Overig beleid
In het overige beleid gaan we in op onderwerpen die niet voor iedereen van toepassing zijn, zoals preventie van individuele huisvesting en de aanschaf en fok van proefdieren.
Proefdieren worden in principe in groepen (twee dieren of meer) gehuisvest, tenzij het gaat om een diersoort die van nature solitair leeft. Daarnaast kunnen er redenen zijn om een dier, eventueel tijdelijk, apart te zetten, bijvoorbeeld voor het werpen van jongen. Je leest hierover in het beleid Preventie individuele huisvesting van proefdieren (pdf).
Met surplus-proefdieren bedoelen we dieren die in proeven of voor fokactiviteiten gebruikt zijn, en niet (langer) geschikt of nodig zijn voor het oorspronkelijke doel. We streven ernaar om het aantal surplus-dieren dat wordt gedood zonder enig nuttig gebruik voor onderzoek en/of onderwijs tot een minimum te beperken. Bijvoorbeeld door ze te hergebruiken of te laten adopteren. Hergebruik kan zijn door de dieren te gebruiken om weefsel te verzamelen voor pilots of onderzoek. Op deze manier worden de dieren zo optimaal mogelijk ingezet. Je leest hierover in Verzamelen van weefsels van dieren (pdf) en Surplus proefdieren, hergebruik en herplaatsing (pdf).
In het beleid Aanschaf en fok van proefdieren (pdf) lees je welke aspecten een rol spelen bij de aanschaf en fok van proefdieren, welke keuzes we daarin maken en hoe je daar als medewerker zelf aan kunt bijdragen. Zie ook de Toepassingsregeling fok van proefdieren (pdf).
Het beleid Patiëntgebonden onderzoek en onderwijs (pdf) beschrijft de criteria waarmee je kunt bepalen wanneer handelingen bij dierpatiënten vallen onder de Wet op de dierproeven.