin de vele dimensie van welvaart in Nederland zijn meegenomen.

Lees het nieuwsbericht over de Brede Welvaartsindicator 2021.

Over de Brede Welvaartsindicator

De Brede Welvaartsindicator (BWI) is een initiatief van onderzoeksthema Instituties voor Open Samenlevingen van de Universiteit Utrecht in samenwerking met de onderzoeksafdeling RaboResearch van Rabobank. De cumulatieve ontwikkelingen van de regionale Brede Welvaartsindicator meet en weegt elf dimensies die het welzijn van Nederlanders weerspiegelen. Deze dimensies zijn: veiligheid, milieu, gezondheid, subjectief welzijn, balans tussen werk en privé, wonen, onderwijs, materiële welvaart, maatschappelijke betrokkenheid, sociale relaties en banen.

‘De politieke neutraliteit van bbp ontmaskerd’

Naar aanleiding van de kritiek op de Brede Welvaartsindicator die te complex en niet politiek neutraal zou zijn, schreven Erik Stam en Jan Luiten van Zanden namens de onderzoekers op MeJudice een stevige reactie, onder de titel ‘De politieke neutraliteit van bbp ontmaskerd’. Zij geven aan het debat graag aan te gaan, omdat het de wetenschap en de samenleving uiteindelijk ten goede komt:

‘De Brede Welvaartsindicator omvat elf dimensies van welvaart, waaronder inkomen, maar ook sociale contacten, gezondheid en milieu. Deze multidimensionaliteit wordt door sommigen als een zwakte gezien, zeker ten opzichte van de veronderstelde eenvoud van de leidende nauwe welvaartsindicator, bbp. Nu kunnen deze elf dimensies van welvaart in één getal gevat worden, zoals het genoemde onderzoek laat zien, en daarmee dus eenzelfde “eenvoud” als het bbp bereiken, met de Brede Welvaartsindicator

Op het bbp is bovendien ook wel wat af te dingen:

‘Maar wie zich in deze materie verdiept weet dat bbp niet neutraal is. Om te beginnen omdat er geen neutrale concepten bestaan – bij alles wat we meten maken we ‘politieke’, ‘ethische’ keuzes. Het bbp meet het totaal van wat er in een land in een jaar voor de markt wordt geproduceerd. De veronderstelling dat dit welvaart meet, en alles wat erbuiten valt niet tot welvaart behoort staat bol van politieke keuzes. Dat betekent bijvoorbeeld dat dure medische behandelingen meetellen en onbetaalde preventie niet; dat betaalde seks meegenomen wordt, de liefde onbetaald bedrijven niet; dat het verhandelen van een nier een bijdrage levert, het zonder meer doneren van een nier niet. 

De auteurs geven nog meer sprekende voorbeelden, en stellen bovendien vast:

‘Je zou kunnen zeggen dat er toch wel enige samenhang is met bbp en andere maten van welvaart, en dat bbp misschien wel de minst slechte maat van welvaart is. Dit geldt voor welvaart in landen met een laag niveau bbp/hoofd, maar vanaf circa $5000 per capita niet meer (zie Van Zanden et al. 2014). Dit betekent hoe geavanceerder de economie, des te minder bbp een adequate indicator is van welvaart.’

Uiteindelijk concluderen Stam en Luiten van Zanden:

‘De ontwikkeling van de Brede Welvaartindicator blijkt behoorlijk robuust te zijn voor het gebruik van verschillende wegingsschema’s. Dat deze wegingen niet in beton zijn gegoten, en per land en tijdperk kunnen veranderen is ons inziens een van de (wetenschappelijke) voordelen van de Brede Welvaartsindicator. Het reflecteert de volle rijkdom van het leven, zoals we ook tijdens de huidige pandemie weer ontdekken. Dat dit niet politiek neutraal is, kunnen we maar beter expliciteren dan maskeren, zoals in de discussie rondom bbp is gebeurd.’