De ontwikkeling en registratie, prijs, en feitelijke beschikbaarheid en toegankelijkheid van (nieuwe) geneesmiddelen staat meer en meer onder druk. De multisectoriële problematiek in alle fasen van de totale ‘levensloop’ van een geneesmiddel (grofweg: ontwikkeling – registratie – patiënt gebruik) roept multidisciplinaire vragen op, ook vanuit een mensenrechtenperspectief.

Wanneer kan men spreken van legitieme besluitvorming, ook als het wetenschappelijk bewijs dat ten grondslag ligt aan het registreren van een nieuw geneesmiddel onzekere risico’s met zich mee brengt? Hoe gaat men om met manifeste en niet-manifeste conflicten van regelgeving? Maar ook, wat is de verantwoordelijkheid van regulatoire agentschappen zoals het CBG in global drug development en wat betekent het als men spreekt over de patiënt als rechthebbende?

Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met het Ethiek Instituut van de Universiteit Utrecht en het Global Health Law Groningen Onderzoekscentrum van de afdeling Internationaal Recht van de Rijksuniversiteit Groningen. Het onderzoek van 1 jaar wordt gefinancierd door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.