Uitgangspunten

Uitgangspunten voor de fysieke leeromgeving

Vanuit het project Future Learning Spaces zijn zes didactische uitgangspunten voor de fysieke leeromgeving geformuleerd, die de Utrechtse onderwijsvisie ondersteunen en versterken.  Deze uitgangspunten maken onderscheid tussen learning spaces en de fysieke leeromgeving;

Met een ‘learning space’ wordt iedere fysieke ruimte bedoeld waarin leren plaatsvindt. Dit kan formeel, geroosterd leren zijn in onderwijszalen, of informeel leren in bijvoorbeeld zithoekjes, studieplekken, studielandschappen, picknickbanken en koffiebarretjes.

Met ‘de fysieke leeromgeving’ wordt het geheel van learning spaces bedoeld, in ruimtelijke oriëntatie en samenhang met elkaar en met andere functies in en rondom de gebouwen van de universiteit.

Deze uitgangspunten zijn:

De fysieke leeromgeving:

    • biedt voldoende gelegenheid voor ontmoeting, contact en uitwisseling met medestudenten, docenten,  onderzoek(ers) en maatschappij, ook buiten de eigen discipline en instelling.
    • waarborgt voortzetting van informeel leren in de directe nabijheid van formeel leren.
    •  is aangenaam om in te verblijven.

Learning spaces:

    • stimuleren interactie van de student met docent, medestudenten, de lesstof en eventueel met bijzondere materialen of faciliteiten die thuis niet voorhanden zijn.
    • stimuleren diversifiëring van leeractiviteiten. Iedere formele learning space faciliteert minimaal instructie, zelfstandig leren en collaboratief leren en maakt digitaal werken mogelijk (eventueel op eigen devices).
    • zijn studentgericht in plaats van docentgericht. Instructie moet mogelijk zijn, maar is niet de leidende werkvorm in learning spaces.

Deze didactische uitgangspunten staan naast andere uitgangspunten, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, inclusiviteit en financiën.