Anders zijn dan leeftijdsgenoten: onthouders van criminaliteit tijdens de adolescentie

Criminaliteit en adolescentie

De meeste jongeren vertonen in zekere mate criminaliteit, middelengebruik of andere vormen van strafbaar gedrag. Toch is er een klein aantal jongeren dat helemaal geen strafbaar gedrag vertoont. Natalie Mercer en collega’s onderzochten de eigenschappen van jongeren die zich onthouden van crimineel gedrag, en vergeleken deze met de eigenschappen van jongeren die wel experimenteerden met criminaliteit.

De deelnemers waren 497 Nederlandse jongeren (waarvan 283 jongens) van 13 tot 18 jaar van de studie Research on Adolescent Development and Relationships (RADAR). De jongeren vulden gedurende zes jaar jaarlijks vragenlijsten in over sociale fobie, ordelijkheid, ervaren moederlijke steun en controle, schoolfunctioneren, tijd met leeftijdsgenoten en crimineel gedrag. De beste vrienden van de deelnemers vulden jaarlijks vragenlijsten in over crimineel gedrag. De jongeren werden opgesplitst in drie groepen:

  1. onthouders (10% van de totale groep jongeren) rapporteerden helemaal geen crimineel gedrag gedurende de periode van zes jaar;
  2. experimenteerders (66%) vertoonden weinig crimineel gedrag, en dit gedrag nam tijdens de periode van zes jaar af; en
  3. delinquenten (24%) vertoonden meer crimineel gedrag in de vroege adolescentie dat minder sterk afnam dan bij de andere groep.

Analyses waarin de onthouders met de experimenterende groep werden vergeleken, toonden aan dat jongeren die ordelijker en angstiger waren, en ook jongeren die minder steun van hun moeder ervoeren, minder tijd besteedden met leeftijdsgenoten, wat onthouding van crimineel gedrag voorspelde. Vervolgens werd onderzocht of de mate waarin de beste vriend van de jongere crimineel gedrag vertoonde, de samenhang tussen tijd besteed met leeftijdsgenoten en crimineel gedrag kon beïnvloeden. Tijd met leeftijdsgenoten voorspelde het experimenteren met crimineel gedrag alleen voor jongeren met een experimenterende beste vriend. Jongeren die laag scoorden op angst en weinig moederlijke controle ervoeren, spendeerden meestal meer tijd met leeftijdsgenoten. Meer tijd spenderen met leeftijdsgenoten voorspelde vervolgens het vertonen van crimineel gedrag. In de groep van delinquente jongeren voorspelde gespendeerde tijd met leeftijdsgenoten delinquent gedrag ongeacht het gedrag van hun beste vriend.

Adolescenten en angstige gevoelens

Deze bevinden suggereren dat jongeren die nooit crimineel gedrag vertonen, angstiger kunnen zijn dan hun leeftijdsgenoten. Dit is in overeenstemming met het idee dat het vertonen van enig crimineel gedrag normaal is in de adolescentie, en dat onthouders van crimineel gedrag dus atypisch en zorgwekkend kunnen zijn. Jongeren die nooit crimineel gedrag vertonen zijn echter ook ordelijker dan hun leeftijdsgenoten, wat suggereert dat deze jongeren bewust en weloverwogen gekozen hebben om geen crimineel gedrag te vertonen, in plaats van dat onthouding een teken van angst of desinteresse in leeftijdsgenoten is.

Zie: Mercer, N., Keijsers, L., Crocetti, E., Branje, S., & Meeus, W. (2016). Adolescent abstention from delinquency: Examining the mediating role of time spent with (delinquent) peers. Journal of Research on Adolescence.  DOI: 10.1111/jora.12246