Differentiëren in het voortgezet onderwijs: groeperen

Het indelen van leerlingen binnen de klas in kleine groepen biedt differentiatiemogelijkheden.

In de instructiefase van de les wordt weinig gedifferentieerd. Meestal is de instructie bedoeld voor de hele klas. Als er differentiatie in instructie plaatsvindt, is dat meestal door in de fase van zelfstandig werken de zwakkere leerlingen individueel of in kleine groepen extra uitleg te geven of op een andere manier te ondersteunen.

Homogene of heterogene groepen

Het indelen van leerlingen binnen de klas in kleine groepen biedt differentiatiemogelijkheden. Door leerlingen in gelijke - homogene - niveaugroepen te plaatsen, die aangepaste instructie en of verwerkingstaken krijgen, vindt divergente differentiatie plaats. Dit leidt niet voor alle leerlingen tot betere leerprestaties; vooral de beter presterende leerlingen blijken er baat bij te hebben, terwijl de lager presterende leerlingen in deze vorm weinig van elkaar leren. Deze manier van groeperen kan zelfs negatieve gevolgen hebben voor het zelfvertrouwen van lager presterende leerlingen.

Het indelen van leerlingen in heterogene groepen lijkt wenselijker, omdat leerlingen op deze manier van elkaar kunnen leren.