Structurele aandacht voor leren onderzoeken is geen luxe maar noodzaak

Docent begeleidt leerlingen in het voortgezet onderwijs bij hun onderzoek

Het profielwerkstuk biedt havo- en vwo-leerlingen al ruim 20 jaar de kans om iets nieuws te ontdekken, uit te pluizen of te ontwerpen. Het is een uniek moment in de schoolloopbaan: de vrijheid om zelf te bepalen waarover je meer wilt leren en op welke manier. Ook uniek is dat de leerling een onderzoekscyclus van die omvang doorloopt. Maar op veel scholen is het PWS vaker het startpunt van het leren onderzoeken dan het eindpunt. Met als gevolg dat sommige leerlingen zich erdoorheen worstelen. Een gemiste kans, volgens Joris Veenhoven. 

De situatie in het voortgezet onderwijs lijkt een beetje op die in het hoger onderwijs aan het eind van de 20e eeuw, met de scriptie als het sluitstuk van de opleiding waarin je als student vaardigheden moet toepassen die je nooit hebt ontwikkeld. In veel hbo- en wo-opleidingen is hier de laatste decennia werk van gemaakt, door het invlechten van vaardigheidsleerlijnen in het curriculum. In het ideale geval doorlopen studenten daarbij meerdere malen een (praktijkgerichte) onderzoekscyclus met een oplopende taakcomplexiteit, voordat ze aan hun afsluitende onderzoek beginnen.

De onderzoekscyclus als kapstok

In het voortgezet onderwijs is er aandacht voor academische vaardigheden zoals leren schrijven, presenteren, projectmatig werken en redeneren van vraag naar antwoord (door experiment, veldstudie of literatuurstudie). Het zit verwerkt in de kerndoelen, eindexamenprogramma’s en in talloze opdrachten in de vakken. Vaak wordt de onderzoekscyclus als kapstok gebruikt bij onderwijs in academische vaardigheden. En terecht, omdat veel academische vaardigheden een natuurlijke plek krijgen als leerlingen een onderzoekscyclus doorlopen.

Een aantal keer de onderzoekscyclus doorlopen, is niet voldoende

Maar het feit alleen dat leerlingen een aantal keer de onderzoekscyclus doorlopen tijdens hun schoolloopbaan, is niet genoeg om een begin te maken met de ontwikkeling van hun academische vaardigheden. Mijn indruk is dat op veel vo scholen het lesaanbod op het vlak van ‘leren onderzoeken’ niet goed op elkaar is afgestemd, zowel tussen vakken onderling als tussen jaarlagen. En dit lesaanbod heeft vaak ook niet genoeg body: te weinig opdrachten, te kleine opdrachten en te weinig ‘just in time’ instructie en feedback. 

Geen luxe maar noodzaak

Als je vindt dat aandacht voor academische vaardigheden in het vo een luxe is of een leuk extraatje voor leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, dan is het niet zo’n probleem dat dit lesaanbod fragmentarisch is en weinig om het lijf heeft - hooguit een verspilling van tijd, omdat leerlingen niet komen tot een cumulatieve kennisopbouw. Ik zie structurele aandacht voor academische vaardigheden in havo/vwo echter niet als een mooie bijkomstigheid maar als een noodzaak. 

Studenten in het hoger en wetenschappelijk onderwijs lopen regelmatig vast op een te gebrekkige beheersing van academische vaardigheden. Complexe cognitieve vaardigheden hebben veel tijd nodig om tot ontwikkeling te komen, en moeten herhaaldelijk geoefend worden in uiteenlopende contexten. Daarom is het belangrijk om in het voortgezet onderwijs al te beginnen met deze zogenaamde pre-academische vorming. (Wientjes & Veenhoven, 2016)

Knelpunten in de dagelijkse lespraktijk

De meeste scholen onderkennen het belang van pre-academische vorming. Maar hoe geef je daar vorm aan in de dagelijkse lespraktijk? Het is goed om in ieder geval na te denken over de volgende drie uitdagingen.

1. Vakinhoudelijk leren onderzoeken

Waar breng je academische vaardigheden onder in het curriculum? Met de beste bedoelingen bieden sommige scholen een apart vak ‘onderzoek doen’ aan. Daarmee loop je onbedoeld in de valkuil die we ook zagen in het hoger onderwijs. Daar waren de aparte vakken over onderzoeksmethoden vaak struikelblokken voor studenten, omdat deze vakken de onderzoeksmethodologie los van de vakinhoud behandelden. 

In onderzoek staat altijd een probleem centraal dat onlosmakelijk verbonden is met vakinhoudelijke kennis. Daarom moeten onderzoeksvaardigheden bij voorkeur binnen de context van vakken ontwikkeld worden. Als je geen koppeling legt met de schoolvakken, is het voor leerlingen lastiger om betekenisvol onderzoek te doen, en is het voor docenten moeilijker om te begeleiden. Denk aan een natuurkundedocent die een onderzoek naar poëzie begeleidt. Het zal lastig zijn voor deze docent om een leerling te helpen met trechteren (wat zijn mogelijke invalshoeken, wat is al onderzocht?). Terwijl deze trechterfase misschien wel de lastigste fase is voor leerlingen om te doorlopen. 

2. Een gemeenschappelijke onderzoekstaal

Als een school ervoor kiest om ‘leren onderzoeken’ in te bedden in de vakken, is de volgende stap om samenhangend lesaanbod te creëren waarbij leerlingen de kans krijgen om transfer te maken van de ene onderzoekscontext naar de andere (een leerlijn). Dat vraagt om een gemeenschappelijke onderzoekstaal: dezelfde termen hanteren voor stappen in de onderzoekscyclus, expliciet benoemen wat gelijk is over de vakken heen en waar het uiteen loopt qua termen en eisen. 

Onderzoeksdidactiek is een vak apart

3. Docenten bekwamen

Voordat je als team een leerlijn kan invoeren, moeten teamleden zich toegerust voelen om de leerlijn in praktijk te brengen. Maar niet alle docenten vinden zichzelf bekwaam genoeg om leerlingonderzoek te begeleiden en te beoordelen. Elke docent in opleiding voert weliswaar een vakdidactisch onderzoek uit, maar dat is heel wat anders dan een onderzoek uitvoeren in je eigen vakgebied. En ook de onderzoeksdidactiek is weer een vak apart. Veel docenten leren proefondervindelijk hoe ze leerlingen kunnen begeleiden bij een onderzoek; een leerervaring die verre van optimaal is. Het gevaar ligt op de loer dat leerlingen minder zin krijgen in onderzoekstaken als zij daarbij niet goed begeleid worden. Het zou ook de verschillen tussen leerlingen kunnen vergroten tussen hen die van huis uit veel meekrijgen, en de leerlingen waarbij dat niet het geval is. 

Het is niet makkelijk, maar het kan

Samenvattend zijn er drie grote uitdagingen voor havo/vwo-scholen:

  1. Tijdig beginnen met het aanleren van academische vaardigheden (niet in het laatste leerjaar, maar het eerste leerjaar).
  2. Een stapsgewijze opbouw van geleide oefeningen integreren in het lesprogramma, gekoppeld aan de reguliere vakken (m.a.w. een échte onderzoeksleerlijn realiseren).
  3. Docenten voldoende toerusten om leerlingen te leren onderzoek (nascholing, intervisie etc.)

Het is een hele klus om deze drieslag te realiseren en de leerlijn in te vlechten in het onderwijs waar het hele docententeam zich in kan vinden én zich voor toegerust voelt. Het is een proces wat veel inspanning vergt en meerdere jaren duurt. Maar het kan! Er zijn scholen in Nederland die daar de afgelopen jaren al een heel eind in zijn gekomen. Daar waar het lukt heeft de schoolleiding een visie en het lef om prioriteiten te stellen in scholing en curriculumontwikkeling. Ook is er op deze scholen een leerlijncoördinator en een pioniersgroep van docenten die als ambassadeurs hun collega’s meenemen in het proces. 

Het is niet makkelijk om dat als school op eigen kracht te doen. Daarom is het goed dat scholen elkaar steunen in netwerken bij deze ontwikkeling (denk aan het WON-netwerk, Technasia en de GLOBE Science School), en gebruikmaken van aanbod van nascholingsinstanties. 

Het PWS als bekroning

Als leerlingen een goed ingebedde onderzoeksleerlijn doorlopen hebben, is het PWS een bekroning van die leerweg, waarbij ze hun eerder opgedane vaardigheid kunnen inzetten om een zelfgekozen vraagstuk te onderzoeken. In dat geval wordt het PWS voor álle leerlingen een leermoment die kan bijdragen aan een soepele overgang naar het hoger onderwijs.


Auteur

Joris Veenhoven verzorgt binnen Onderwijsadvies & Training al 10 jaar nascholing voor docenten in het voortgezet onderwijs op het vlak van ‘leerlingen leren onderzoeken’. Samen met collega Heleen Wientjes schreef hij het handboek ‘Eureka! Didactiek voor leren onderzoeken in vwo én havo’.

Contact

Heb je een (advies)vraag over leerlingen leren onderzoeken bij jou op school? Neem dan contact op via onderwijsadviesentraining@uu.nl.

Relevante scholingstrajecten: