Zaden kunnen zich verspreiden via de wind, het water, of door dieren. Hier zijn ze vaak op aangepast. Denk maar aan hoe een paardenbloemzaadje een pluim heeft, die hij gebruikt als parachute. Of hoe een kokosnoot heel lang kan blijven drijven, zodat hij van het ene naar het andere eiland kan komen. En die vervelende zaadjes die vast komen te zitten aan je kleding? Die zijn aangepast aan verspreiding door dieren! Bessen en andere vruchten zijn weer speciaal aangepast om opgegeten te worden. De zaden die uitgepoept worden krijgen meteen een fijn laagje verse mest mee! Er zijn trouwens ook planten die hun zaden afvuren. Deze planten hebben een soort catapult-achtig mechanisme om hun zaden zo ver mogelijk te kunnen schieten. Er zijn dus een heleboel verschillende manieren om zaden te verspreiden!
Stel je eens voor: Als jij een plant zou zijn, hoe zou jij je zaden dan willen verspreiden? En wat voor aanpassingen zou je daarvoor willen maken aan jouw zaden?
Ga lekker aan de slag met alle knutselspullen die voor handen zijn en ontwerp jouw eigen zaadje. Mogen jullie van de leerkracht ook daadwerkelijk uitproberen hoe ver deze zaden kunnen verspreiden in het klaslokaal (of uit het raam)? Zo ja, ga ervoor!