Hybride onderwijs; wat kunnen we leren van een pilot uit Maastricht?

Pilot hybride onderwijs

Hybride onderwijs is een uitdagende manier van onderwijs geven, waarbij studenten tegelijkertijd op afstand en op locatie onderwijs volgen. Deze vorm kan extra werkdruk opleveren voor de docent, omdat het zowel technisch als didactisch om vernieuwing vraagt, maar kost ook voor de student vaak meer moeite.

Het is daarom goed om na te denken over de meerwaarde van deze onderwijsvorm voor jouw cursus, en of het voldoende oplevert. Als je de luxe van deze keuze níet hebt, ben je hopelijk geholpen met de tips van onderwijsadviseur Sanne Schreurs, die betrokken was bij een pilot met hybride onderwijs aan Maastricht University.

Maastricht University

Deze pilot werd in juli 2020 gedaan op de Faculteit Gezondheid, Geneeskunde en Biomedische wetenschappen in een tutorgroep met 10 studenten. In deze tutorgroep wordt gewerkt met probleemgestuurd onderwijs (PGO), waarbij studenten samenzitten met een tutor en een probleem en hun literatuuronderzoek rondom dat probleem bespreken.

In de pilot:

  • waren vier studenten fysiek aanwezig,
  • deden zes studenten online mee,
  • en was de tutor ook fysiek aanwezig.

Opvallend: de groep liep tegen veel technische problemen aan. Hiernaast konden echter ook veel nuttige tips geformuleerd worden, met name op het gebied van randvoorwaarden, groepsdynamiek en proces.

Goede randvoorwaarden geven je een voorsprong

Het hanteren van bepaalde randvoorwaarden, zoals groepsgrootte en rolverdeling, geven je al een kleine voorsprong. Uit de pilot kwamen de volgende tips:

  • Om het overzicht te kunnen houden, is het handig de groepsgrootte te beperken tot 8-10 studenten. Zeker als je onderlinge plenaire discussie wilt stimuleren, is een max van 10 studenten aan te raden. Is plenaire discussie minder relevant, dan kun je de groep iets groter maken en voornamelijk onderverdelen in subgroepjes die intensief samenwerken.
  • De docent moet een hele duidelijke structuur geven aan de sessie, en af en toe weer teruggrijpen op deze structuur. Denk aan de agenda, de keuze voor werkvormen, wanneer het pauze is en in welke eventuele subgroepen studenten verwacht worden. Studenten (vooral de online aanwezigen) zouden constant moeten weten waar ze aan toe zijn.
  • Het werkt goed als zowel de online als offline studenten een eigen laptop hebben met oordopjes, camera en microfoon. Hierbij heeft iedereen bij voorkeur de camera constant aan en de microfoon uit (tenzij je wat wilt zeggen). Zo is het voor de online studenten makkelijker om mee te doen in de discussie.
  • Doe met alle studenten een voor- en nabespreking en houd voldoende pauzes (minimaal ieder uur even ontluchten).

Bevindingen op het gebied van groepsdynamiek

Persoonlijke aandacht

De online aanwezige studenten waarderen persoonlijke aandacht. Bijvoorbeeld de docent die even in een informele sfeer met alle studenten kletst, kijkt waar ze zijn, iedereen even de kans geeft iets te zeggen. Wissel ook een beetje af tussen online en fysiek.

Informele interactie

Als iedereen achter een laptop zit, wat is dan nog de meerwaarde van het fysiek aanwezig zijn? Dit is toch vooral de informele interactie rondom de onderwijsgroep, daar moet dus voldoende tijd voor zijn. Dit is iets dat de online aanwezige studenten erg missen en zich in ‘buitengesloten’ voelen. Let hierop en geef de online studenten ook de kans informeel met elkaar en de andere studenten te praten.

Wissel af tussen plenair en subgroepjes

Door af te wisselen tussen plenaire activiteiten en werken in subgroepjes, kan zowel docent als student deels ontlast worden. Binnen de pilot in Maastricht vormden de fysiek aanwezige studenten één groep, en de online aanwezige studenten werden in twee groepjes verdeeld. De hoeveelheid subgroepjes is natuurlijk afhankelijk van hoeveel studenten er aanwezig zijn en in welke modaliteit. Let hierbij wel op wat het doel is van de samenwerking: sommige doelen worden juist beter ondersteund door sugroepjes te maken met combinaties van online en fysiek aanwezige studenten. De studenten waarderen deze opzet met subgroepjes: het werkt effectiever dan alles plenair te doen en het levert diepere verwerking van de stof op.

Proces

De docent en de aanwezige studenten moeten zich continu bewust blijven van de online aanwezige studenten, en erop letten hen niet uit te sluiten. Dit kan door de tijd geven om in te breken, te letten op eventuele handjes, de chat in de gaten houden etc. Al die mogelijkheden leveren wel extra prikkels op, die mogelijk als vermoeiend en afleidend worden ervaren door docent en studenten. Een mogelijke oplossing is om één student per bijeenkomst ‘verantwoordelijk’ te maken voor de online studenten. Hiernaast is het goed om er attent op te zijn dat de online aanwezige studenten nog meekomen en of alles duidelijk is. Dit geeft hen een mogelijkheid om twijfel en vragen te uiten.

Resumé

Uit deze pilot komt naar voren dat het belangrijkste voor de docent is: let op je studenten, geef ze de ruimte om te delen en vragen te stellen, zorg ook voor informele gesprekken, wees duidelijk en geef voldoende structuur. Zie dit ook als een goed moment om andere werkvormen uit te proberen, waarbij het verdelen in subgroepen heel veel meerwaarde kan hebben.

Kijken: webinar

Sanne deelde haar ervaringen onlangs ook in een webinar. Kijk hier de opname terug.

Auteur

Dit artikel is geschreven door oudcollega Sanne Krol-Schreurs.