Grip krijgen op curriculumontwikkeling: de CurriKaart voor grote onderwijsprojecten
Geschreven door: Dr. Florian Verbeek
Misschien ben je betrokken bij een spannend nieuw project voor een nieuwe of vernieuwde bachelor- of masteropleiding. Iedereen heeft ideeën. Er zijn veel mensen met wie je wilt spreken, voorbeelden die je wilt bekijken, documenten die je moet lezen en vragen die nog beantwoord moeten worden. Het kan lastig zijn om te bepalen waar je moet beginnen.
Of misschien loopt het project al maanden. Werkgroepen zijn gevormd, actiepunten verdeeld en mensen maken samenvattingen, dia’s en rapporten. Iedereen is druk bezig, maar werken we aan de juiste dingen? Beide situaties vragen om hetzelfde: een moment om stil te staan en te oriënteren. De CurriKaart is precies daarvoor bedoeld. De kaart helpt projectgroepen en adviseurs om zich te oriënteren, te controleren of belangrijke vragen voldoende zijn besproken en te bepalen welke ondersteuning of besluitvorming mogelijk nodig is.
Verwarren we activiteit met vooruitgang?
Grote curriculumprojecten beginnen vaak met veel energie. Mensen verzamelen documenten, vergelijken andere opleidingen, organiseren bijeenkomsten, raadplegen stakeholders, bespreken mogelijke cursusstructuren en verwerken ideeën voor onderwijsinnovatie. Deze activiteiten zijn vaak waardevol, maar ze kunnen een project ook in allerlei richtingen tegelijk trekken. Een druk project is niet automatisch een goed begeleid project.
Een projectgroep kan een volle agenda hebben en toch de belangrijkste vraag vermijden: op welk besluit bereiden we ons eigenlijk voor?
Denk bijvoorbeeld aan een benchmark die verandert in een discussie over cursusstructuren of leerlijnen. Zonder een heldere vraag die richting geeft aan de vergelijking, kan een groep al beginnen met ontwerpen voordat duidelijk is welk probleem het nieuwe curriculum eigenlijk moet oplossen. Dat gebeurt wanneer stappen uit de analysefase worden overgeslagen of onbewust losgelaten.
Procesbewustzijn betekent dat je pauzeert en vraagt: wat voor soort werk is nu nodig? Is het project nog bezig om de aanleiding voor verandering te verhelderen? Werkt de groep aan een gedeelde onderwijsrichting? Is het project klaar om ontwerpbesluiten te nemen? Of beweegt het al richting ontwikkeling, terwijl eerdere vragen nog onvoldoende zijn beantwoord?
De CurriKaart beantwoordt deze vragen niet voor je. De waarde van de kaart is dat zij een gedeelde taal biedt om je te oriënteren. Ze helpt deelnemers om acties, documenten en besluiten in context te plaatsen, zodat het project doelgericht vooruitgaat in plaats van reactief.
Waar zijn we, wat is belangrijk, en wat nu?
Elk project vraagt om zowel structuur als maatwerk. De CurriKaart kan projectgroepen en adviseurs helpen om zich te oriënteren terwijl zij onderweg keuzes maken.
De kaart is onderverdeeld in vijf fasen: Analyse, Ontwerp, Ontwikkeling, Implementatie en Evaluatie. Elke fase bevat hoofddoelen, acties die vaak nodig zijn, producten of documenten die kunnen worden ontwikkeld, en besluiten die op dat moment meestal nodig zijn.
Eén terugkerende laag in de Kaart wordt makkelijk over het hoofd gezien: planning, organisatie en communicatie zijn niet alleen starttaken. Ze moeten gedurende het hele project opnieuw worden bekeken. Als het werk van de ene fase naar de volgende beweegt, veranderen ook de relevante mensen, besluiten, documenten en communicatiebehoeften. Een projectgroep moet daarom regelmatig opnieuw vragen: zijn nog steeds de juiste mensen betrokken? Zijn verantwoordelijkheden helder? Worden besluiten op de juiste plek genomen? Begrijpt de bredere gemeenschap wat er gebeurt en waarom?
Dit is waar je per fase doorgaans aan kunt denken:
- Analyse – waarom veranderen? Dit kan gaan om het verzamelen van data van belanghebbende en positionering, het ontwikkelen van een probleemanalyse of businesscase, en de steun vanuit leiderschap bevestigen.
- Ontwerp – wat willen we maken? Deze fase gaat over visieontwikkeling, programmaleeruitkomsten en het ontwerpen van een curriculumraamwerk. Pas daarna wordt het meestal verstandig om gedetailleerdere besluiten te nemen over cursussen, leerlijnen, toetsing en de opbouw van studiejaren.
- Ontwikkeling – hoe gaan we het doen? Je vertaalt het ontwerp naar onderwijs. Ontwikkelteams werken aan cursussen, toetsing, leeractiviteiten en onderwijsmateriaal. Tegelijkertijd vraagt deze fase aandacht voor roostering, personele inzet, professionalisering, formele opleidingsdocumentatie, evaluatie en implementatie.
- Implementatie en evaluatie – tijd voor actie, maar hebben we het waargemaakt? Deze twee zijn niet iets om pas later over na te denken. De voorbereiding op beide fasen begint vroeg.
Balanceren we flexibiliteit met structuur?
Structuur en procesbewustzijn zijn belangrijk, maar de CurriKaart kan meer kwaad dan goed doen wanneer zij wordt gebruikt als een rigide checklist. Curriculumvernieuwing verloopt zelden lineair. Het vraagt om een flexibele, iteratieve en op maat gemaakte aanpak.
Soms blijkt tijdens cursusontwikkeling dat de visie nog niet specifiek genoeg is. Soms begint een project met een urgent probleem, maar zonder gedeeld beeld van de gewenste toekomst. Soms moet draagvlak opnieuw worden opgebouwd zodra abstracte ideeën concreet worden en gevolgen krijgen voor cursussen, verantwoordelijkheden of posities.
Daarom werkt de kaart het best als gespreksinstrument. Een projectgroep kan haar gebruiken om te vragen: waar staan we nu? Welke vragen hebben we nog onvoldoende beantwoord? Welke besluiten stellen we uit? Welke acties horen eigenlijk bij een later moment?
Voor individuen kan de kaart helpen bij het voorbereiden van bijeenkomsten: welke vragen wil ik stellen? Welke blinde vlekken zie ik? Welk onderwerp moet op de agenda komen?
Eén vraag blijft leidend: helpt dit overzicht? Zo niet, leg het dan naast je neer. Het is een hulpmiddel, geen protocol.
Vier aandachtspunten bij grote curriculumprojecten
Deze tips zijn gebaseerd op de onderliggende literatuur en documentatie van de CurriKaart.
1. Begin met urgentie én richting
Een curriculumproject heeft een overtuigende reden voor verandering nodig, maar urgentie alleen is niet genoeg. Als duidelijk is waarom verandering nodig is, maar niet waar de opleiding naartoe wil, kan het project blijven hangen in losse problemen. Een aantrekkelijke visie zonder gedeeld gevoel van urgentie kan daarentegen vrijblijvend blijven. Besteed daarom vroeg aandacht aan beide vragen: waarom moeten we veranderen, en wat voor afgestudeerden willen we opleiden en waarom?
2. Maak rollen en besluitvorming expliciet
Grote projecten betrekken veel mensen: docenten, studenten, opleidingsdirecteuren, examencommissies, curriculumcommissies, beleidsmedewerkers, faculteitsbesturen en soms externe partners. Dat is nodig, maar het kan ook verwarrend worden. Wie denkt mee? Wie ontwerpt? Wie beoordeelt? Wie besluit? En wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer het nieuwe curriculum eenmaal draait? Heldere rolbeschrijvingen voorkomen dat participatie en projectorganisatie door elkaar gaan lopen.
3. Ontwikkel ook de professionele gemeenschap
Een nieuw curriculum loopt niet alleen op documenten, leeruitkomsten en cursusbeschrijvingen. Belangrijker is dat het gedragen worden door de mensen die de opleiding gaan verzorgen en coördineren. Nieuwe onderwijsambities vragen vaak om nieuwe expertise, nieuwe vormen van samenwerking en een gedeelde taal. Wacht daarom niet met professionalisering totdat het curriculum bijna van start gaat. Gebruik het project zelf om te bouwen aan de gemeenschap die het curriculum levend houdt.
4. Ontwerp evaluatie en overdracht vanaf het begin
De aandacht neemt vaak af zodra een nieuw curriculum eenmaal draait. Maar juist dan ontstaat de vraag of de oorspronkelijke ambities zichtbaar worden in de praktijk. Wat willen we observeren? Welke data verzamelen we? Wie interpreteert de resultaten? En hoe zorgen we ervoor dat nieuwe opleidingsdirecteuren, docenten of commissies de oorspronkelijke visie nog begrijpen? Een goed curriculumproject eindigt niet met implementatie. Het eindigt met een gedetailleerde overdracht en gerichte verbeterplannen.
Wanneer gebruik je de CurriKaart?
De kaart is op verschillende momenten bruikbaar:
- aan het begin van een project – om kaders, rollen, en eerste mijlpalen te bespreken;
- bij evaluatie- en beslismomenten – om te controleren of belangrijke vragen en actiepunten zijn overgeslagen, of dat recente ontwikkelingen vragen om het opnieuw bekijken van eerdere stappen;
- wanneer je het overzicht kwijt bent – bijvoorbeeld omdat je op vakantie was, met een ander project bezig was, en je opnieuw moet oriënteren.
Neem contact met ons op
Ben je betrokken bij een grote curriculumvernieuwing of een onderwijsontwikkelproject, en wil je sparren over strategie, planning, besluitvorming of het gebruik van de CurriKaart? UU-medewerkers kunnen een kosteloos professioneel consult aanvragen, of contact met ons opnemen om andere vormen van ondersteuning door Onderwijsadvies & Training te verkennen.
Relevante referenties:
Biggs, J., Tang, C., & Kennedy, G. (2022). Teaching for Quality Learning at University (5th ed.). Open University Press.
Branch, R. M., & Varank, İ. (2009). Instructional design: The ADDIE approach (Vol. 722). Springer.
Fullan, M. (2016). The new meaning of educational change. Routledge.
Kang, S. P., Chen, Y., Svihla, V., Gallup, A., Ferris, K., & Datye, A. K. (2022). Guiding change in higher education: an emergent, iterative application of Kotter’s change model. Studies in Higher Education, 47(2), 270-289. https://doi.org/10.1080/03075079.2020.1741540
Kezar, A. (2018). How colleges change: Understanding, leading, and enacting change (2nd ed.). Routledge.
Richards, J. C. (2013). Curriculum Approaches in Language Teaching: Forward, Central, and Backward Design. RELC Journal, 44(1), 5-33. https://doi.org/10.1177/0033688212473293
Weick, K. E. (1995). Sensemaking in organizations. Sage Publication Inc.
Met dank aan vele O&T collega’s die hun werk en ervaring gedeeld hebben, en de Wageningen University Research (WUR) currriculum support toolkit (https://edusources.nl/materials/334fb41f-fa9a-4193-b0c7-7a9e8f73582d/curriculum-support-roadmap) zoals uitgelegd en gedeeld door adviseur Roos Köhler.