UiL OTS onderzoekers willen hun expertise graag inzetten buiten de academische wereld, bijvoorbeeld waar het gaat over tweetaligheid, begrijpelijke taal, of de gebruikersvriendelijkheid van gemeentelijke websites.
    

App helpt docenten Nederlands bij les aan anderstaligen

De recente stroom van migranten naar Nederland vraagt nieuwe aandacht voor het onderwijs in Nederlands als tweede taal (NT2). In de huidige praktijk houden NT2-docenten meestal geen rekening met de mogelijke invloed van de moedertaal van de leerlingen op het leerproces. Docenten geven aan behoefte te hebben aan meer toegankelijke kennis hierover. Het project ‘Moedertaal in NT2’ voorziet in die behoefte door de ontwikkeling van een app, die voor de meest gangbare moedertalen de cruciale verschillen met het Nederlands geeft, inclusief oefeningen om juist die aspecten te trainen.

Neem voor meer informatie contact op met dr. Sterre Leufkens en bekijk de ontwikkelingen van dit project op de website Moedertaal in NT2.

Lees meer over het project en de app

De app anticipeert op problemen die specifiek zijn voor sprekers van een bepaalde moedertaal. Dat het woordje ‘er’ in het Nederlands moeilijk is, geldt voor elke NT2’er en daaraan wordt dan ook in elke NT2-methode uitgebreid aandacht besteed. Maar dat bijvoorbeeld het Turks geen onderscheid tussen ‘hij’ en ‘zij’ kent, kan problemen opleveren die geen speciale aandacht krijgen in de lesmethodes. Juist dit soort kennis kan een docent helpen problemen te voorkomen of verhelpen.

Moedertaal in NT2

Het project bestaat uit drie delen:

  • Het ontwikkelen van contrastieve analyses, oftewel overzichten van de cruciale verschillen tussen het Nederlands en talen als Syrisch en Marokkaans Arabisch, Turks, Pools, Tigrinya, etc.
  • Het ontwikkelen van goede oefeningen waarin de contrasterende elementen getraind worden.
  • Het ontwikkelen van een app die de analyses en de bijbehorende oefeningen op een gebruiksvriendelijke manier aanbiedt.

Het project biedt een enorme kans om het NT2-onderwijs effectiever, beter en succesvoller te maken door docenten kennis aan te bieden waarmee ze gericht met hun cursisten specifieke problemen kunnen voorkomen of oplossen. Als zodanig biedt het een concrete oplossing voor een urgente maatschappelijke kwestie.

In dit project werken onderzoekers van het Utrecht Institute of Linguistics samen met organisaties op het gebied (onderzoek naar) onderwijs, Nederlands als tweede taal, en taaltechnologie.

Zie voor meer vakinhoudelijke informatie (in het Engels) het blog van de onderzoeksgroep Language Structure, Variation and Change.

Taal en migratie

De herkomst van migranten wordt steeds diverser, waardoor een toenemend diverse meertalige gemeenschap ontstaat, en taal- en cultuurverschillen een steeds belangrijkere rol gaan spelen in bijvoorbeeld het onderwijs, de rechtspraak en de gezondheidszorg. Een team van onderzoekers richt zich op de effecten van migratie op taalstructuur en taalgebruik in verschillende sociale domeinen, en op de linguistische factoren die bijdragen aan het wel of niet succesvol cultureel integreren en participeren op de arbeidsmarkt. Neem voor meer informatie contact op met dr. Jacomine Nortier.

Lees meer over taal en migratie

Hoewel veel mensen menen dat Europa sinds halverwege de jaren tachtig wordt geplaagd door toenemende aantallen migranten, is migratie geen nieuw fenomeen. De Gouden Eeuw zou niet hebben kunnen plaatsvinden zonder de grote groepen immigranten die naar Nederland kwamen op zoek naar veiligheid en werk. In de 17e eeuw had een op de drie inwoners van Amsterdam een buitenlandse achtergrond. De opvattingen die Bredero hierover beschrijft in zijn beroemde toneelstuk ‘Spaanschen Brabander’, geschreven in 1617, zijn niet anders dan wat we tegenwoordig horen.

Een van de parallellen tussen migratie toen en nu is de rol van taal. Flexibiliteit en aanpassingsvermogen aan veranderingen helpen de mensheid te overleven, en taal is hiervoor een onmisbaar instrument. Een taal biedt zijn gebruikers zowel het model als de middelen om functionele en betekenisvolle relaties aan te gaan met de omgeving.

De herkomst van migranten wordt steeds diverser. Verplaatsingen van mensen, ongeacht de oorzaak, betekenen ook verplaatsingen van talen. Er ontstaat dus een toenemend diverse meertalige gemeenschap, waardoor taal- en cultuurverschillen een steeds belangrijkere rol gaan spelen in bijvoorbeeld het onderwijs, de rechtspraak en de gezondheidszorg.
 

  • Aan de ene kant kan een gebrekkige vaardigheid in de taal van het vestigingsland migranten ervan weerhouden hun potentieel volledig te benutten en de economische voordelen die uit internationale mobiliteit kunnen voortkomen doen afnemen. Uit de literatuur blijkt dat zowel de vaardigheid in de taal van het vestigingsland als de mogelijkheid om deze snel te leren zeer belangrijk zijn om succesvol cultureel te kunnen integreren en te participeren op de arbeidsmarkt.
     
  • Aan de andere kant bestaat linguïstisch kapitaal uit meer dan de talen die immigranten moeten leren. Het talige erfgoed van immigranten maakt deel uit van hun identiteit en vaardigheden en moet worden erkend als een belangrijke bron van verrijking voor zowel de ontvangende als de gemigreerde gemeenschappen. Op deze manier kan individuele meertaligheid gebruikt worden om de verwerving van het Nederlands te faciliteren.

De ‘taal en migratie’-groep wil zich richten op de uitdagingen van migratie vanuit beide perspectieven, die elkaar niet uitsluiten, maar juist versterken. De groep bestaat uit experts op het gebied van taal en onderwijs (dr. Sergio Baauw, dr. Ellen-Petra Kester, dr. Emmanuelle Le Pichon-Vorstman, dr. Jacomine Nortier), taalcontact (dr. Margot van den Berg,  Jacomine Nortier), taalbeleid (Ellen-Petra Kester, Jacomine Nortier).

Tweetalig opgroeien

Tweetalig opgroeien

Kunnen kinderen twee talen tegelijk leren? Wat is de beste leeftijd voor kinderen om een tweede taal te gaan leren? Deze vragen komen aan bod in de workshops over tweetaligheid en tweetalige opvoeding door een team van onderzoekers, waaronder dr. Manuela Pinto en dr. Ivana Brasileiro van het UiL OTS. Meer informatie voor ouders en andere opvoeders vindt u op: www.tweetaligopgroeien.org.

Diversiteit in taal en cultuur op de lagere school

Kinderen die niet dezelfde cultuur of taal hebben als de leerkracht kunnen een uitdaging vormen in de dagelijkse gang van zaken in de klas, en het kan moeilijk zijn voor de leerkracht om een juiste inschatting te maken van het prestatieniveau van het kind. Met onze workshops helpen we leerkrachten en managers van scholen te begrijpen hoe een kind een nieuwe taal leert, en wat de eigen taal en de nieuwe taal voor het kind kunnen betekenen. Ook is er aandacht voor eventuele problemen rondom het meertalige kind, en hoe school en ouder deze kinderen het beste kunnen begeleiden. De workshops zijn ook interessant voor het management van linguïstische en culturele diversiteit op scholen.

Voor meer informatie: lees meer over het 'Transitions and Multilingualism Project' (TRAM) of neem contact met UiL OTS-onderzoekers dr. Emmanuelle Le Pichon en dr. Sergio Baauw.

Communicatie over hypotheken en pensioenen

Begrijpelijke taal

De overheid noemt begrijpelijke taal – of beter gezegd het gebrek daaraan – als een van de top-10 knelpunten in de dienstverlening aan burgers. Ook banken, verzekeraars, ziekenhuizen en talloze andere bedrijven investeren in begrijpelijk taalgebruik. Maar wat weten we over factoren die teksten moeilijk maken? Utrechtse taalwetenschappers onderzoeken dit in het NWO-programma Begrijpelijke taal. In het kader van dit programma hebben zij onder andere de Kennisbank Begrijpelijke Taal opgezet, die honderden onderzoeken en artikelen over de begrijpelijkheid van teksten en documenten bevat.

Voorbeelden van projecten op het gebied van begrijpelijke taal:

Neem voor meer informatie contact op met prof. dr. Leo Lentz.

Leo Lentz en Henk Pander Maat over het onderzoek naar pensioen- en hypotheekcommunicatie

Evaluatie van gemeentelijke websites

Onder leiding van prof. dr. Leo Lentz hebben onderzoekers van het UiL OTS de Website Evaluation Questionnaire (WEQ) ontwikkeld, een vragenlijst waarmee gemeenten snel inzicht kunnen krijgen in hoe gebruikers hun website beoordelen. De vragenlijst is al door diverse gemeenten gebruikt, waaronder Utrecht, Purmerend, Wijchen, Apeldoorn en Deventer.

Wilt u meer weten, bekijk dan de Website Evaluation Questionnaire website of neem contact op met prof. dr. Leo Lentz.

Het Babylab van de Universiteit Utrecht

Zelf meedoen aan taalonderzoek

In de geavanceerde labs van het UiL OTS kunt u als proefpersoon meedoen aan allerlei lees-, luister- en spraakexperimenten. Zo draagt u bij aan beter inzicht in hoe mensen gesproken en geschreven taal begrijpen en produceren. Er is een speciaal lab voor onderzoek naar taalontwikkeling bij baby’s en jonge kinderen.

Wilt u uzelf of uw kind opgeven om mee te doen? Ga dan naar:

Onderzoek in het Babylab van de Universiteit Utrecht