14 september 2013

Wijnand Mijnhardt en Marcus Düwell over de waarde van de geesteswetenschappen

Onze decaan prof. dr. Wiljan van den Akker benadrukte het al bij de facultaire jaaropening: het beeld dat de geesteswetenschappen in een crisis verkeren, klopt niet. Dat was ook de strekking van een groot artikel in NRC van 14 september. Vijf prominente geesteswetenschappers nuanceren daarin drie sombere misvattingen: dat er steeds minder geld is, dat de ene na de andere opleiding verdwijnt, en dat het maatschappelijk nut klein is. Onder de geïnterviewden zijn prof. dr. Wijnand Mijnhardt (Cultuurgeschiedenis) en prof. dr. Marcus Düwell (Ethiek Instituut).

Volgens Mijnhardt faalt het systeem omdat het onderwijs raakt ondergesneeuwd door onderzoek. Juist in onderwijs ("mensen opleiden tot docent en leraar. Ze leren lezen, schrijven, nadenken en spreken") ligt volgens hem het maatschappelijk belang van de geesteswetenschappen. Volgens NRC stelt Düwell dat er te veel traditioneel onderzoek gebeurt en dat het onderzoek maatschappelijk relevanter moet worden gemaakt.

Marcus Düwell plaatst echter een kanttekening bij de manier waarop hij in het NRC-artikel wordt geciteerd:

"Ik heb inderdaad gezegd dat wij op onze actuele rol in de samenleving niet goed zijn voorbereid, maar het klassieke geesteswetenschappelijke onderzoek vormt juist een belangrijke basis voor een maatschappelijke rol van de geesteswetenschappen. Redactiewerk leent zich meestal niet direct voor kennisvalorisatie. De waarde van een goede Descartes-editie ligt er niet in dat de kranten daarover berichten. De geesteswetenschappen zullen er alleen in slagen om op de centrale uitdagingen van de maatschappij te reageren als zij de klassieke methoden en disciplines verbinden met verschillende vormen van meer actualiteitsgericht onderzoek."