We moeten af van het leerdoel ‘de student heeft kennisgemaakt met...’.

Het is een veel voorkomend leerdoel: “de student heeft kennisgemaakt met de belangrijkste theorieën over motivatie”, “kennisgemaakt met de basisprincipes van onderzoek”, “kennisgemaakt met de methoden van …”. Op het eerste gezicht lijkt het een vriendelijk geformuleerd leerdoel en klinkt het niet erg moeilijk. Maar wat betekent ‘kennismaken met een theorie’ eigenlijk? En wat verwacht je dan van een student?

Introductie

Een leerdoel is bedoeld om richting te geven: het maakt duidelijk wat studenten na afloop van een cursus zouden moeten kunnen. Daarmee vormt het de basis voor het ontwerp van leeractiviteiten en toetsing (zie constructive alignment). Daarnaast geeft het studenten de mogelijkheid om met die leerdoelen hun leerproces te sturen. 

Als je een formulering als “kennismaken met” tegenkomt (of andere onduidelijke formuleringen, zoals “de student begrijpt”, “de student leert over”, “de student geeft blijk van”, etc.), kun je je afvragen wat studenten dus zouden moeten kunnen aan het eind van een cursus. Hoe kunnen we een student helpen bij het behalen van het doel ‘kennismaken met’ en hoe kunnen we toetsen of dat doel behaald is? Om die vragen goed te kunnen beantwoorden zullen we eerst na moeten gaan waar een goed leerdoel aan moet voldoen.

Een leerdoel is bedoeld om richting te geven: het maakt duidelijk wat studenten na afloop van een cursus zouden moeten kunnen.

Waar moet een leerdoel aan voldoen?

In een leerdoel zijn op z’n minst drie dingen helder benoemd. Wat moet er geleerd worden (welke kennis of vaardigheden moeten er beheerst worden - content)? Wie moet dat leren doen (bij ons vaak studenten - audience)? En wat moeten studenten kunnen laten zien (hier wordt om een gedragsmatige beschrijving gevraagd - behavior)? Deze (plus twee optionele) elementen worden kort samengevat in het volgende ‘model’ (zie Teaching and Learning Collection):

A good learning goal = content + AB(CD)

  • Content: Welke kennis of vaardigheden moeten studenten beheersen?
  • Audience (A): Wie moet dit leren (bijv. studenten in jouw cursus)?
  • Behavior (B): Wat moeten studenten na de cursus kunnen doen? Dit werkwoord specificeert het gedrag dat wordt beoordeeld.
  • Condition (C): Onder welke voorwaarden moet het gedrag plaatsvinden (bijv. met gebruik van specifieke hulpmiddelen of in specifieke omgevingen)?
  • Degree (D): Welke prestatienorm is acceptabel (bijv. tijd, nauwkeurigheid of kwaliteit)?

Een voorbeeld zonder de optionele elementen:

Na afloop van de cursus moeten studenten (audience) in staat zijn om de handelsbalans van een bepaald land (content) te berekenen en te interpreteren (behavior).

De optionele elementen zouden een conditie kunnen toevoegen zoals welke hulpmiddelen studenten erbij mogen gebruiken (met een dataset van internationale handelscijfers) en een mate van accuratesse waarmee de studenten het moeten kunnen (met een nauwkeurigheid van ten minste 95%).

Hoe goed is het leerdoel ‘kennismaken met…’?

Neem het leerdoel ‘de student heeft kennisgemaakt met de belangrijkste theorieën over motivatie’. Als we dat naast de bovengenoemde criteria leggen, zien we dat wel duidelijk is wie het leren moet doen en wat zij moeten leren, maar niet welk observeerbaar gedrag je van de student wilt zien. Wanneer heeft de student nu goed genoeg kennis gemaakt met de theorieën? En hoe zou je dat kunnen toetsen?

Voor een docent is het dan ook moeilijk om leeractiviteiten te ontwerpen waarin studenten werken aan het kennismaken met een theorie. Je zou studenten bijvoorbeeld kunnen laten kennismaken door ze over de belangrijkste motivatietheorieën te laten lezen of door een chatbot te maken waarin studenten "in gesprek" kunnen gaan met een bepaalde motivatietheorie. Dit zijn mogelijk leerzame activiteiten, maar het doel blijft onduidelijk. Wat moeten studenten ervan opsteken? En wanneer zijn studenten "klaar" met kennismaken?

In dat laatste zit voor mij persoonlijk – met het oog op zelfregulerend leren – een belangrijk punt. Leerdoelen zouden studenten in staat moeten stellen om voor henzelf helder te krijgen waar zij staan ten opzichte van die leerdoelen. Zij moeten zelf feedback kunnen genereren die hen inzicht geeft in hun leerproces. Op basis van die informatie kunnen ze beslissingen nemen over hun verdere studiegedrag. Welke leerdoelen beheers ik al en aan welke moet ik nog werken? Met heldere leerdoelen stel je studenten in staat om meer controle te nemen over hun studieproces. 

Kortom: “kennismaken met” en andersoortige onduidelijke werkoorden bieden geen houvast voor leerdoelen. Het geeft studenten weinig richting en als docent kun je moeilijk vaststellen of een student het doel heeft bereikt.

Hoe verbeteren we ‘kennismaken met’?

Er zijn gelukkig een aantal handreikingen die je kunnen helpen bij het verbeteren van leerdoelen. De taxonomie van Bloom onderscheidt bijvoorbeeld verschillende categorieën die aangeven wat studenten met hun kennis moeten kunnen doen, waarbij elke categorie gekoppeld is aan passende actieve werkwoorden. Uitwerkingen van de categorieën met passende werkwoorden zijn te vinden in de Teaching and Learning Collection of in andere online hulpmiddelen, zoals hier.

Met behulp van actieve werkwoorden kan je een leerdoel als ‘kennismaken met de belangrijke motivatietheorieën’ specificeren in ‘de student kan de drie belangrijkste motivatietheorieën benoemen en deze kort toelichten’. Vervolgens kun je met het content+ABCD model het leerdoel verder verbeteren. 

Conclusie

Het leerdoel “kennismaken met” voldoet dus niet aan de eisen voor een goed leerdoel. Het schept geen duidelijke verwachtingen en is niet toetsbaar. Met duidelijkere leerdoelen verbeter je niet alleen de kwaliteit van je onderwijs, maar geef je studenten ook echt de mogelijkheid om hun leerproces goed in te richten.