Wilde dieren in steden: doodschieten of omarmen?

Wilde dieren trekken steeds vaker naar onze steden en dorpen. Dat zorgt voor problemen. Zo meldde de NOS afgelopen dinsdag dat schapenhouders zich grote zorgen maken over de komst van wolven naar ons land. En afgelopen maandag deed de NOS verslag van herten die overlast veroorzaken in Zandvoort. Dierethicus Franck Meijboom van de Universiteit Utrecht denkt na over hoe we omgaan met wilde dieren in Nederland.

“Het is een interessant probleem”, aldus Meijboom. “We hebben vaak heldere ideeën over hoe we met onze huisdieren omgaan. En ook als we een hert in het bos tegen komen, weten we hoe we daarmee moeten omgaan”. Maar dit is anders. Meijboom: “De wolf trekt zich niets aan van onze ideeën. Hij zoekt als wild dier naar voeding en vindt dat steeds vaker in onze huisdieren of ons vee. Zoals de schapen die in het nieuws zijn”. De vraag is dan: kiezen we voor de schapen of de wolf? Volgens Meijboom is dat echter de verkeerde vraag.

Doodschieten

Wilde dieren doodschieten – vaak de eerste reactie - is volgens Meijboom niet de oplossing. De dierethicus van de faculteit Diergeneeskunde raadt aan om te kijken naar manieren waarop mensen, wilde dieren en gehouden dieren naast elkaar kunnen leven. Meijboom legt uit: “In het geval van de wolven is nieuwe omheining voor de schapen een goede oplossing. Als de schapen daardoor veilig zijn, beschermen we hun welzijn. Zo kunnen de wolven en de schapen prima naast elkaar leven”. Dat is volgens Meijboom een haalbare uitdaging.

Interessant

Wilde dieren zorgen dus voor nieuwe vragen. Ze zijn goed voor uitbreiding van de biodiversiteit, maar veroorzaken soms ook overlast. Volgens Meijboom is het belangrijk om creatief te zoeken naar oplossingen: “In een dicht bevolkt Nederland krijgen we in de toekomst waarschijnlijk steeds vaker te maken met wilde dieren in bewoonde gebieden.”