"Ziek van racisme"

Jaleesa Latupeirissa
Jaleesa Latupeirissa is projectmedewerker bij de Taskforce Diversiteit & Inclusie

Drie weken geleden gebeurde er iets waardoor ik helemaal overstuur raakte. Ik liep langs een speeltuin in Utrecht waar twee Aziatisch uitziende meisjes werden gepest vanwege hun afkomst. Normaal gesproken schiet ik altijd te hulp in zo’n situatie, maar deze keer verstijfde ik helemaal. Eenmaal thuis was ik heel boos op mezelf: Ik heb het wéér over me heen laten komen. Dit, in combinatie met de Black Lives Matter protesten die gaande zijn, zorgde ervoor dat al mijn emoties eruit kwamen die ik 20 jaar lang heb weggestopt. Door de vergrote bewustwording in de Nederlandse samenleving voel ik mij eindelijk veilig genoeg om mijn verhaal te delen. 

Mijn verhaal

Ik kom uit Delfzijl, een kleine stad in de provincie Groningen. Mijn moeder is Nederlands en mijn vader is Moluks. Samen met een andere jongen was ik de enige met een getinte huidskleur op de basisschool. Dat was reden voor mijn klasgenoten om me te pesten en buiten te sluiten. Als ik mee wilde spelen hoorde ik weleens: ’’Nee, ga rijst plukken.’’ Ook ben ik een keer van een brug afgeduwd door een jongen die mij tegelijkertijd uitschold voor ‘kutchinees’. Dit zijn enkele van de vele voorbeelden. 

Ik schaamde mij, waardoor ik niet durfde te zeggen tegen mijn ouders dat ik gediscrimineerd en gepest werd. Mijn ouders merkten natuurlijk wel dingen op, bijvoorbeeld wanneer ik met een blauw oog thuiskwam. Zij kwamen dan altijd voor mij op door naar school te gaan en met de leraren te praten. Maar het lukte mij niet goed om met ze over mijn emoties te praten, waardoor het zich in mijn lichaam nestelde. Op den duur werd ik ziek; ik kon niets binnenhouden en gaf veel over. Hierdoor ging ik een tijdje niet naar school. In het ziekenhuis hebben ze mij onderzocht, maar ze konden niets vinden. Uiteindelijk bleek het door de spanningen op school te komen. 

Gevolgen en impact 

Als kind doet dit heel veel met je zelfbeeld. Op jonge leeftijd kun je nog niet goed reflecteren en kritisch naar de situatie kijken. Ik ging geloven dat witte mensen superieur zijn. Dit betekende dat ik mij probeerde te gedragen als mijn witte klasgenoten en zelf ook wit wilde zijn. Ik heb zelfs een ‘contract’ opgesteld, waarin stond dat ik mijn naam zou veranderen naar ‘Linda’. Ook zette ik mij af tegen alles wat Moluks was, want mijn Molukse achtergrond was immers de reden waarom ik gediscrimineerd en buitengesloten werd. Het hebben van een dubbele achtergrond heb ik toen als eenzaam ervaren, ik hoorde nergens écht  bij. 

Tijdens mijn middelbare schoolperiode en studietijd heb ik het er nooit over gehad. Lange tijd ben ik gewoon doorgegaan zonder nog aan die tijd te denken. Mijn vrienden merkten wel op dat ik een beetje wantrouwig naar anderen was, maar ik besefte toen zelf ook niet hoe dat kwam. Ook heb ik racisme voor een tijd ontkend en koos ik ervoor om het naïeve, maar comfortabele, nationale zelfbeeld van de jaren negentig over te nemen: het tolerante, open en vrijzinnige Nederland. 

Door mijn ervaringen met discriminatie heb ik jarenlang in de vechtstand gezeten. Ik moest mezelf bewijzen en ik had altijd het gevoel dat ik extra mijn best moest doen tijdens mijn studie en werk. In mijn volwassen leven heb ik ook wel eens racisme meegemaakt. Zo werd ik er bijvoorbeeld vaak uitgepikt op het vliegveld. Dat was vervelend, maar dat raakte me niet meer zo. Het moeilijkste is dat mijn ervaringen uit mijn jeugd gepaard gaan met het gevoel niet goed genoeg te zijn, het verloochenen van mijn Molukse afkomst en het niet kunnen delen van mijn verhaal.

Door mijn ervaringen met discriminatie heb ik jarenlang in de vechtstand gezeten. Ik moest mezelf bewijzen en ik had altijd het gevoel dat ik extra mijn best moest doen tijdens mijn studie en werk

Helingsproces

Tijdens mijn masterstudie Interculturele Communicatie aan de Universiteit Utrecht, ging ik mij voor het eerst echt verdiepen in de Molukse geschiedenis. Ik heb mijn scriptie over ‘de’ Molukse identiteit geschreven en interviews afgenomen met derde generatie Molukkers. Dit proces resulteerde ook in mooie gesprekken met mijn ouders, waar ik ze heel dankbaar voor ben. Na mijn Master ICC ben ik gaan werken bij Art.1 Midden Nederland, een expertisecentrum voor gelijke behandeling en meldpunt discriminatie. Daarnaast werk ik sinds januari ook voor de Taskforce Diversiteit & Inclusie bij de UU. Door mijn werk kan ik een bijdrage leveren aan het voorkomen van uitsluiting, racisme en discriminatie. 

Hoopvolle toekomst

Ik ben opgelucht dat ik nu eindelijk mijn verhaal durf te vertellen en daarvoor steun en erkenning krijg van mijn omgeving. Ik was altijd bang om mijn verhaal te delen. En tot drie weken geleden, heb ik dat ook nooit écht kunnen doen. Ik vond het eng omdat ik zag dat andere mensen die zich uitspraken tegen racisme, bekritiseerd werden. Ook hoor je vaak dat mensen je beschuldigen van het aannemen van een slachtofferrol. Deze beschuldiging doet mij pijn omdat ik júíst alles uit mijn leven haal. Ik accepteer alleen geen onrecht meer. Ook was ik bang voor de vraag: ’’Maar zo donker ben je toch helemaal niet?’’ Het lastige met racisme is ook dat het vaak niet te bewijzen valt, waardoor mensen je verhaal gemakkelijk in twijfel trekken. Maar waarom zijn mensen dan massaal en over de hele wereld aan het demonstreren tegen racisme? 

Dat geeft mij hoop voor de toekomst. Zoals schrijver en journalist Babah Tarawally zegt: ’’We moeten voorbij aan het zwart-wit denken.’’ Een gepolariseerde samenleving is het laatste wat we nodig hebben. We moeten dit samen doen. Het mag niet meer zo zijn dat mensen worden achtergesteld of benadeeld vanwege hun huidskleur in bijvoorbeeld het onderwijs of op de woning- en arbeidsmarkt. De meeste mensen zullen niet expliciet tegen diversiteit en inclusie zijn en bewust discrimineren. Toch is onze maatschappij nog niet ingericht op het actief bevorderen van gelijkheid. Daar zijn maatregelen en beleid voor nodig. 

Ik ben ervan overtuigd dat het bevorderen van gelijke kansen begint in het onderwijs. Het is belangrijk dat kinderen op jonge leeftijd al les krijgen over racisme. Dat betekent ook dat leraren hun kennis op dit gebied moeten ontwikkelen. Je ogen sluiten voor ons koloniaal verleden en hoe dat onze hedendaagse maatschappij vormt, is namelijk wél een bewuste keuze. Daarnaast zouden studenten meer moeten worden blootgesteld aan verschillende – ook niet-westerse -perspectieven. Het thema ‘Inclusief Curriculum’ staat dan ook op de agenda van de Taskforce D&I. 

Ervaringen delen op een veilige plek

Heb jij ervaringen met racisme en/of discriminatie en wil je deze met iemand delen op een veilige plek? Stuur dan een bericht naar diversity@uu.nl

Jaleesa Latupeirissa (27) is projectmedewerker bij de Taskforce Diversiteit & Inclusie aan de UU