14 juli 2017

Wordt het EK vrouwenvoetbal een groot sportevent?

Frank van Eekeren, USBO over het EK Damesvoetbal
Frank van Eekeren over het EK Damesvoetbal 2017 en meer

Aan de vooravond van de eerste wedstrijd van het Europees Kampioenschap damesvoetbal vertellen Frank van Eekeren en Rutger de Kwaasteniet van de Universiteit Utrecht over hun onderzoek naar de impact van grote sportevenementen en naar de toename van meiden- en vrouwenvoetbal.

“Het damesvoetbal is zo ontzettend populair. Je hebt zomaar kans dat we dit evenement met z’n allen gaan omarmen.” Frank van Eekeren vertelt vol enthousiasme. Hij is wetenschapper bij de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie en doet onderzoek naar de maatschappelijke impact van grote sportevenementen. “Als het Nederlandse team richting de finale gaat, dan zou er zomaar ineens heel veel aandacht kunnen komen voor het EK. Dan zullen er meer mensen naar wedstrijden gaan. De eerste drie wedstrijden van het Nederlands elftal zijn uitverkocht. Het is zomer 2017, dus dat betekent dat er geen Olympische Spelen zijn, geen EK- of WK-voetbal voor mannen. Het kan allemaal meespelen in de aandacht voor de voetballende vrouwen.”

Ongelooflijke aantrekkingskracht

“We kijken heel nadrukkelijk naar de maatschappelijke impact voor bijvoorbeeld groepen in achterstandsgebieden of achtergestelde groepen in de samenleving. Je ziet dat het effect vaak niet al te groot is op die gebieden en op die doelgroepen, maar de potentie is er wel. Het heeft immers een ongelooflijke aantrekkingskracht. Het is een katalysator om allerlei mensen, organisaties en ook financieringsstromen in beweging te krijgen. We zijn in Londen geweest om vooral in Oost-Londen voor en na de Olympische Spelen te bekijken wat daar aan sociaal-maatschappelijke projecten is georganiseerd. Daarnaast hebben we gezien dat niet alleen de bestedingen van topsport heel erg omhoog gingen in aanloop naar de Olympische Spelen, maar ook die van de breedtesport. Men ziet ook wel in dat als je zoveel in topsport steekt, dat dat niet voldoende is. Je moet ook zorgen dat het aan de basis goed is en dat mensen daar ook iets van merken. Overigens liepen na de Spelen in London de investeringen in de breedtesport snel terug.”

Een feestje dat veel geld kost

Van Eekeren vervolgt: “In 2020 zijn de Olympische Spelen in Japan. Je ziet daar heel duidelijk dat de Japanners hebben begrepen dat zo’n groots sportevenement meer is dan twee weken een feestje dat heel veel geld kost. Wat gaat het de samenleving, maar ook de wereld, eigenlijk opleveren? De organisatie in Japan heeft beloften gedaan over sociaal maatschappelijke nalatenschap, de social legacy. Daarvoor worden wij nu om advies gevraagd. We denken mee, samen met Japanse wetenschappers, over de impact dat zo’n groot evenement kan hebben en hoe dat in andere steden was. Vanuit USBO (departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap, red.) is dat nadrukkelijk altijd de governance en organisatiekant. Hoe organiseer je, hoe manage je en hoe bestuur je dat nou eigenlijk op zo’n manier dat de kans zo groot mogelijk is dat je een bepaald maatschappelijk effect teweegbrengt?”

Wat brengt een groot sportevenement?

“De kosten kun je redelijk duidelijk in beeld brengen, maar de opbrengsten van een groot sportevenement? Ja, dat is natuurlijk heel moeilijk uit te drukken, zeker in euro’s. Die opbrengsten zitten hem in elk geval in trots, in een bepaalde mate van verbondenheid. In aandachtswijken in bijvoorbeeld Utrecht, zoals Overvecht of Kanaleneiland, zou je het EK vrouwenvoetbal aan allerlei lokale evenementen kunnen koppelen. Zo kun je echt een boost geven om mensen met elkaar te verbinden. Daarbij is het wel cruciaal dat dit met lokale partijen wordt gedaan, met lokale sportorganisaties, scholen, met buurtwerkers, met vrijwilligersclubs die in die wijken actief zijn. Dan behaal je echt winst.”

Rutger de Kwaasteniet over het EK Damesvoetbal
Rutger de Kwaasteniet over het EK Damesvoetbal 2017

Toename van het aantal voetballende vrouwen

Rutger de Kwaasteniet, promovendus bij dezelfde faculteit als Van Eekeren, is net gestart met zijn onderzoek naar het verklaren van de toename van de beoefening van verenigingsvoetbal door meiden en vrouwen. Zijn onderzoek wordt mede gefinancierd door de KNVB. De Kwaasteniet bestudeert daarnaast wat de genoemde toename voor gevolgen heeft voor het besturen en organiseren van verenigingsvoetbal. “Ik ga verkennen wat binnen verenigingen actuele vraagstukken zijn als gevolg van de instroom van meiden en vrouwen. Mede op basis daarvan bepaal ik waar het onderzoek zich precies op richt.”

Voetballende dames in rokken?

Tot nu toe is De Kwaasteniet vooral bezig met het in kaart brengen van de ontwikkeling en verspreiding van de beoefening van verenigingsvoetbal door meiden en vrouwen. “In 1896 nam voetbal- en cricketclub Sparta uit Rotterdam het initiatief om een wedstrijd te organiseren tussen Rotterdamse voetbalsters en een Engels vrouwenvoetbalteam. Het was misschien een kleine groep, maar vrouwen voetbalden dus al aan het einde van de negentiende eeuw.” Of ze in rokken of broeken speelden, dat weet De Kwaasteniet niet. “In 1971 erkende de KNVB vrouwenvoetbal officieel. Ik hoop te kunnen achterhalen hoeveel meiden en vrouwen er voor 1971 actief waren.”

100.000 voetballende meisjes

Tegenwoordig voetballen bijna 100.000 meisjes in competitieverband, aldus een rapportage van het Mulier Instituut uit maart 2017. Daarnaast staat in dit verslag dat vrouwelijke KNVB-leden relatief jong zijn. Twee op de drie is jonger dan 18 jaar. Tennis is onder vrouwen en meisjes de populairste sport met bijna 275.000 leden bij de KNLTB. Voetbal staat op de vijfde plaats, na tennis, gymnastiek, paardrijden en hockey.