FAQ

Wat kan een school nu het beste doen tegen pesten?

Een school kan deze zes stappen zetten:

  1. Als basis werken aan een veilig schoolklimaat met betrokken en aanspreekbare leerkrachten, een positieve open cultuur, heldere klassenregels en klassenmanagement.
  2. Systematisch monitoren hoe(veel) leerlingen aangeven gepest te worden. Doe dit ieder half jaar. U kunt dan vaststellen of uw handelen daadwerkelijk pesten vermindert of voorkomt. Als de resultaten daar aanleiding toe geven kunt u uw handelen aanpassen (u kunt hiervoor de monitor uit het onderzoek gebruiken).
  3. Als pesten meer voorkomt kunt u in het primair onderwijs een effectief programma inzetten dat bij de school past, zoals PRIMA, KiVa, of bij jonge kinderen Taakspel. Inzet van de Kanjertraining is te overwegen in klassen met veel conflicten, al is het bewijs daarvoor wat minder sterk. Eerder onderzoek vond ook eerste aanwijzingen voor effecten van Plezier Op School en SW PBS. In het voortgezet onderwijs is er nog voor geen enkel programma sterk bewijs voor effecten op pesten. Een aantal programma’s kent wel varianten voor het voortgezet onderwijs.
    Hierbij is het belangrijk ook te overwegen of het programma past in bredere doelen van de school (denk aan het stimuleren van prosociaal gedrag, burgerschap en dergelijke) en bij leerlingen en visie (Taakspel is bijvoorbeeld wat minder ‘talig’ met vastere regels, terwijl KiVa wat meer op democratisch beslissen en groepsgesprekken gericht is).
  4. Als kinderen die pesten daarnaast veel ander probleemgedrag vertonen is Alles Kidzzz voor deze kinderen effectief gebleken. Het is daarnaast raadzaam het gedrag van deze kinderen met ouders, IB-er, Zorg Advies Team en/of wijkteam te bespreken.
  5. Blijf alert op de manier waarop u de gekozen aanpak uitvoert: in de praktijk worden programma’s veelal matig uitgevoerd, waarbij leerkrachten nogal eens aangeven zich er in de hectiek van alledag niet voldoende in te kunnen bekwamen. Dit heeft direct invloed op de effectiviteit van het antipestprogramma.
  6. Meet na verloop van tijd met de leerlingen weer of het pesten daadwerkelijk verminderd is.
Ik wil met onze school (of de school van mijn kinderen) nagaan hoeveel leerlingen gepest worden. Wat moet ik doen?

Dat is goed mogelijk. Het is belangrijk dit zo te doen dat het de essentiële informatie oplevert die nodig is om pesten aan te pakken en ook voldoet aan de wettelijke eisen van de wet veiligheid op school.
De onderwijsinspectie heeft daartoe met een aantal monitors/volgsystemen afspraken gemaakt over aanleveren en interpretatie van gegevens, waaronder de in ons onderzoek gebruikte monitor. Uit de monitor komen rapportages per klas en per school, waarop direct te zien is hoeveel er gepest wordt, hoe dit zich verhoudt tot andere scholen in Nederland en of er vooruitgang wordt geboekt.

Waarom is er zoveel belangstelling voor pesten, en minder voor, bijvoorbeeld, vandalisme, agressieve ouders, discriminatie?

Het voorkomen en tegengaan van pesten is heel belangrijk omdat pesten en gepest worden de focus op het leren en de onderwijsprestaties dramatisch kan verminderen (bij álle betrokkenen, óók de omstanders). Maar ook omdat pesten en gepest worden negatieve invloed hebben op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, met soms ingrijpende gevolgen die zelfs op latere leeftijd doorwerken.

Hoeveel kinderen worden er nu eigenlijk gepest op de basisschool? Is dat meer of minder dan vroeger? Zijn er verschillen binnen Nederland? Wat is de rol van de onderzochte programma’s hierin?

Ongeveer 1/3 van de kinderen wordt wel eens gepest. Zo’n 7% van de kinderen (1 op 14) wordt meerdere keren per week gepest, en 4 op de 5 van hen ook al in het vorige schooljaar. Deze cijfers komen vrij stabiel uit meerdere onderzoeken de afgelopen jaren.
Over toe- of afname in Nederland is weinig bekend, en nog minder over de rol die programma’s hierin spelen. Volgens onderzoek van De Looze uit 2014 zou in Nederland pestgedrag geleidelijk zijn afgenomen tussen 2001 en 2013. Dat geldt ook voor West-Europa m.u.v. het VK. Dat zou kunnen komen door de toegenomen aandacht voor het terugdringen van pesten. De tweejaarlijkse monitoring sociale veiligheid die OCW in het po/vo afneemt laat van 2014-2016 een voorzichtige daling zien van leerlingen die zich onveilig voelen. In het najaar van 2018 komt er een volgende meting uit.
Grootschalige invoering van KiVa in heel Finland heeft wel laten zien dat invoering van dit programma in het hele land tot een afname van pesten heeft geleid. Deskundigen maken daarbij wel de aantekening dat de context in Finland anders is door centrale invoering van een programma, meer uniformiteit in de lerarenopleiding en hoger opgeleide leerkrachten met een lagere werkdruk.

Wat is nu het verschil tussen het antipestprotocol en een antipestprogramma?

Het protocol is ondersteunend bij het handelen op het moment dat zich een pestincident voordoet. De docenten kunnen aan de hand daarvan op dat moment de juiste dingen doen, in de juiste volgorde. Een programma behelst een systematische en methodisch doordachte aanpak over langere tijd om te voorkomen dat zulke incidenten zich voordoen, die berust op een onderbouwde theorie, en die in de praktijk is getoetst.

Kan een goede leraar niet zonder zo’n programma? Is bij een goede leraar niet automatisch de sfeer in de klas goed/ veilig?

Er zijn leerkrachten en klassen waar ook zonder programma helemaal niet gepest wordt. Dan is een programma ook niet nodig. Essentieel is wel dat een leerkracht dit zelf niet goed kan inschatten tenzij hij/zij kinderen hier zelf vertrouwelijk informatie over laat invullen. Een derde van de meerdere keren per week gepeste kinderen verzwijgt dit immers tegenover de leerkracht en ouders.
De onderwijsinspectie heeft daartoe met een aantal monitors/volgsystemen afspraken gemaakt over aanleveren en interpretatie van gegevens, waaronder de in ons onderzoek gebruikte monitor. Uit de monitor komen rapportages per klas en per school, waarop direct te zien is hoeveel er gepest wordt, hoe dit zich verhoudt tot andere scholen in Nederland en of er vooruitgang wordt geboekt.

Het lijkt alsof pesten op school een zaak is tussen leerling en leerkrachten. Waar zijn de ouders?

Ouders vervullen een belangrijke rol bij het voorkomen en tegengaan van pesten. Het is dan ook belangrijk dat de school hen betrekt bij het antipestbeleid van de school, en hen vroegtijdig inlicht en betrekt bij pestincidenten. Het betrekken van ouders is ook onderdeel van de meeste door ons onderzochte programma’s.

Gaat OCW nog de verplichting instellen om te werken met een ‘goedgekeurd’ programma?

Met de huidige wet sociale veiligheid worden scholen verplicht aannemelijk te maken dat zij effectief pesten voorkomen of verminderen. Daarnaast dienen zij jaarlijks te monitoren hoe het staat met de beleving van de sociale veiligheid van de leerlingen. Indien de resultaten van die monitoring daartoe aanleiding geven, dient de school maatregelen te nemen om de sociale veiligheid te verbeteren. Daarbij kan een antipestprogramma worden ingezet. De school dient zich dan te oriënteren op een effectieve aanpak die past bij de visie van de school.

Zou niet elke school met 1 en hetzelfde programma moeten werken (en dus een verplichting van bovenaf)?

Nee, er zijn meerdere programma’s ongeveer even effectief. Bovendien zal op sommige scholen geen programma nodig zijn, en zal op andere scholen veel meer aan de hand zijn dan alleen met een programma kan worden opgelost. Ook blijkt het ene programma beter bij de visie op sociale veiligheid, burgerschapsvorming, et cetera van een school te passen dan een ander programma. Daarnaast blijkt dat programma’s zelfs door gemotiveerde docententeams niet volledig worden uitgevoerd. Bij een verplichting van bovenaf zal de uitvoering waarschijnlijk nog minder goed zijn.
Er is wel al een verplichting om sociale veiligheid te bevorderen en een verplichting om kinderen die hulp behoeven effectieve hulp te bieden (resp. wet sociale veiligheid en jeugdwet). Scholen zijn dus verplicht om aan te geven hoe zij pesten effectief tegengaan.

Waar moeten ouders op letten als ze voor hun kind een prettige/ veilige school zoeken waar niet of nauwelijks wordt gepest?

Scholen brengen verplicht jaarlijks de sociale veiligheid volgens de leerlingen in kaart en rapporteren dit aan de inspectie. Ouders kunnen kijken naar www.scholenopdekaart.nl, bij de school de gegevens van de monitoring sociale veiligheid opvragen en bij de school informeren over pestprotocol en effectiviteit van gebruikte programma’s.
Daarnaast is het natuurlijk belangrijk om met hun kind de sfeer op school te proeven en te kijken of er een ‘klik’ is met de school.

Wat kan een middelbare school / een school voor speciaal onderwijs nu het beste doen tegen pesten?

Voor voortgezet en speciaal onderwijs bestaat nog geen in Nederland bewezen effectief programma tegen pesten. Een aantal programma’s kent wel varianten voor het voortgezet of speciaal onderwijs.
Dat er nog geen sterk bewijs voor een programma is wil zeker niet zeggen dat deze scholen niets kunnen doen! Pesten wordt sterk beïnvloed door schoolklimaat, schoolregels en pedagogische vaardigheden van leerkrachten en directie. Het is dus zeer belangrijk dat scholen daarin investeren, zo nodig met hulp van externe begeleiding vanuit begeleiders passend onderwijs, schoolpsychologen en samenwerkingsverband.

Wat betekent dit nu voor de antipestprogramma’s die niet zijn onderzocht; moeten scholen die helemaal niet gebruiken?

Van programma’s die niet zijn onderzocht hebben wij uiteraard niet kunnen aantonen dat ze werken. Wij hebben ook niet aangetoond dat ze NIET zouden werken.
De Commissie Anti-pestprogramma’s heeft in 2014 op basis van de toenmalige kennis over pesten aangegeven dat twee programma’s kansrijk zijn die wij niet afdoende hebben kunnen onderzoeken, maar waar wel eerder (buitenlands) onderzoek met positieve effecten gedaan is. Dit zijn Plezier op School en SW PBS. Voor inzet van deze programma’s is dus zeker iets te zeggen op basis van eerder onderzoek.
Effecten van de overige niet door ons onderzochte programma’s op pesten zijn volgens de Commissie Anti-pestprogramma’s niet erg waarschijnlijk. Als een school voor één van deze programma’s kiest is het dus volgens deze commissie onzeker of er wel effect op pesten van verwacht mag worden. Als uit toekomstig onderzoek zou blijken dat één van deze programma’s wel pesten vermindert zal de Erkenningscommissie Interventies zeer waarschijnlijk een positievere beoordeling geven.
Het is belangrijk dat een deel van deze programma’s ook niet specifiek tegen pesten bedoeld is, en wel degelijk door een school gebruikt kan worden om bijvoorbeeld burgerschap te bevorderen, sociale vaardigheden te vergroten, of de sociaal-emotionele ontwikkeling te ondersteunen. In de databank Effectieve jeugdinterventies is aangegeven wat bekend is over effectiviteit van programma’s voor meer uitkomsten dan pesten. U vindt deze databank op www.jeugdinterventies.nl.

Waarom staan de veel gebruikte programma’s Rots en Water en Vreedzame School niet in het lijstje van onderzochte programma’s?

Rots en Water is in 2014 door de Commissie Anti-pestprogramma’s niet beoordeeld als kansrijk in het tegengaan van pesten en onlangs door de Erkenningscommissie Interventies niet erkend als goed onderbouwd voor het tegengaan van andere psychosociale problemen op school. Beide commissies vinden het onvoldoende aannemelijk dat het doen van fysieke contactoefeningen met leerlingen tot positieve uitkomsten leidt en niet belastend is voor kwetsbare leerlingen. Momenteel loopt echter een grootschalig effectonderzoek naar Rots en Water waaruit zal blijken wat feitelijk de effecten van Rots en Water zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van het door ‘Wat Werkt Tegen Pesten’ gebruikte instrumentarium, dat belangeloos aan de onderzoekers van Rots en Water ter beschikking is gesteld.
De Vreedzame School is door de Commissie Anti-pestprogramma’s wel als kansrijk beoordeeld en kwam daarmee in aanmerking voor onderzoek binnen het huidige project. De Vreedzame school heeft echter van deelname afgezien omdat het niet op effecten op pesten beoordeeld wil worden vanwege de bredere doelstelling van het programma. Dit was dus een keuze van de Vreedzame school zelf.

Hebben sommige programma’s juist een negatieve uitwerking, zoals wel eens gesuggereerd wordt?

Er zijn geen grote negatieve of schadelijke effecten gevonden voor de door ons onderzochte programma’s. PAD, SW PBS en Taakspel hebben in het huidige onderzoek wel kleine negatieve bijeffecten als zij slecht worden uitgevoerd. In eerder onderzoek bij betere uitvoering was dit niet het geval.
De grootste zorgen over mogelijke negatieve effecten bestonden (en bestaan) over enkele van de programma’s die al in 2014 door de Commissie Anti-pestprogramma’s zijn afgekeurd, en die daarom nu niet zijn onderzocht. Het gaat dan vooral om negatieve effecten van het publiekelijk vernederen van vermeende pesters (waarvan een deel ook gepest wordt), het gebruik van vechtsporten (dat soms samengaat met een toename van agressie) en het uitoefenen van druk op leerlingen om publiekelijk te zeggen dat zij gepest worden (omdat dit tot meer pesten zou kunnen leiden en/of traumatiserend zou kunnen zijn).

Heeft het wel zin om scholen te belasten met het meten van pesten voor de inspectie? Er is toch al bureaucratie genoeg? Hoe past dit in het doorbreken van het woud aan regels en formulieren waar het onderwijs mee te maken heeft?

Uit dit onderzoek is gebleken dat het zeker veel zin heeft om leerlingen systematisch aan te laten geven of zij en hun klasgenoten gepest worden. Leerkrachten en ouders kunnen dit moeilijk inschatten omdat veel kinderen het pesten en gepest worden voor hen geheim houden en het buiten hun blikveld (buiten school, via social media) gebeurt. Leerlingen moeten het dus zelf vertrouwelijk kunnen aangeven.
Het is essentieel om op deze manier na te gaan of het beleid van de school ook daadwerkelijk pesten vermindert, omdat de situatie van iedere klas en school weer anders is, en de gemiddelde effecten uit onderzoek niet op iedere school even groot zullen zijn.
Wij begrijpen dat dit een taak is die van leerkrachten en scholen enige inspanning vraagt, maar het voorkomen van pesten op school is een basisvoorwaarde voor goed onderwijs, die voorwaardelijk is om met leerlingen aan leren toe te komen (zie wet veilig op school en verklaring rechten van het kind).

Worden de nu onderzochte programma over enige tijd nog een keer onderzocht op effectiviteit?

Dat zou zeker goed zijn, want we moeten beter begrijpen hoe lang effecten blijven, en welke kinderen en klassen er meer of minder baat bij hebben. Het consortium Wat Werkt Tegen Pesten heeft daarvoor echter geen opdracht en geen middelen. Wel stelt het consortium de instrumenten, data en methoden ter beschikking om vervolgonderzoek mogelijk te maken.
Er zal echter geen nieuwe beoordeling komen specifiek voor effectiviteit op pesten. De beoordelingen van programma’s worden vanaf nu weer verzorgd door de Erkennningscommissie Interventies (www.nji.nl/erkenning) die naast effecten op pesten ook naar andere relevante effecten kijken.