Gepersonaliseerd leren op de universiteit

Wat kunnen we leren van het voortgezet onderwijs?
 

Onlangs las ik het boek Bestaat de universiteit nog in 2040? van oud UU-rector Bert van der Zwaan. Hij bespreekt daarin veranderingen in onderwijs en studenten, die de komende jaren effect gaan hebben op de universiteit. Eén verandering vond ik met name interessant: de behoefte om een eigen leerroute te kunnen bepalen. Want als gevolg van de toenemende kosten van het studeren, zullen studenten steeds kritischer worden of het onderwijs past bij hun doel en bij wat zij in huis hebben; een goede voorbereiding op het leven lang leren.

Bezoek O&T UU aan Stella Maris College
Impressie Stella Maris College

De tijd om dit boek te lezen vond ik in de trein op weg naar Meerssen in Zuid-Limburg, waar ik met twee collega’s het Stella Maris College bezocht. Deze school heeft gepersonaliseerd leren ingevoerd, waarbij de individuele leerweg van de leerling centraal staat. Het is een school voor middelbaar onderwijs waar leerlingen terecht kunnen met een havo- of vwo-advies. Ik zeg nadrukkelijk niet ‘havo/vwo-school’, omdat een leerling hier niet op óf de havo óf het vwo zit. Op het Stella Maris College wordt per taak gekeken op welk niveau een leerling de taak gemaakt heeft. Feedback geeft vervolgens aan wat de leerling kan verbeteren. Het leren staat voorop, en niet het halen van hordes in de vorm van toetsen. Dit is een cruciaal verschil.

Door eigenaarschap en vertrouwen te geven, komen kinderen in beweging.

Hoe ziet dit er praktisch uit? Elke dag begint met coachgesprekken met individuele leerlingen waarin zij geholpen worden hun persoonlijke leerplan vorm te geven en keuzes te maken. Ook worden afspraken gemaakt over leertaken en momenten voor toetsing. De manier van toetsen kan ook gepersonaliseerd worden, wat de motivatie van de leerling stimuleert. Door eigenaarschap en vertrouwen te geven, komen kinderen in beweging.

Bezoek O&T UU aan Stella Maris College
Het Stella Maris College werkt met streefdata

Voor alle leerlingen, ook degenen die geen coachgesprek hadden, start de dag in de basisgroep om praktische vragen te beantwoorden en aspecten uit de individuele gesprekken te bespreken die voor iedereen gelden. Vervolgens gaan de leerlingen aan de slag met hun persoonlijke plan, wat hen naarmate ze in een hoger leerjaar zitten meer keuzevrijheid biedt: ze maken leertaken tijdens de workshoptijd (waarbij altijd twee docenten aanwezig zijn die vragen kunnen beantwoorden), ze volgen een lezing of seminar bij een vakdocent waarin theorie wordt uitgelegd, of ze volgen een labsessie of communicatiesessie waarin vaardigheden worden geoefend.

Er valt nog veel meer te zeggen over hoe de school dit alles doet. De kern is dat de leerroute wordt vormgegeven op basis van waar de leerling is in zijn leren. Verschil in niveau en tempo van afsluiten van vakonderdelen is mogelijk. En dit alles in dezelfde uren als docenten in het reguliere onderwijsprogramma inzetten.

In het universitaire onderwijs kunnen we van deze aanpak leren, om te beginnen met het vormgeven van individuele leerroutes. Wat zou het mooi zijn als een student met behulp van een coachende docent kan bepalen wat hij nodig heeft om zich in een discipline te bekwamen en zich te ontwikkelen tot een goede academicus en burger. De coachend docent kan meedenken over aan welk onderdeel de student meer tijd zou moeten besteden, hoe hij dat het beste kan doen, hoe de student meer uitdaging in een vak kan vormgeven of persoonlijke ontwikkeldoelen een plek kan geven in zijn studietijd. Colleges hebben dan nooit aanwezigheidsplicht. Studenten volgen wat past bij hun leerproces. Ze bepalen zelf wanneer ze een toets doen en of ze tevreden zijn als ze de doelen hebben behaald of verder willen leren. Studenten worden eigenaar van hun leerproces, wat hen voorbereid op een leven lang leren.

In het eerste studiejaar volgt een vaste docent het leerproces van een student. Doordat hij de student goed leert kennen, kan hij de student op nuttige colleges, opdrachten of nevenactiviteiten wijzen. Zo’n vast aanspreekpunt zorgt ook voor binding met de studie. In opleidingen met hoge studentenaantallen wordt dit ondersteund met het opdelen van studenten in colleges van maximaal 75 studenten, met een vast docententeam. Daardoor leren studenten en docenten elkaar goed kennen en vinden studenten in latere studiejaren hun weg naar docenten, die zij benaderen om te sparren over hun leerroute.

In verschillende honoursopleidingen worden studenten al begeleid bij het uitzetten van een persoonlijk leerplan en het zelf vormgeven van extra uitdaging. We zouden de daarin opgedane kennis kunnen verbreden naar het reguliere onderwijs. Want zoals Bert van der Zwaan ook al voorspelt, vragen de veranderende behoeftes van studenten erom en is het nodig om studenten voor te bereiden op een leven lang leren.

Hanne ten Berge is adviseur en trainer bij Onderwijsadvies & Training