Jonas Veldhoen over gronduitgifte door de overheid ten gunste van een duurzame landbouwtransitie, de Teylingse pachtzaak, en In de Ban van de Ring

In deze rubriek worden UUCePP-onderzoekers geïnterviewd door Elisabetta Manunza en Fredo Schotanus. Vandaag is promovendus Jonas Veldhoen aan het woord.

‘Wie’ en ‘wat’ ben je?

Mijn naam is Jonas Veldhoen en ik ben geboren en getogen in Utrecht. In september 2025 ben ik begonnen met mijn promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht. Na mijn middelbare school heb ik rechten gestudeerd in Utrecht en de masteropleiding Law and Sustainability in Europe gevolgd aan de Universiteit Utrecht (UU). De keuze voor rechten werd vooral ingegeven door mijn verlangen om onrechtvaardigheden in de samenleving aan te pakken en mijn neiging om gesprekken met vrienden om te zetten in debatten over vrijwel alle onderwerpen (wat niet altijd in ieders smaak viel).

De masteropleiding Law and Sustainability richt zich op het zeer opkomende gebied van internationaal en EU-duurzaamheidsrecht. De opleiding behandelt een breed scala aan onderwerpen op het gebied van duurzaamheidsrecht, zoals het reguleren van klimaatverandering, het beschermen van natuurlijke hulpbronnen en het bevorderen van een circulaire economie. De opleiding en de geweldige docenten hebben mijn interesse in verder juridisch onderzoek aangewakkerd en in september ben ik als promovendus bij de UU begonnen. Hierbij maak ik deel uit van het Centre for Regulation and Enforcement (RENFORCE) en het Centre for Public Procurement (UUCePP).

“In mijn vrije tijd doe ik graag aan fietsen en hardlopen in en rondom Utrecht. Het verbaast me altijd hoe goed het stedelijk en landelijk gebied in Nederland met elkaar verbonden is: binnen 10 minuten fietsen vanaf het centrum van Utrecht ben je in het prachtige bos van Amelisweerd. De aanwezigheid van natuurgebieden in de buurt van stedelijke gebieden is belangrijk voor het leveren van diensten, niet alleen voor mensen, maar ook voor de natuur zelf. De mogelijke boskap in verband met de verbreding van de A27 is naar mijn mening dan ook een slecht idee.”

Om de huidige en toekomstige milieudoelstellingen te bereiken, is een transitie nodig in de manier waarop we de grond in Nederland reguleren en verdelen. Mijn onderzoek richt zich op de juridische instrumenten hiervoor.

Waar werk je aan en waarom? 

Mijn promotieonderzoek richt zich op duurzaam landgebruik en -beheer in Nederland, binnen het kader van milieurecht en aanbestedingsrechtelijke vraagstukken. Het project maakt deel uit van het NWO-project Fertile Soils. Dit project wordt uitgevoerd door een interdisciplinair consortium dat zich richt op landschapsdiensten. Om de huidige en toekomstige milieudoelstellingen te bereiken, is een transitie nodig in de manier waarop we de grond in Nederland reguleren en verdelen. Mijn onderzoek richt zich op de juridische instrumenten waarover overheden beschikken om deze transitie te realiseren, zowel vanuit het omgevingsrecht als via de aankoop, verkoop of verpachting van grond.

Bijdragen aan een duurzamere toekomst is een belangrijke drijfveer in mijn werk en ik hoop dat mijn onderzoek invloed zal hebben op de besluitvorming van de overheid. Mijn focus ligt niet alleen op hoe het recht eruit zou moeten zien, maar ook op de praktische instrumenten waarover overheden beschikken om duurzaam landgebruik te bevorderen en een duurzame agrarische transitie te ondersteunen. Hoewel discussies over milieukwesties vaak draaien om het tegengaan van de opwarming van de aarde en het terugdringen van de CO2-uitstoot, reikt de reikwijdte van wetgeving en duurzaamheid veel verder dan dat. In Nederland zijn bijvoorbeeld ook uitdagingen als waterkwaliteit, bodemdegradatie en verlies aan biodiversiteit van cruciaal belang. Duurzaam landgebruik kan de natuur, de bodem- en waterkwaliteit verbeteren en de ecosysteemdiensten die de natuur levert versterken. Ik beschouw het recht als een belangrijk instrument om de transitie van ons huidige model naar een duurzaam model te faciliteren, maar ook als waarborg tegen niet-duurzaam grondgebruik.

Gronduitgiftes spelen een cruciale rol in deze transitie, vooral in de context van de verdeling (aanbesteding) van de schaarse grond in Nederland. De centrale en decentrale overheden zijn grote grondbezitters, aangezien 20 procent van de grond in publieke handen is. De regels over gronduitgifte zijn van toepassing op verkoop en verpachting van grond, wat betekent dat ze kunnen bijdragen aan een duurzame transitie. Mijn onderzoek zal zich richten op dit potentieel en zal de overeenkomsten en verschillen onderzoeken tussen duurzame gronduitgifte en instrumenten uit het omgevingsrecht om bij te dragen aan milieudoelstellingen, en nagaan of deze verschillen en overeenkomsten gerechtvaardigd zijn.

“Een voorbeeld van een conflict tussen verplichte gelijke kansen en milieudoelstellingen is de pachtzaak in Teylingen. De gemeente Teylingen publiceerde het besluit om na een aanbestedingsprocedure verschillende percelen grond voor een periode van zes jaar te verhuren. Een van de zittende pachters was een biologische veehouderij die investeerde in natuurbehoud, wat leidde tot een toename van de weidevogelpopulatie. Het perceel werd toegewezen aan een niet-biologische melkveehouder. Deze verandering van pachter leidde tot protest, waardoor de zittende wethouder aftrad en de toewijzing werd teruggedraaid.”

Onze wereld lijkt voortdurend in verschillende crises te verkeren: kunt u voor één (of mogelijk meerdere) van deze crises aangeven hoe dit uw onderzoek beïnvloedt? 

Aangezien mijn onderzoek zich richt op duurzaam landgebruik en landschapsbeheer, heeft de klimaatcrisis natuurlijk de grootste invloed op mijn onderzoek. Naar mijn mening is dit de grootste uitdaging waar de wereld voor staat. Zonder actie zullen de negatieve gevolgen het leven overal ter wereld beïnvloeden. Dit blijkt ook uit de keuze voor het woord ‘duurzaam’: het huidige paradigma van landgebruik en consumptie is niet houdbaar op een leefbare aarde. Het is belangrijk om het recht te gebruiken als instrument om deze negatieve milieueffecten te voorkomen, en het aanbestedingsrecht kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren.

De pracht en kracht van natuur (Halong Bay, Vietnam)

Noem het boek/de film/de denker die de meeste indruk op je heeft gemaakt, je heeft gevormd, die je nog 100 keer zou willen lezen of zien, en waarom?

Omdat dit zo'n moeilijke vraag is, zal ik hem in tweeën splitsen: fictie en non-fictie. Het boek en de film waar ik minstens één keer per jaar (op de een of andere manier altijd tijdens Kerst) naar terugkeer, is zonder twijfel Lord of the Rings. Het boek is een verbazingwekkende creatie van een uitgebreide fantasiewereld die het genie van Tolkien laat zien, en de films zijn tot op de dag van vandaag het beste voorbeeld van een fantasieboek dat is aangepast voor op het witte doek. Door dicht bij het verhaal uit de boeken te blijven heeft Peter Jackson fantastische films gemaakt, maar ook veel delen weg te laten zonder het verhaal te beïnvloeden. En het belangrijkste: er is voor vrijwel elke situatie wel een citaat uit Lord of the Rings te vinden.

Op het gebied van non-fictie lees ik graag het werk van Kate Raworth. Haar concept van Doughnut Economics is een effectieve visualisatie van de noodzakelijke paradigmaverschuiving, van onbeperkte groei met milieueffecten als ‘externaliteiten’ naar het binnen de grenzen van de planeet blijven en het welzijn van alle mensen waarborgen. Naast haar gedegen wetenschappelijke analyse is ze een ongelooflijk enthousiaste spreker die zich richt op de praktische en positieve toepassing van dit concept, via het Doughnut Economics Action Lab.