Youri den Besten over strategische autonomie en de 'kitscherigheid' van sociale media

In deze rubriek worden UUCePP-onderzoekers geïnterviewd door Elisabetta Manunza en Fredo Schotanus. Vandaag is promovendus Youri den Besten aan het woord.
‘Wie’ en ‘wat’ ben je?
"Mijn naam is Youri den Besten en sinds afgelopen maart ben ik gestart als promovendus bij het Utrecht University Centre for Public Procurement (UUCePP). De Universiteit Utrecht is voor mij bekend terrein, aangezien ik hier ook mijn master Law & Economics heb afgerond. Na mijn afstuderen in 2022 heb ik een kleine drie jaar voor de Nederlandse overheid gewerkt als beleidsmedewerker. In die periode werkte ik onder meer op de Nederlandse Ambassade in Parijs en op de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Brussel. Beide plekken boden mij de kans om te leren hoe EU-beleid in de praktijk wordt gevormd en hebben een sterke passie voor Europese politiek opgeleverd."
"Mijn ervaringen in Parijs en Brussel sluiten nauw aan bij het onderwerp van mijn promotieonderzoek: EU-strategische autonomie en de Europese defensie-industrie. Hoewel mijn onderzoek een juridische invalshoek heeft en zich richt op de interpretatie en analysering van EU-wetgeving, is de governance van de Europese defensie-industrie sterk politiek van aard. Om goed te begrijpen hoe het recht functioneert, is het essentieel om inzicht te hebben in de (geo)politieke ontwikkelingen die het recht beïnvloeden en vormen. Mijn eerdere ervaringen als beleidsmedewerker komen daarbij goed van pas."
Mijn onderzoek zich op de vraag in hoeverre gezamenlijke defensie-aanbesteding juridisch effectief kan zijn om de EU’s strategische autonomie te versterken.
Waar werk je aan, en waarom?
"Mijn onderzoek richt zich op EU-strategische autonomie en de Europese defensie-industrie. In de afgelopen decennia hebben belangrijke ontwikkelingen, zoals de Russische invasie van Oekraïne in 2022, maar ook de Covid-19-pandemie en de isolationistische ‘America First’-koers van de Verenigde Staten onder president Trump de noodzaak voor de EU om een autonomere rol in de wereldorde veilig te stellen versneld. Strategische autonomie verwijst naar het vermogen van de EU om te kunnen samenwerken met derde landen wanneer dit haar strategische belangen dient en tegelijkertijd te beschikken over institutionele en industriële capaciteiten om zelfstandig te handelen wanneer externe afhankelijkheden politiek of economisch onaanvaardbaar zijn. Hoewel EU-strategische autonomie meerdere sectoren omvat, zoals energie, grondstoffen, technologie en cybersecurity, richt mijn onderzoek zich specifiek op de Europese defensie-industrie."
"De Europese defensie-industrie is gefragmenteerd. Lidstaten geven bij beslissingen over de ontwikkeling en aanschaf van wapens vaak prioriteit aan nationale industriële en politieke belangen boven gezamenlijke EU-belangen. De EU wordt daarbij regelmatig gebruikt om de nationale productiecapaciteit en werkgelegenheid veilig te stellen. Dit inefficiënte model kan leiden tot incompatibiliteit tussen wapensystemen – zoals verschillende Duitse en Franse gevechtstanks – en tot minder samenwerking, wat kan resulteren in lagere kwaliteit en hogere kosten. Een mogelijk gevolg is dat EU-landen zich wenden tot externe wapenleveranciers – met name de Verenigde Staten – waardoor de afhankelijkheid van derde landen toeneemt."
"Om deze afhankelijkheden te verminderen en de fragmentatie van de Europese defensie-industrie aan te adresseren beschouwt de Europese Commissie gezamenlijke defensie-aanbestedingen als een belangrijk instrument om de EU’s strategische autonomie te versterken. Het idee achter gezamenlijk aanbesteden is dat het bundelen van vraag door lidstaten kan leiden tot schaalvoordelen, betere interoperabiliteit tussen wapensystemen en sterkere defensie-industriële samenwerking. Om gezamenlijke defensie-aanbestedingen te stimuleren kunnen lidstaten EU-subsidies ontvangen wanneer zij aan bepaalde vereisten voldoen, zoals de eis dat het aangeschafte materieel in de EU wordt geproduceerd."
"Tegelijkertijd is nog veel onduidelijk over hoe de Commissie gezamenlijke defensie-aanbestedingen precies voor zich ziet. Simpel gezegd richt mijn onderzoek zich daarom op de vraag in hoeverre gezamenlijke defensie-aanbesteding juridisch effectief kan zijn om de EU’s strategische autonomie in de Europese defensie-industrie te versterken. Om deze vraag te beantwoorden analyseer ik wat EU-strategische autonomie juridisch betekent in de context van de Europese defensie-industrie, wat gezamenlijke defensie-aanbestedingen juridisch inhouden en hoe zij passen binnen het bestaande juridische kader van het EU-aanbestedingsrecht. Het laatste deel van mijn onderzoek is gericht op het doen van aanbevelingen om het EU-regelgevend kader voor gezamenlijke defensie-aanbestedingen te verbeteren, zodat dit instrument meer kan bijdragen aan het versterken van EU’s strategische autonomie in de Europese defensie-industrie. Mijn onderzoek bouwt voort op het werk van Nathan Meershoek en Bram Vroege."
Onze wereld lijkt zich in een voortdurende staat van verschillende crises te bevinden: kun je aangeven hoe een (of meerdere) van deze crises jouw onderzoek beïnvloedt?
"Een crisis die nauw samenhangt met mijn onderzoek is de Russische invasie van Oekraïne. Deze invasie heeft nationale regeringen van EU-lidstaten ertoe aangezet hun defensie-investeringen drastisch te verhogen. Naast deze investeringsimpuls zou de Russische agressie nationale regeringen en politici ook moeten aanzetten tot reflectie op de waarden en doelstellingen van de Unie. De EU-verdragen zijn duidelijk: economische efficiëntie is belangrijk, maar ondergeschikt aan het bevorderen van de vrede, waarden en het welzijn van de volkeren van de Unie."
"Dit roept de vraag op waarom EU-lidstaten sinds de eerste aanval van Rusland op Oekraïne in 2014 lucratieve gasimportcontracten met Rusland zijn blijven handhaven, duidelijk ten koste van mensenrechten en de beginselen van onze democratische rechtsstaat. Deze reflecties zijn ook relevant voor het aanbestedingsrecht omdat dit instrument – net als handelsakkoorden – niet alleen gaat over een efficiënte allocatie van economische middelen, maar ook over rechtvaardigheid, transparantie en proportionaliteit."
"Daarnaast illustreert de Russische invasie van Oekraïne het einde van de liberale internationale wereldorde na 1945, die gebaseerd was op regels, instituties en multilaterale samenwerking. De opkomende multipolaire orde lijkt meer te zijn gebaseerd op competitie tussen machtsblokken dan op samenwerking tussen landen. Deze verschuiving beïnvloedt mijn onderzoek omdat zij een van de belangrijkste redenen vormt voor het streven van de Commissie naar (meer) EU-strategische autonomie."
Welke persoon inspireert je en wat zou je haar/hem willen vragen?
"Een persoon die mij inspireert is Femke Halsema, de burgemeester van Amsterdam. Het burgemeesterschap lijkt mij een buitengewoon uitdagende baan omdat je voortdurend politiek gevoelige beslissingen moet nemen die onvermijdelijk een deel van de bevolking teleurstellen. Ondanks alle kritiek die Halsema in de media en vanuit de nationale politiek krijgt – zelden op de inhoud van haar werk en bijna altijd persoonlijk van aard – blijft zij kalm en is ze altijd bereid haar beslissingen publiekelijk toe te lichten. Naast haar moed bewonder ik ook haar retorische talent en haar kennis van onze democratische rechtsstaat. Die staat in het huidige politieke klimaat steeds meer onder druk, wat mij soms een beetje cynisch maakt. Aangezien ik mij kan voorstellen dat dit gevoel voor Halsema nog sterker is, zou ik haar willen vragen hoe zij erin slaagt zich op de feiten te blijven richten en niet persoonlijk of cynisch te worden, zelfs wanneer anderen dat wel doen."
Noem het boek/de film/de denker die jou het meest heeft geraakt, gevormd, of die je nog honderd keer zou willen lezen of zien, en waarom?
"Een boek dat diepe indruk op mij heeft gemaakt is De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera. Het verhaal speelt zich af in Tsjecho-Slowakije aan het eind van de jaren zestig, tijdens de Sovjetbezetting. Volgens Kundera wordt het leven onder deze communistische dictatuur kitsch: alles wat vies, ambigu of confronterend is moet verdwijnen ten gunste van het collectieve ideaalbeeld van de dictatuur, met opgelegde emoties van vaderlandsliefde en verheerlijking van leiders. Doordat alles hetzelfde wordt en individualiteit uit de samenleving verdwijnt, lijkt alles zich eindeloos te herhalen en wordt elke handeling beladen met een ondraaglijke verantwoordelijkheid, waardoor het leven zelf ondraaglijk wordt."
"Juist het feit dat alles maar één keer gebeurt en je het leven niet kunt oefenen – de schets is meteen het schilderij, schrijft Kundera – zorgt voor de noodzakelijke lichtheid die het leven zo mooi maakt. De paradox is dat deze lichtheid het leven niet alleen draaglijk, maar ook betekenisvol maakt. Als voorbeeld noemt Kundera de Franse Revolutie: als die zich eindeloos zou herhalen, zou zij betekenisloos zijn; kitsch. Het is precies het feit dat zij één keer plaatsvond, op het juiste moment en de juiste plek, dat haar zo’n cruciale gebeurtenis maakt."
"Zonder te suggereren dat de huidige tijd vergelijkbaar is met een communistische Sovjetdictatuur denk ik wel dat Kundera’s ideeën zeer relevant zijn voor onze samenleving. Sociale media wekken de indruk dat ieders leven zich volgens een vast script afspeelt, waardoor iedereen dezelfde, Kundera zou zeggen ‘kitscherige’ ervaringen lijkt te hebben. Bovendien is de ervaring zelf niet meer voldoende; zij moet eindeloos worden herbeleefd via foto’s en video’s. Met het risico als een boomer te klinken: juist de ontsnapping aan de waan van de dag maakt onderzoek doen voor mij zo aantrekkelijk. In plaats van meegesleurd te worden door de voortdurende prikkels van sociale media en het hoge tempo van de samenleving, biedt onderzoek doen mij de ruimte om langer na te denken over maatschappelijke vraagstukken en mijn gedachten volledig uit te werken. Dat vind ik zeer waardevol."