Het vwo bereidt voor op een wetenschappelijke opleiding. Dat betekent dat van de zesdeklasser een behoorlijke kennisbasis en een passend repertoire aan vaardigheden verwacht wordt. Het doen van onderzoek is een belangrijk instrument om de wereld te leren kennen en begrijpen. Door leerlingen onderzoek te leren doen leer je ze de houding aan van een aankomend wetenschapper: nieuwsgierig, open, creatief, kritisch, gedisciplineerd, vasthoudend en diepgravend.

Het is aan de docenten om hun vwo-leerlingen op dat pad van pre-academische vorming en scholing te zetten en te begeleiden. Hoe kun je dat al vanaf de brugklas aanpakken?

Een praktijkgerichte aanpak

Het traject ‘Begeleiden van de jonge onderzoeker in het vwo' biedt een stevig handvat. De eigen ervaring van docenten met het doen van onderzoek binnen hun eigen vak (alfa, bèta, gamma) is het startpunt; van daaruit bieden we een (theoretisch gefundeerd) praktisch kader om leerlingen te ondersteunen bij het leren onderzoek doen.

Per fase in het onderzoekstraject wordt nagegaan welke (denk-) activiteiten leerlingen moeten uitvoeren, en hoe je als docent die activiteiten bij leerlingen kunt uitlokken en ondersteunen. In de beginfase gaat het er bijvoorbeeld om hoe je een vraagstelling (hoofd- en deelvragen) ontwikkelt, wat de relatie is tussen de onderzoeksmethode die je kiest en de vraagstelling, en hoe je je onderzoeksvraag zo kunt inperken dat deze uitvoerbaar is binnen de beperkte beschikbare tijd.

We oefenen met het ontwerpen en uitproberen van kleine en grotere onderzoeks- en ontwerpopdrachten die vanaf de brugklas bruikbaar zijn. Een belangrijke vraag daarbij is hoe je een opbouw aan kunt brengen in complexiteit van onderzoeks- en ontwerpopdrachten door de leerjaren heen. Speciale aandacht is er voor de begeleidingstaak van de docent: hoe ondersteun je de activiteiten van de leerlingen zónder alles aan/op te dragen en ‘voor te zeggen’?

Voor wie bedoeld

Alle vwo-docenten die binnen het eigen vak bewust willen bijdragen aan de pre-academische scholing en vorming van hun leerlingen in onder- en/of bovenbouw. Gezien de praktijkgerichte aanpak van de cursus wordt er gewerkt in groepen van maximaal 16 deelnemers.
De cursus wordt over het algemeen in-company verzorgd voor een groep docenten van een school. Als daar aanleiding toe is kan er ook met open inschrijving gewerkt worden, en dan wordt de cursus in Utrecht gegeven. Vereist minimaal aantal inschrijvers in het laatste geval is 12.

Duur en kosten

Er zijn 6 maandelijkse bijeenkomsten van een dagdeel. Tussendoor maken deelnemers praktische opdrachten, bestuderen ze literatuur, doen pilots in de klas en maken daar verslag van. De kosten van een traject zijn conform de gebruikelijke tarieven bij een in-company traject en worden in overleg met de school vastgesteld.

Handboek voor docenten

Uit de trajecten die wij organiseren is gebleken dat scholen naast scholing ook behoefte te hebben aan een naslagwerk. Dit heeft geleid tot het boek Eureka! Didactiek voor het leren onderzoeken in het vwo. Het handboek geeft vwo-docenten handvatten om leerlingen op te leiden tot aankomende academici. Met Eureka! kunnen docenten het ambacht onderzoeken een plek geven binnen hun vak en binnen het onderwijs. Het boek is bij ons te bestellen.

Informatie

Voor meer informatie neemt u contact op met Heleen Wientjes of Joris Veenhoven.
Joris Veenhoven: j.veenhoven@uu.nl, 030 253 1301 / 3224
Heleen Wientjes: h.wientjes@uu.nl, 030 253 1877 / 3224