Onderzoek naar epilepsie

Epilepsie is één van de meest voorkomende neurologische aandoeningen bij honden. Naar schatting krijgt ongeveer 0,5 tot 1% van alle honden er in de loop van het leven mee te maken, waarbij de frequentie per ras sterk kan verschillen. Naast epilepsie bestaan er ook zogenoemde bewegingsstoornissen, die soms sterk op epilepsie lijken maar een andere oorzaak en behandeling hebben.
Goede kennis over epilepsie en bewegingsstoornissen is essentieel voor een juiste diagnose, passende behandeling en verantwoorde fokkerij. 

Wat is epilepsie bij honden?
Epilepsie is een aandoening van de hersenen waarbij plotselinge, tijdelijke verstoringen optreden in de elektrische activiteit van zenuwcellen. Deze verstoringen kunnen leiden tot epileptische aanvallen. Tijdens zo’n aanval is er sprake van overmatige en vaak synchroon verlopende activiteit van neuronen in de hersenen.

We onderscheiden drie hoofdgroepen:

  1. Structurele epilepsie – veroorzaakt door een aantoonbare afwijking in de hersenen, zoals een tumor of ontsteking.
  2. Reactieve (of ‘valse’) epilepsie – waarbij de hersenen zelf gezond zijn, maar tijdelijk ontregeld raken door een probleem elders in het lichaam, zoals een lever-, nier- of suikerstofwisselingsstoornis.
  3. Idiopathische epilepsie – epilepsie zonder aantoonbare oorzaak. Deze vorm is bij veel hondenrassen (vermoedelijk) erfelijk.

Wat onderzoeken we?

Het onderzoek richt zich op meerdere belangrijke vragen:
•    Hoe vaak komt epilepsie voor bij verschillende hondenrassen?
•    Welke vormen van epilepsie zijn erfelijk en hoe wordt dit overgedragen?
•    Hoe kunnen we epilepsie onderscheiden van bewegingsstoornissen?
•    Welke factoren beïnvloeden het verloop en de ernst van de aandoening?
•    Wat is de impact van epilepsie op de kwaliteit van leven van hond en eigenaar?

Daarnaast wordt gekeken naar het vóórkomen van epilepsie en bewegingsstoornissen binnen Nederlandse hondenrassen en naar mogelijke genetische risicofactoren.

Hoe doen we dat?

Bij een verdenking op epilepsie wordt stapsgewijs onderzoek uitgevoerd:
1.    Uitgebreid klinisch en neurologisch onderzoek
2.    Bloed- en urineonderzoek om reactieve oorzaken uit te sluiten
3.    MRI-scan van de hersenen als er aanwijzingen zijn voor een structurele oorzaak
4.    EEG-onderzoek (in onderzoekssetting) om epileptische activiteit in de hersenen vast te leggen

Wanneer geen oorzaak wordt gevonden en de hond verder gezond is tussen de aanvallen, wordt vaak gesproken van idiopathische (mogelijk erfelijke) epilepsie.
Bewegingsstoornissen worden vooral herkend op basis van het klinisch beeld en videomateriaal dat door eigenaren is opgenomen.

Wat zijn de uitkomsten?

Onderzoek laat zien dat:
•    Idiopathische epilepsie bij veel hondenrassen erfelijk is.
•    Epilepsie en bewegingsstoornissen regelmatig met elkaar worden verward.
•    Een correcte diagnose essentieel is, omdat de behandeling sterk verschilt.
•    Niet elke aanval die op epilepsie lijkt, ook daadwerkelijk epilepsie is.
•    Transparante melding van gevallen binnen rasverenigingen cruciaal is om erfelijke belasting te verminderen.
Daarnaast blijkt dat epilepsie een grote impact kan hebben op de kwaliteit van leven van zowel hond als eigenaar.

DNA-test epilepsie

Voor de meeste vormen van epilepsie bij honden bestaat nog geen eenvoudige DNA-test. Dat komt doordat epilepsie meestal multifactorieel en genetisch complex is: meerdere genen en omgevingsfactoren spelen een rol.
Bij enkele rassen zijn inmiddels wel genetische risicogebieden of mutaties geïdentificeerd. Lopend onderzoek richt zich op het vinden van betrouwbare genetische markers, zodat in de toekomst gerichter geselecteerd kan worden in de fokkerij.

Zijn er al resultaten uit onderzoek?

Ja. De afgelopen jaren zijn belangrijke resultaten geboekt:
•    Bij diverse rassen zijn erfelijke risicofactoren voor epilepsie in kaart gebracht.
•    Voor sommige Nederlandse rassen zijn genetische merkers gevonden of sterk verdacht.
•    Er is meer duidelijkheid ontstaan over het onderscheid tussen epilepsie en paroxysmale bewegingsstoornissen.
•    Inzicht in ras-specifieke presentatie van epilepsie helpt dierenartsen bij een snellere en nauwkeurigere diagnose.

Het onderzoek loopt door, met als uiteindelijk doel: gezondere honden, betere behandelingen en beter onderbouwde fokadviezen.