Differentiëren in het primair onderwijs: instructietijd

Je kunt differentiatie toepassen door de instructietijd af te stemmen op de leerling: 

  • de basisinstructie geef je aan leerlingen die baat hebben bij de instructie
  • leerlingen die niet afhankelijk zijn van instructie kun je snel(ler) zelfstandig aan het werk laten gaan
  • kinderen die meer ondersteuning nodig hebben kunnen eventueel geholpen worden met een verlengde instructie. De stof wordt dan op een andere manier aangeboden (bijv. door voordoen – samendoen – zelf doen). Het is echter wel van belang dat deze kinderen niet teveel apart worden gehouden van de groep, maar dat ze zo lang mogelijk blijven profiteren van de klassikale interactie. 

Onderwijs op maat

Ieder kind beschikt over zijn eigen talent. Het wordt in toenemende mate van leerkrachten verwacht om onderwijs op maat te geven voor ieder kind. Als een kind verlengde instructie nodig heeft bij taal, is het goed mogelijk dat het tijdens de rekenles juist extra uitdaging behoeft.

Leerlingen die de stof snel(ler) beheersen, hebben baat bij lesmateriaal dat de inhoud verdiept of verbreedt. Tijd voor dit lesmateriaal kan bijvoorbeeld gewonnen worden door herhalingsopgaven uit de reguliere lesstof te schrappen. Uitdaging kan echter ook worden geboden door aan andere doelen, zoals creativiteit of zelfverantwoordelijkheid, te werken. Met een dag- of een weektaak werken leerlingen bijvoorbeeld aan hun planningsvaardigheden en zelfverantwoordelijkheid.

Belangrijk is echter wel dat verrijkend lesmateriaal altijd gevolgd wordt door feedback: hoewel het door leerkrachten soms gebruikt wordt als ‘leuke toevoeging’ voelt het voor de leerling daadwerkelijk als onderdeel van zijn/haar leren (Castelijns & Andersen, 2013). 

Inzet van ICT

ICT kan je helpen om je onderwijsaanbod op maat aan te bieden. Er bestaan ICT-programma’s die je helpen met het registreren van het leerproces van alle leerlingen en het ordenen en analyseren van de beschikbare data (zie Kennisnet).  Adaptieve en digitale lesmaterialen of leeromgevingen (vb. Rekentuin, Oefenweb) observeren leerlingen tijdens hun leerproces en zijn in staat om direct te reageren door middel van niveauvariatie, of extra instructie. Als leerkracht kun je daardoor direct bijsturen of op een later moment nakijken hoe je het leerplan van de specifieke leerling kunt bijstellen. 

Verrijkingsmateriaal moet complex zijn

Waar moet verrijkingsmateriaal aan voldoen? Volgens Drent en van Gerven (2012) moet er een hoge(re) mate van complexiteit in de lesstof zitten, bijvoorbeeld doordat er meerdere antwoorden mogelijk zijn of meerdere oplossingsstrategieën kunnen worden gebruikt om tot het antwoord te komen. Dit prikkelt tevens de creativiteit van het kind.

Referenties

Castelijns, J. & Andersen, I. (2013). Beoordelen om te leren: leerlingen als mede-beoordelaars van hun eigen leerproces. ’s Hertogenbosch: KPC-groep.

Drent, S. & Van Gerven, E. (2012). Passend onderwijs voor begaafde leerlingen, Van Gorcum.