Veelgestelde vragen over het beleid Leven Lang Leren
Staat je vraag er niet bij? Neem contact met ons op!
In principe is een ‘Entrustable Professional Activity’ (EPA) een handeling of reeks van handelingen die je op een bepaald moment uitvoert op een proefdier in het kader van de verzorging, het onderwijs of een experiment. Wij gaan ervan uit dat er een aparte SOP is voor deze handeling en dat deze op één regel is weer te geven in tabel 4 of tabel 6 van het werkprotocol. Het kan zijn dat je tijdens een complexe procedure bekwaam wordt in eenvoudigere handelingen die daar deel van uitmaken, zoals het injecteren van vloeistoffen tijdens of voorafgaand aan een complexe operatie. We noemen zo’n eenvoudige handeling een nested EPA en deze kan met de complexere EPA mee afgetekend worden.
Je bent zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van wat je hebt gedaan om je deskundigheid op peil te houden in een LLL-portfolio. Zorg dat je eventueel bewijsmateriaal zoals certificaten en dergelijke bewaart, en de datum waarop je aan je deskundigheid gewerkt hebt. In de toepassingsregeling staat puntsgewijs welke informatie je moet bijhouden van een activiteit.
Download een voorbeeld van zo’n portfolio in Excel, waar al deze punten worden opgevraagd. Deze informatie moet toegankelijk zijn voor zowel je leidinggevende als de LLL-coördinator. De laatste moet deze informatie kunnen delen met de IvD tijdens het registratiegesprek.
Het UMC Utrecht registreert bekwaamheden in U-Learn. De Universiteit Utrecht heeft (nog) geen systeem hiervoor. Werk je bij de UU dan kun je het beste een Excel bijhouden. Belangrijk is de naam van de supervisor, de naam van de assessor en datum van beoordeling van bekwaamheid. Voor EPA’s die je al beheerst houd je ook bij wanneer iemand met je heeft meegekeken voor een herbeoordeling.
In sommige situaties is het niet mogelijk om al geregistreerd bekwaam te zijn, bijvoorbeeld in pilots waarin de haalbaarheid van een nieuwe of aangepaste techniek wordt uitgeprobeerd. Maar dat wil niet zeggen dat er geen bekwaamheidseisen zijn. Het kan zijn dat de IvD wil dat je aantoont dat je bekwaam bent in een vergelijkbare techniek, of dat je onder supervisie staat van iemand die bekwaam is in een vergelijkbare techniek. Je neemt dit op in het trainingsgedeelte van je werkprotocol.
Ja, wat betreft deskundigheid is het van belang dat iedereen op zijn/haar expertise bij de tijd blijft als onderzoeksvragen leiden tot de inzet van proefdieren. Dat kan ook zijn in een studie of workshops over systematic reviews of zoeken naar alternatieven, of het includeren van alternatieven in het zoeken naar het beste model. Ook kunnen training rondom statistiek of design specifiek voor dierproeven (lage getallen, complexe randomisatie) worden overwogen. Als iemand daar de gelegenheid niet voor heeft, zal deze onderzoeker het aanvragen van vergunningen of het opzetten van WP’s aan een deskundige moeten overdragen. Uiteraard hoeft iemand die niet met dieren werkt geen bekwaamheden op pijl te houden.
Ja, ons beleid is het minimum. Uitgangspunt is dat dieren die hier worden ingezet alleen door deskundig en bekwaam personeel worden ingezet. Mensen met een aanstelling elders mogen niet minder deskundig of bekwaam zijn. Als medewerkers vanuit een andere vergunninghouder werken, waar minder scherpe regels gelden, dan geldt voor het werken onder onze vergunning ook ons beleid.
Je traint naar een gezamenlijk doel, namelijk erop vertrouwen dat een persoon een handeling zelfstandig en verantwoord kan uitvoeren. Het is belangrijk om als trainer dezelfde methode te hanteren als de assessor. De route naar de zelfstandigheid waarmee je een handeling uitvoert zit vol met beoordelingen en feedback. Je beoordeelt immers ook als deel van het leerproces. In de assessorentraining wordt hier aandacht aan besteed.
Je kunt jezelf aanmelden voor een benoeming. Dat kan via ons inschrijfformulier online.
De functionaris competenties van de IvD bepaalt of je voldoende training hebt gehad om als supervisor of assessor benoemd te worden. Hiervoor kun je een certificaat inleveren. Belangrijk is dat je geleerd hebt hoe je op een juiste wijze begeleidt en beoordeelt. De leerdoelen zijn gepubliceerd in Biotechniek 25 (5) P32-33 en komen eveneens in de Europese richtlijn betreffende Educatie & Training.
Binnen Utrecht wordt een supervisoren- en assessoren training aangeboden van een aantal dagen waarin je dit kunt leren. Ook basistrainingen van de SBB, het BKO/SKO van een universiteit of het BKE van de hogeschool kunnen dienen als bewijs. In dat geval is de training facultatief. We raden we in alle gevallen om de inhoudelijke module 27 op ETPLAS af te ronden. Deze wordt als theoriemodule gebruikt in de training. Op die manier werken we binnen de proefdierkunde allemaal op dezelfde herkenbare wijze.
Ja, wij nemen aan dat je overal competent moet zijn geweest om een procedure uit te voeren. Je kunt een bewijs dat je die EPA elders hebt uitgevoerd opvoeren als die niet ouder is dan twee jaar, of een beoordeling door een assessor aldaar die niet ouder is dan vijf jaar. Wel moet je een intercollegiale herbeoordeling (Word) realiseren zodra je hier met de EPA (entrusted professional activity) aan de slag gaat, zodat je werkwijze wordt afgestemd met onze werkwijze hier. Heb je geen bewijs dan moet je hier jezelf laten beoordelen door een aangewezen assessor.
Na een laatste beoordeling mag je een procedure maximaal twee jaar uitvoeren voordat er weer iemand met je meekijkt. Als het niet langer dan vijf jaar geleden is dat je een laatste beoordeling hebt dan moet je een herbeoordeling (Word) realiseren zodra je weer met de EPA (entrusted professional activity) aan de slag gaat. Er kan dan worden gekeken of je werkwijze nog steeds adequaat is. Je kunt dus gewoon doorgaan met de planning van de uitvoer, maar moet daarbij wel iemand inplannen die de herbeoordeling doet.
Voor een herbeoordeling kun je een collega vragen die vergelijkbare technieken doet en wellicht al meedraait in het WP. Je kunt ook altijd een assessor vragen. Voor de herbeoordeling gebruik je een herbeoordelingsformulier (Word).
Welke afspraken je daarover maakt met je supervisor en je assessor is aan jezelf. In het verleden was het al de bedoeling dat je getraind en beoordeeld werd, nu is dat geformaliseerd. We gaan ervan uit dat afdelingen hun supervisoren en assessoren onderling uitwisselen om zo te zorgen voor een gezamenlijke kwaliteit en dat kan met gesloten beurs. Aan training of beoordeling door een faciliteit zoals het GDL zitten normaal gesproken wel kosten verbonden.
Als je bij je afdeling, afdelingen waarmee je samenwerkt, of de dierfaciliteit geen supervisor of assessor kan vinden voor een EPA (entrusted professional activity) die je wilt leren, neem dan contact op met de IvD. Wij gebruiken dan ons netwerk om mensen te suggereren. Dit kan ook een commerciële trainingsfaciliteit zijn.
Ja, jouw afdeling moet dat betalen. Omdat dit een specifieke cursus is, hebben de vergunninghouders besloten deze niet via het onderwijsbudget aan alle afdelingen door te belasten. Dit zou onrechtvaardig zijn naar afdelingen die geen dierproeven uitvoeren. Ook behoud je nu de vrijheid om zelf je cursusaanbieder te kiezen, mits aan alle leeruitkomsten van competence assessor worden voldaan. De leeruitkomsten zijn gepubliceerd in Biotechniek 25 (5) P32-33 en komen eveneens in de Europese richtlijn betreffende Educatie & Training.
Bekijk de lijst op de pagina Bijscholingsmogelijkheden.
Vraag jouw LLL-coördinator om de handeling aan te vullen in de EPA-lijst in de Teams-omgeving voor UMC LLL-coördinatoren. Elk kwartaal (februari, mei, augustus en november) wordt deze lijst geüpdatet door het ULearn-team van het UMC Utrecht. Dien je voor deze update een werkprotocol in waar deze handeling op vermeld staat, dan kun je het formulier van je eindbeoordeling meesturen als bewijs.