Alternatieve dierproeven worden ingezet waar mogelijk
Waar mogelijk worden alternatieven ingezet voor dierproeven

Als er dierproeven worden uitgevoerd, gebeurt dit op een verantwoorde manier. Dat betekent dat er zoveel mogelijk gestreefd wordt naar vervanging, vermindering en verfijning van proefdiergebruik, de zogenaamde 3 V’s. Hier is de afgelopen jaren grote vooruitgang mee geboekt: steeds meer onderzoek kan worden uitgevoerd met minder of zonder proefdieren, maar (nog) niet alle onderzoek kan met alternatieve methoden uitgevoerd worden.

Voortrekker

De Universiteit Utrecht is voortrekker op het gebied van alternatieven voor dierproeven in Nederland. Al in 1983 werd in Utrecht de eerste leerstoel Proefdierkunde in Nederland ingesteld. Dit is nu de leerstoel Dierenwelzijn en proefdierkunde.

Verder heeft de Universiteit Utrecht sinds 2000 de eerste leerstoel ‘Alternatieven voor Dierproeven’ en was er van 2008 tot 2014 de leerstoel ‘Alternatieven voor Dierproeven in de Toxicologische Risicobeoordeling’.

De activiteiten en resultaten op het gebied van alternatieven worden actief uitgedragen. Zo kunnen ook anderen ze toepassen, en kunnen ze indien passend opgenomen worden in richtlijnen. Ondanks alle ontwikkelingen op het gebied van de 3 V’s is het niet realistisch om te denken dat biomedisch onderzoek op korte termijn zonder proefdieren kan.

Opvoelkoe, alternatief voor proefdieren
Een zogenaamde 'opvoelkoe' als alternatief voor gebruik van proefdier-koeien

De 3 V’s: vervanging, vermindering en verfijning

Bij de planning en uitvoering van dierproeven streven de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht altijd naar vervanging, vermindering en verfijning van de dierproef, de zogenaamde 3 V’s:

 

  • Vervanging: de dierproef wordt vervangen door een alternatief zonder proefdieren.
  • Vermindering: het aantal dieren per proef wordt zo veel mogelijk verminderd.
  • Verfijning: het ongerief (pijn/ongemak) van de proefdieren wordt zo veel mogelijk voorkomen, voor, tijdens en na de proef.

De ontwikkeling en inzet van de 3V-methoden hebben over de afgelopen 35 jaar bijgedragen aan grote verbeteringen. Het proefdiergebruik is verminderd, de belasting van de proefdieren is verminderd, het welzijn van de proefdieren is verbeterd en het gebruik van alternatieve methoden is toegenomen.

In januari 2004 is binnen de faculteit Diergeneeskunde het departement Dier in Wetenschap & Maatschappij (DWM) ingericht. Dit kenniscentrum draagt bij aan het welzijn van dieren door middel van onderzoek, onderwijs en communicatie. Hier is tevens het 3V-centrum Utrecht Life Sciences ondergebracht, dat informatie biedt over alternatieven.