Studiedossier
Het studiedossier (inclusief het werkprotocol) wordt tijdens de uitvoering van de dierproef dicht bij de betreffende dieren bewaard, zodat het beschikbaar is voor medewerkers van de proefdierlocatie, onderzoekers, IvD-medewerkers, NVWA-inspecteurs en ISO/AAALAC-auditors, etc.
Onderzoekers en proefdierlocatiemedewerkers die actief zijn in de betreffende studie moeten hun handelingen, welzijnswaarnemingen en correspondentie in één studiedossier bijhouden. Zij gebruiken de betreffende formulieren gezamenlijk. Een studiedossier bevat de volgende onderdelen:
In het werkprotocol wordt de uitvoering van een dierproef en alles wat daarmee te maken heeft beschreven. Denk hierbij aan contactgegevens van betrokken personen, beschrijving onderzoek en statistiek, de aantallen dieren en huisvesting. Maar ook de planning van experimentele handelingen, pijnstilling, welzijnscontrole en humane eindpunt.
De Verantwoordelijk Uitvoerende (VU) is de onderzoeker die de dierproef opzet en uitvoert, te beginnen met het beschrijven in het werkprotocol. Dit kan de Verantwoordelijk Onderzoeker (VO) zijn die is vermeld in de projectvergunning of een andere bij het project betrokken onderzoeker (bijvoorbeeld een aio). De VU moet altijd de art. 9-bevoegdheid hebben.
Het werkprotocol wordt ook gebruikt wanneer er handelingen met dieren worden uitgevoerd maar er vanuit de wet geen sprake is van een dierproef. Bijvoorbeeld gezondheidsbewaking of handelingen met dieren in het kader van onderwijs of onderzoek die ‘beneden-drempelig’ zijn. Ook die protocollen worden door de IvD beoordeeld.
Hoe je een werkprotocol kunt laten beoordelen lees je terug in de infographic Route indienen werkprotocol (pdf).
De feitelijke vastlegging van uitvoering van experimentele handelingen (anders dan het eerder genoemde welzijnsdagboek) wordt gedaan in de handelingenlijst. In de handelingenlijst dient een strikte chronologische volgorde (tijd-as) van uit te voeren handelingen per groep te worden beschreven, om het zo toezichthouders (bijvoorbeeld de NVWA, de IvD) mogelijk te maken om makkelijk na te gaan of vooraf geplande experimentele handelingen in lijn met de planning in het WP worden uitgevoerd en in welk stadium van de proef de dieren zich op dat moment bevinden.
De handelingenlijst is een maatwerkdocument. Je bent vrij om hier een voor jouw situatie passend document voor op te stellen. Deze handelingenlijst kun je maken voor groepen of individuele dieren. De handelingenlijst dient te zijn afgestemd met alle betrokkenen van het dierexperiment (de dierfaciliteit en alle personen vermeld in tabel 4 van het WP).
Bij het maken van een handelingenlijst moeten in ieder geval de volgende punten aan bod komen:
- WP-nummer;
- Auteur(s) HL / Verantwoordelijk uitvoerende;
- Identificatie van de (groep van) dieren die het experiment doorlopen. (Let op dat hierbij wel de blindering gehandhaafd blijft);
- Stappen uit het WP als weergegeven in tabel 4;
- Per stap ruimte voor datum én paraaf van de competente uitvoerder of supervisor;
- Ruimte om opmerkingen te maken (per stap of met verwijzing naar een stap).
Voor advies over het maken van een handelingenlijst kun je contact opnemen met de IvD.
Tijdens de looptijd van een studie kan het voorkomen dat er een aanpassing moet worden doorgevoerd. Dit kan zijn omdat er een verandering van medewerkers is, je extra dieren nodig hebt, een extra handeling toevoegt of omdat de planning wijzigt.
Aanpassingen worden door de IvD beoordeeld en worden indien nodig gemeld bij de CCD of als wijziging ingediend bij de CCD. In dat geval zal de CCD na consultatie van de DEC besluiten of de vergunning wel of niet wordt aangepast. In alle gevallen moeten de goedgekeurde wijzigingen toegevoegd worden aan het studiedossier met een chronologisch overzicht van alle aanpassingen. Bij een groot aantal of ingrijpende wijzigingen kan de IvD verzoeken om een aangepast WP of handelingenlijst.
In het welzijnsdagboek wordt vastgelegd welke klinische verschijnselen van dieren in experiment zijn waargenomen en welke maatregelen zijn genomen om onnodig ongerief te voorkomen. Welke klinische verschijnselen en ongerief je kunt verwachten, hoe vaak je het welzijn van de dieren moet beoordelen en het punt wanneer je een dier uit de proef moet nemen (humane eindpunt) liggen vast in het werkprotocol.
Soms kan het gebeuren dat onverwacht toch ongerief bij de proefdieren ontstaat dat je als onderzoeker niet voorzien hebt. Dit kan variëren van licht ongerief, zoals een klein wondje, tot ernstig ongerief, zoals last van een grote tumor of een wondinfectie. Het is belangrijk dat de waarneming van onverwacht ongerief bij proefdieren en de daaropvolgende communicatie en acties van alle betrokkenen correct worden vastgelegd in het studiedossier. Volg daarvoor de procedure voor de melding van onverwacht ongerief.
Diersoorten die van nature solitair leven, zoals hamsters, worden solitair gehuisvest. De overige proefdiersoorten worden binnen alle proefdierfaciliteiten op Utrecht Science Park (USP) in principe in groepsverband gehuisvest. Daarnaast kunnen er uiteenlopende redenen zijn, zoals biologische, welzijns-, experimentele of praktische redenen, die het wenselijk of zelfs noodzakelijk maken dat dieren tijdelijk of permanent individueel gehuisvest worden.
Het is dus mogelijk om proefdieren (tijdelijk) individueel te huisvesten. Dit moet wel duidelijk worden beschreven en beargumenteerd in het studiedossier en moet voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in ons beleid.
Gebruik de checklist Monitoring Dierproeven om te blijven voldoen aan alle regels en eisen. Deze helpt je ook het dierenwelzijn te bewaken. Binnen twee weken na aankomst van de dieren laat je een collega (onderzoeker, dierverzorger, researchanalist of biotechnicus) de checklist invullen en bewaar je deze in het studiedossier. Door vervolgens deze checklist elk kwartaal uit te voeren blijft jouw dossier up-to-date en ben je altijd voorbereid op een audit.
Zorg ervoor dat jouw studiedossier zo compleet mogelijk blijft. Doe dit door alle overige correspondentie over specifieke instructies en werkopdrachten maar ook bijlages zoals weeglijsten toe te voegen aan het dossier. Dit geldt ook voor datasets die inzicht geven in het welzijn van dieren. Dit zijn vaak scores die de symptomen van een te modelleren ziektebeeld weergeven, zoals bijvoorbeeld artritis score, tumorgrootte of neurologische deficiëntie. Op die manier kunnen alle betrokkenen beschikken over de juiste informatie en hebben ze goed inzicht in het verloop van de proef waar dieren aan zijn blootgesteld.
Waar moet je als onderzoeker of docent op letten bij de uitvoering? Op de dieren en de administratie. In een duidelijke administratie kan ieder teamlid de benodigde informatie vinden. Dat is een voorwaarde voor goed onderzoek of onderwijs en optimale zorg voor proefdieren. Gebruik de checklist Monitoring Dierproeven om te blijven voldoen aan alle regels en eisen en het dierenwelzijn te bewaken.
Denk om de volgende zaken:
- Zorg dat het werkprotocol (+ bijlagen) bij de proefdieren ligt.
- Neem het werkprotocol (+ bijlagen) door met het hele bij de proef betrokken team.
- Observeer en verzorg de dieren volgens het werkprotocol (+ bijlagen).
- Voer alle handelingen uit die beschreven staan in het werkprotocol en laat geen handelingen weg.
- Bij onverwacht ongerief onderneem je actie, na onderling overleg. Bij complexe situaties of twijfel neem je contact op. Je legt alles precies vast in het welzijnsdagboek, informeert alle betrokkenen, en zorgt dat dier en verblijf herkenbaar zijn.
- Bereikt een dier een humaan eindpunt, volg dan de afspraken in het werkprotocol. Bij twijfel neem je contact op. Leg alles precies vast in het welzijnsdagboek.
- Binnen twee weken na aankomst van de dieren laat je een collega (onderzoeker, dierverzorger, researchanalist of biotechnicus) de checklist monitoring dierproeven (Word) invullen, of bij onderwijs de checklist monitoring dierproeven voor onderwijs (Word). Bewaar de ingevulde checklist bij het werkprotocol. Wees zo voorbereid op een audit.
- Plan in je agenda elke drie maanden een herhaling in van de check.
- Meld een gewenste aanpassing ten opzichte van de verleende vergunning via het aanpassingsformulier (Word).
Volg de juiste route (pdf) voor het indienen van een aanpassing. Is er haast bij, neem dan contact op. - Na het experiment vul je de welzijnsevaluatie in en stuur je die naar info.ivd@uu.nl.
Download de handige informatiekaart aandachtspunten dierproef (pdf) voor in je studiedossier of vraag per e-mail de gratis waterbestendige print aan (met gaatjes voor ringband).
Code of practice Welzijnsbewaking van proefdieren
Het is wettelijk en ethisch verplicht dierproeven zodanig in te richten en uit te voeren dat het ongerief voor de proefdieren zo beperkt mogelijk blijft. Daarom is de bewaking van het welzijn tijdens het experiment van groot belang. Daarmee signaleer je snel onverwacht ongerief en kun je ingrijpen om de situatie voor het proefdier te verbeteren.
Afspraken over de bewaking van het dierenwelzijn liggen vast in de code of practice Welzijnsbewaking van proefdieren. Deze is ontwikkeld door verschillende experts betrokken bij dierproeven en uitgebracht door de NVWA. De code is een vertaling van wettelijke verplichting naar dagelijks handelen. Door de code te volgen zorg je ervoor dat iedereen die betrokken is bij de opzet, toetsing en uitvoering van de dierproef over de juiste informatie beschikt.
Administratie op orde? Snelle check
Is jouw administratie op orde en klaar voor inspectie door een van onze medewerkers of door de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA)? Doe de snelle check. Is het antwoord op één van onderstaande vragen nee, onderneem dan actie om dit punt te verbeteren. Heb je advies nodig? Neem dan contact met ons op.
- Is het humaan eindpunt goed beschreven in het werkprotocol en zijn er goede afspraken gemaakt over hoe te handelen bij een humaan eindpunt?
- Zijn de dieren met onverwacht ongerief en hun verblijven herkenbaar?
- Zijn de meldingen van onverwacht ongerief toegevoegd aan het studiedossier?
- Is de beschrijving van de wijze waarop het onverwachte ongerief is afgehandeld toegevoegd aan het studiedossier?
- Zijn er muizen/ratten ouder dan 1 jaar? Zo ja, is de noodzaak hiervan beschreven in het studiedossier?
- Zijn er dieren individueel gehuisvest? Zo ja, is dit aangetekend in het studiedossier en is de reden voor het individueel huisvesten beschreven?
- Is er post-mortaal onderzoek gedaan op onverwacht dode dieren en zit een verslag hiervan van in het studiedossier?
Zijn er aandachtspunten naar boven gekomen in de Checklist Monitoring Dierproeven (Word)? Zo ja, zit de afhandeling hiervan in het studiedossier?
Wil je zeker zijn van je zaak, dan kun je altijd zelf een audit aanvragen via info.ivd@uu.nl.