Future Learning Spaces
Future Learning Spaces (FLS) is ontstaan uit de dagelijkse onderwijspraktijk van docenten en studenten van de Universiteit Utrecht en is uitgegroeid tot een duurzaam ingebed innovatieproces. Lees hieronder meer over de ontstaansgeschiedenis, de uitgangspunten en hoe FLS is georganiseerd.
Aanleiding
Uitgangspunt van FLS is eenvoudig maar fundamenteel: de leeromgeving beïnvloedt het leren. Traditionele onderwijsruimtes ondersteunen innovatieve onderwijsvormen vaak onvoldoende, terwijl ruimtes die goed aansluiten bij het didactische ontwerp het leren juist aantoonbaar versterken. Toch beschouwen veel docenten hun lokaal als een vaststaand gegeven. FLS doorbreekt dit patroon door docenten en studenten actief te betrekken bij de (her)ontwikkeling van hun leeromgeving.
Een voorbeeld: activerend onderwijs is belangrijk in het Utrechts Onderwijsmodel. Uit onderzoek blijkt dat leerresultaten van onderwijs dat gegeven wordt in een Active Learning Classroom beter zijn in vergelijking met de leerresultaten van onderwijs in een traditionele zaal, zelfs bij een gelijk (activerend) didactisch ontwerp (Brooks, 2011). Het mechanisme dat hierachter schuilgaat is dat de inrichting van de ruimte het gedrag van docent en studenten beïnvloedt (Brooks 2012). In de Active Learning Classroom ‘zendt’ de docent minder, worden er meer vragen gesteld en vindt er meer discussie plaats. Dit is in lijn met activerend onderwijs en komt ten goede aan het leerproces.
Ondanks de centrale rol die activerend onderwijs in het Utrechtse onderwijsmodel speelt, is veel onderwijs nog altijd voor een groot deel gebaseerd op instructie vanuit de docent. Geen wonder, want veel Utrechtse onderwijszalen stellen de docent centraal. Dit leidt ertoe dat de docent het gedrag laat zien dat de inrichting van de zaal van hem of haar verwacht. Ondanks dat we weten dat interactie met medestudenten, de lesstof en de docent juist zo belangrijk is voor het leerproces.
Om de Utrechtse visie op onderwijs goed uit de verf te laten komen is het kortom noodzakelijk om een fysieke leeromgeving te ontwikkelen die in lijn is met de Utrechtse onderwijsvisie en deze versterkt.
Uitgangspunt
Vanuit het project Future Learning Spaces zijn zes didactische uitgangspunten voor de fysieke leeromgeving geformuleerd, die de Utrechtse onderwijsvisie ondersteunen en versterken. Deze uitgangspunten maken onderscheid tussen learning spaces en de fysieke leeromgeving;
Learning Spaces
Met een ‘learning space’ wordt iedere fysieke ruimte bedoeld waarin leren plaatsvindt. Dit kan formeel, geroosterd leren zijn in onderwijszalen, of informeel leren in bijvoorbeeld zithoekjes, studieplekken, studielandschappen, picknickbanken en koffiebarretjes.
Fysieke Leeromgeving
Met ‘de fysieke leeromgeving’ wordt het geheel van learning spaces bedoeld, in ruimtelijke oriëntatie en samenhang met elkaar en met andere functies in en rondom de gebouwen van de universiteit.
De zes didactische uitgangspunten zijn:
De fysieke leeromgeving:
- biedt voldoende gelegenheid voor ontmoeting, contact en uitwisseling met medestudenten, docenten, onderzoek(ers) en maatschappij, ook buiten de eigen discipline en instelling
- waarborgt voortzetting van informeel leren in de directe nabijheid van formeel leren
- is aangenaam om in te verblijven
Learning spaces:
- stimuleren interactie van de student met docent, medestudenten, de lesstof en eventueel met bijzondere materialen of faciliteiten die thuis niet voorhanden zijn.
- stimuleren diversifiëring van leeractiviteiten. Iedere formele learning space faciliteert minimaal instructie, zelfstandig leren en collaboratief leren en maakt digitaal werken mogelijk
- zijn studentgericht in plaats van docentgericht. Instructie moet mogelijk zijn, maar is niet de leidende werkvorm in learning spaces.
Deze didactische uitgangspunten staan naast andere uitgangspunten, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, inclusiviteit en financiën.
Ontwerpprincipes
Ontwerpprincipes voor learning spaces
Naast de uitgangspunten die leidend zijn bij het ontwerpen van de fysieke leeromgeving, maakt Future Learning Spaces ook gebruik van 24 ontwerpprincipes voor learning spaces. In tegenstelling tot de uitgangspunten, dienen deze ontwerpprincipes vooral als inspiratiebron, waaruit een selectie gemaakt kan worden bij het ontwerpen van learning spaces. Voor ieder ontwerpprincipe zijn meerdere voorbeelden opgesteld, die beschikbaar zijn in een kaartspel.
Kaartspel
Met deze ontwerpprincipes is door Jasper van Winden een kaartspel ontwikkeld dat docenten, vastgoedontwikkelaars, studenten en onderwijsbestuurders kunnen gebruiken om samen in gesprek te raken over de onderwijsruimtes. Dit kaartspel is digitaal beschikbaar onder een Creative Commons licentie.
Organisatie
De fysieke leeromgeving kent vele facetten en veel verschillende disciplines werken samen om van de fysieke leeromgeving een succes te maken. De kracht van FLS ligt in deze samenwerking. Het interdisciplinaire team verenigt studenten, docenten, onderwijskundigen, en AV-, IT- en huisvestingsspecialisten: een unieke en gelijkwaardige mix van academische en niet-academische onderwijsprofessionals die samen werken aan toekomstbestendig onderwijs.
De pagina 'organisatie' geeft een overzicht van verschillende betrokkenen.