Onderzoek naar polymyositis

Polymyositis is een immuun-gemedieerde ontstekingsziekte van de skeletspieren bij honden en behoort tot de groep van inflammatoire myopathieën. De aandoening wordt gekenmerkt door infiltratie van ontstekingscellen in spierweefsel, wat leidt tot spierbeschadiging en functieverlies.

Honden met polymyositis kunnen uiteenlopende klinische verschijnselen vertonen, zoals spierzwakte, moeite met lopen, inspanningsintolerantie of slikproblemen. Vaak is de activiteit van het spiereiwit creatinekinase (CK) verhoogd en bevestigt histopathologisch onderzoek van spierbiopten de aanwezigheid van ontsteking. 
Hoewel polymyositis relatief zeldzaam is, komt de aandoening vaker voor in bepaalde rassen. Onderzoek naar rasspecifieke vormen, zoals bij het Nederlandse Kooikerhondje, biedt belangrijke inzichten in de genetische, immunologische en klinische mechanismen van de ziekte. Deze kennis kan bijdragen aan betere diagnostiek en behandeling bij honden in het algemeen, en mogelijk ook relevant zijn voor vergelijkbare humane aandoeningen. 

Wat onderzoeken we?

Ons onderzoek richt zich op een beter begrip van polymyositis bij honden, met nadruk op:

  • Klinische kenmerken en ziekteverloop: het beschrijven van symptomen, laboratoriumbevindingen en diagnostische uitkomsten bij aangedane honden.
  • Pathologie en immuunmechanismen: analyse van spierweefsel om te bepalen welke ontstekingscellen betrokken zijn en hoe spiervezels worden aangetast.
  • Genetische oorzaken: identificatie van erfelijke varianten die bijdragen aan het ontstaan van de ziekte.
  • Diagnostische methoden: evaluatie van technieken zoals MRI en DNA-onderzoek voor vroege detectie en screening.
  • Behandeling en prognose: beoordeling van therapieën en factoren die invloed hebben op overleving en kwaliteit van leven. 

Door deze aspecten samen te bestuderen willen we polymyositis beter herkennen, begrijpen en uiteindelijk effectiever behandelen en voorkomen.

Hoe doen we dat?

Het onderzoek combineert klinische, pathologische en genetische benaderingen. Honden worden onderzocht via:

  • Klinisch onderzoek, registratie van symptomen en bloedonderzoek, waaronder meting van CK-activiteit.
  • Elektromyografie en spierbiopten voor histopathologisch en immunologisch onderzoek.
  • Beeldvorming met MRI om ontstekingsveranderingen in spieren niet-invasief zichtbaar te maken.
  • Genetische analyses zoals genome-wide association studies, sequencing en PCR-testen om risicovarianten op te sporen. 

Daarnaast worden klinische gegevens en behandeluitkomsten statistisch geanalyseerd om prognostische factoren en effectiviteit van therapieën te evalueren. 

Wat zijn de resultaten?

Het onderzoek heeft belangrijke inzichten opgeleverd:

  • Polymyositis bij honden is een immuun-gemedieerde spierziekte waarbij ontstekingscellen spiervezels binnendringen en beschadigen.
  • In bepaalde rassen is een genetische risicofactor vastgesteld: een deletie van ongeveer 39 kb nabij immuun regulerende genen die betrokken is bij ziekteontwikkeling.
  • MRI blijkt een waardevolle aanvullende diagnostische methode om aangetaste spieren te identificeren en kan helpen bij screening, hoewel histopathologie de gouden standaard blijft.
  • Behandeling met immuun modulerende therapieën leidt vaak tot initiële verbetering, en combinatietherapie kan de overleving verlengen. 

Samen dragen deze bevindingen bij aan een beter begrip van ziekteoorzaak, diagnose en behandeling, en bieden ze aanknopingspunten voor fokbeleid en toekomstig onderzoek. 

DNA-test polymyositis

Voor het Nederlandse Kooikerhondje is een DNA-test beschikbaar om een genetische risicovariant op te sporen. Hiervoor wordt een bloedmonster (bijvoorbeeld EDTA-bloed) ingestuurd voor analyse. 
De test detecteert een specifieke DNA-deletie die geassocieerd is met een verhoogd risico op polymyositis. Honden met twee kopieën van deze variant hebben naar schatting een levenslang risico van 10–20%, terwijl dragers met één kopie een risico van circa 0,5–2% hebben.

Het is belangrijk te benadrukken dat deze test een risicofactor identificeert en geen diagnose stelt:

  • niet alle dragers ontwikkelen de ziekte
  • klinische beoordeling en aanvullende diagnostiek blijven noodzakelijk

DNA-testen kunnen wel bijdragen aan fokadvies, risicobeoordeling en selectie voor verdere screening.

DNA-test polymyositis Kooikerhondje