Je kan differentiëren door te variëren in bijvoorbeeld werkvormen, materialen, inhoud en mate van uitleg die je biedt

Dezelfde of juist verschillende dingen leren

Een veelgebruikt onderscheid is dat tussen convergente en divergente differentiatie (Blok, 2004, Deunk et al., 2015). Docenten die hun onderwijs convergent vormgeven geven alle lerenden dezelfde stof, en ze werken allemaal naar een gemeenschappelijk einddoel. De manier waarop ze dat doel bereiken verschilt, doordat de instructie, leertijd en werkvormen verschillen.

Bij docenten die divergent differentiëren leert niet iedereen hetzelfde. Meestal is er wel een gemeenschappelijke basis, maar verder wordt er aangesloten bij individuele onderwijsbehoeften.

Vaak bestaat een gedifferentieerd aanbod uit een combinatie van convergente en divergente differentiatie.

Gebieden om op te differentiëren

Differentiatie is op vele gebieden mogelijk. Er zijn variaties aan te brengen in:

  • werkvorm
  • materiaal
  • tempo (van het leerproces)
  • moment waarop leerstof verwerkt wordt
  • moeilijkheidsgraad
  • volgorde van leeractiviteiten
  • mate van keuzevrijheid
  • inhoud: verdieping, (verbreding), verrijking
  • mate waarin uitleg / structuur wordt geboden
  • eindproduct
  • leeromgeving

Referenties

Blok, H. (2004). Adaptief onderwijs: Betekenis en effectiviteit. Pedagogische studiën, 81, 5–27. 

Deunk M., Doolaard, S., Smale-Jacobse, A. & Bosker, R. J. (2015).  Differentiation within and across classrooms:
A systematic review of studies into the cognitive effects of differentiation practices. Groningen: Gion onderwijs/onderzoek.