23 april 2018

Door natuurlijke selectie is het Bajau-volk in staat om dieper te duiken dan andere volken. Evolutie verandert de mens, een proces dat nog steeds gaande is. Wat belooft dit voor de toekomst?

Zonder zuurstof duiken tot dieptes van 70 meter

Wie dacht dat de mens uit geëvolueerd is, heeft het mis. Onderzoekers hebben aangetoond dat zeenomaden van het Aziatische Bajau-volk door natuurlijke selectie genetisch veranderd zijn. Mogelijk kunnen zij door een grotere milt tot uitzonderlijke dieptes van maar liefst 70 meter duiken zonder zuurstof, bericht het RadboudUMC. Van oudsher leven zij van de visvangst. Een groot deel van het volk brengt meer dan 60 procent van zijn werkdag onder water door. En niet alleen zij, ook de niet duikende bevolking wordt geboren met 25 plekken in het DNA die afwijken van naburige volken. Het duiken zelf is daar dus niet de oorzaak van, maar je afkomst.

ACUUT ZUURSTOFGEBREK

Wanneer je tijdens een duik onder water je adem inhoudt, wordt je hartslag langzamer en gaan de bloedvaten in je ledematen zich samentrekken. Evenals de milt, die daardoor rode bloedcellen vol zuurstof je bloedbaan in stuurt. Hoe groter je milt, hoe meer zuurstof deze aan je lichaam af kan geven. "Zo'n acuut zuurstofgebrek onder water is bijna vergelijkbaar met wat je ervaart tijdens slaapapneu", vertelt Melissa Llardo (UCPH) in Scientias. En daar kunnen medische onderzoekers wellicht baat bij hebben. Inzichten in de aanpassingen in de lichamen van het Bajau-volk kunnen meer kennis geven over hoe ons lichaam met zuurstoftekort omgaat. Ook bij bijvoorbeeld COPD en tijdens operaties speelt zuurstoftekort een rol. Daarnaast laat deze ontdekking zien hoe sterk natuurlijke selectie is. De mens kan zich goed aanpassen aan extreme omstandigheden met behulp van gedragsveranderingen, dus het onderzoeksteam was er niet vanuit gegaan dat ze veranderingen in het DNA van het volk zouden vinden.

Foto: Dr. A. Hugentobler

TERUG IN DE TIJD

De mens, zijn voorgangers en de mensapen stammen allemaal af van de vroege 'hominide', vertelt bioloog prof. dr. Jelle Reumerin een lezing uit de reeks 'Evolutie van de gewervelden'. Dat afsplitsen van mens en aap gebeurde miljoenen jaren geleden, maar de homo sapiens bestaat pas 200.000 jaar. Ten opzichte van de vroege mensachtige 'australopithecus' is onze herseninhoud verdrievoudigd en zijn we razendsnel geëvolueerd. En dan is het eindstation nog niet eens bereikt. Soorten blijven door evolueren. Wie weet hoe de wereld er over een paar eeuwen uitziet? 

Elke week wordt een opvallend bericht uit de actualiteit gekoppeld aan een opname uit het archief van Studium Generale - Podium voor kennis & reflectie van de Universiteit Utrecht.