Zwerfdieren: help lokaal

Vandaag is het Wereldzwerfdierendag. Wie heeft er geen smeltmoment bij het zien van zo’n zacht wollig zwerfhondje of -poesje dat je tegenkomt op vakantie? Veel mensen zullen niet onberoerd blijven, of het dier zelfs mee naar huis willen nemen. Maar is dat wel zo’n mooie redding als het lijkt? Er zijn ook veel organisaties die begaan zijn met het lot van zwerfdieren of dieren in buitenlandse opvangcentra, die dieren naar Nederland halen om bij adoptiegezinnen te plaatsen.

Voor een probleem met zwerfdieren hoef je niet heel ver van huis. Het doet zich relatief dichtbij voor en dan voornamelijk in de Zuid- en Oost-Europese landen. Paul Overgaauw, veterinair microbioloog en parasitoloog bij de divisie Veterinaire Volksgezondheid van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht: ‘Mensen voelen snel de neiging om een zielige hond of kat mee te nemen. Je voert ze een tijdje, ze zoeken je op, je krijgt een soort band. De aandrang om een hondje of poesje mee te nemen, is dan ook heel menselijk en begrijpelijk. Bovendien is het binnen de EU legaal als het dier afdoende gevaccineerd is en een gezondheidsverklaring heeft.’

Keerzijde

Helaas nemen mensen ook zwerfdieren mee die niet aan de gestelde eisen voldoen of die er door onvoldoende controle aan de grens tussendoor glippen. Overgaauw vindt het daarom goed om te wijzen op de risico’s van het meenemen van een zwerfhond of –kat vanaf de vakantiebestemming.

Niet iedereen staat stil bij de mogelijke nadelen van een actie die uit een goed hart is ontstaan. ‘Je kunt met het zwerfdier ziektes en parasieten meenemen die voor het dier (leishmaniose, babesiose, ehrlichiose), maar ook voor de mens gevaarlijk kunnen zijn (kleine hondenlintworm, rabiës). Als zwerfhonden en -katten rabiës (hondsdolheid) onder de leden hebben, kunnen ze deze gevaarlijke aandoening overbrengen naar mens en dier, via het speeksel of door bijten en krabben. Uiteindelijk zullen ze aan de ziekte sterven. In Nederland komt rabiës niet voor en dat willen we graag zo houden.’

Gedragsproblemen

De dieren die je meeneemt kunnen onaangepast zijn en blijven. Ze zijn namelijk vaak niet goed gesocialiseerd en hebben een leeftijd waarop dat ook niet meer zal lukken. Je hebt dan kans op een hond of -kat met gedragsproblemen, zoals onzindelijkheid, wegloopgedrag, agressie, hechtingsproblemen of angstig gedrag. De socialisatiefase is een cruciale periode in de vroege levensfase. Gedragsbioloog Claudia Vinke van de Gedragskliniek voor Dieren legt uit hoe een goede socialisatie er voor zorgt dat je huisdier lekker in z’n vel zit. ‘Tijdens de socialisatiefase absorbeer je ontzettend veel informatie over je leefomgeving. Het is een verschrikkelijk belangrijke leerperiode die consequenties heeft voor de rest van je leven. Bij honden begint de primaire socialisatiefase wanneer ze vier weken oud zijn. Met twaalf weken is deze periode al weer afgelopen. Bij katten begint de socialisatiefase bij drie en een halve week, en hij duurt tot de zevende week. Het is dus echt een afgebakende en duidelijk aanwijsbare periode.’ Bij een dier dat niet, of gebrekkig, gesocialiseerd is, spreken gedragsdeskundigen van een socialisatiedeficiëntie, in de volksmond ook wel ‘kennelsyndroom’ genoemd.

‘Zwerfhonden zijn gesocialiseerd op omstandigheden op straat zonder de mens en met andere zwerfhonden: je kan bij dit soort dieren op voorhand al voorspellen dat ze gedragsproblemen gaan vertonen in een gezinssituatie. De helft van alle angstige honden die wij in de Gedragskliniek zien, komt uit het buitenland uit dit soort situaties. De prognose is vaak ronduit slecht.’ Of zwerfdieren nog te behandelen zijn, hangt af van de herkomst. ‘De eerste generatie zwerfhonden is minder bang dan de tweede generatie. Ze zijn immers ooit bij mensen opgegroeid.’ Een tweede generatie zwerfhond groeit op in de vrije natuur zonder ooit contact met mensen te hebben, of alleen maar negatief contact omdat ze weggejaagd worden; dit zijn min of meer wilde honden.

Alsnog naar asiel

Door allerlei problemen (onhandelbaar of afwijkend gedrag, al dan niet exotische ziektes, hoge dierenartskosten) komen de zwerfdieren hier in Nederland dus vaak alsnog in een asiel terecht. Die zijn al overvol. Bovendien zal een hond of kat met veel problemen niet snel ergens geplaatst kunnen worden. Het dier zal dan de rest van zijn leven in het asiel slijten. Of nog erger…

Probleem in stand houden

Als je een zwerfdier mee naar huis neemt, bedoel je dat heel goed voor die ene individuele hond of kat. Het kan voor dat dier zelf goed uitpakken. Maar je houdt het probleem op het vakantieadres eigenlijk in stand. Als er veel zwerfdieren meegenomen worden, voelt het probleem ter plaatse namelijk minder urgent. De dieren verdwijnen (deels) uit het straatbeeld, men ziet het leed minder en de indruk ontstaat dat het probleem toch steeds wordt opgelost. De noodzaak om een blijvende oplossing te vinden, wordt daardoor steeds kleiner.

Overgaauw: ‘Ook het adopteren van een zwerfdier bij een van de Nederlandse opvangorganisaties voor zwerfdieren moet niet te impulsief gebeuren. Hierover moet je echt goed nadenken. Je moet je bewust zijn van je verantwoordelijkheden voor een dier. Zo kun je op basis van deugdelijke informatie een hond of kat uitzoeken die bij de gezinssituatie past. Daarmee voorkom je veel verdriet.’ Kijk daarvoor op de website van het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren

Wat kun je wél doen?

Besluit je om toch een zwerfdier mee naar huis te nemen vanuit het buitenland, zorg er dan voor dat een goede lokale dierenarts het dier ter plekke vaccineert en er een gezondheidsverklaring voor afgeeft na controle op wormen, vlooien en teken en andere eventuele infecties. Laat ze zo mogelijk ook daar behandelen voordat je ze meeneemt.

Overgaauw: ‘En als je echt iets goeds wilt doen, help dan lokaal. Stort bijvoorbeeld geld aan betrouwbare organisaties die castratieprogramma’s hebben in het land waar je op vakantie was. Of geef daar geld aan de dierenopvang. De problemen zullen ter plekke afnemen, maar dan ook in Nederland. Dat geldt voor mens en dier.’