19 december 2018

Wie een vuurwerkverbod instelt, steekt zijn nek uit

Vuurwerk boven Nederland tijdens de jaarwisseling
Vuurwerk boven Nederland tijdens de jaarwisseling.

“Als je het als kabinet aan burgemeesters overlaat of zij wel of niet vuurwerk verbieden, breng je hen in een lastig parket, zegt Harmen Binnema, docent en onderzoeker lokaal bestuur en lokale democratie aan de Universiteit Utrecht.

Verschillende burgemeesters in Nederland, zoals Pauline Krikke in Den Haag en Liesbeth Spies in Alphen aan den Rijn voelen zich niet gesteund door het kabinet bij de aanpak van vuurwerkoverlast. Het kabinet voelt er ondanks herhaaldelijke oproepen van onder meer de Onderzoeksraad voor de Veiligheid niets voor om op landelijk niveau vuurpijlen of knalvuurwerk te verbieden en laat dit liever aan de gemeenten zelf. “Het probleem wordt daarmee op het bordje van de burgemeester gelegd”, zegt Harmen Binnema. “Als je dan besluit: ik wil dit niet in mijn stad, moet jij die lastige boodschap aan je inwoners gaan uitleggen. Ga er maar aan staan. En dan zelf de handhaving en politie-inzet regelen. Het prettiger als je dat collectief kunt doen of kan verwijzen naar een landelijke maatregel.” Het is geen leuke boodschap om iets te verbieden wat eerder mocht en aan persoonlijke tradities te tornen. Wie dat doet, steekt zijn nek uit. Zéker als de burgemeester van een aangrenzende gemeente gewoon wel alles toelaat rond vuurwerk.

Hoe zit het juridisch?

Vuurwerk boven Nederland tijdens de jaarwisseling

“Vuurwerk verkopen aan particulieren en laten afvuren voor Oud en Nieuw is niet verboden op grond van het Vuurwerkbesluit”, zegt Imelda Tappeiner, docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. In dat besluit is bepaald op welke dagen vuurwerk verkocht mag worden aan particulieren en de tijden waarop het mag worden afgestoken. “De gemeenteraad mag dus bij verordening geen totaalverbod in de hele gemeente instellen omdat dat in strijd is met hogere regelgeving, namelijk het Vuurwerkbesluit, dat op zijn beurt is gebaseerd op verschillende wetten." 

Plaatselijk verbod

"Plaatselijke verboden in bepaalde gebieden van de gemeente, de zogenaamde “vuurwerkvrije zones”, zijn wel mogelijk, op grond van jurisprudentie.” In december 2016 deed de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State daarover een uitspraak, toen de gemeente Hilversum zo’n vuurwerkvrije zone wilde instellen en daar protest tegen kwam. De Raad oordeelde toen dat het college van burgemeester en wethouders in een deel van het centrum het afsteken van consumentenvuurwerk mocht verbieden. Het ging hier volgens de Raad om het stellen van nadere regels op het terrein van de openbare orde en daartoe was het college van B&W bevoegd. Het was niet in strijd met het vuurwerkbesluit.

“De discussie komt elk jaar terug, maar in feite is er niets nieuws onder de zon”, aldus Imelda Tappeiner. Gemeentes stellen her en der vuurwerkvrije zones in, ook de vrijwillig vuurwerkvrije zone is een mogelijkheid. Bewoners krijgen dan wel een bord van de gemeente met het verzoek aan medebewoners hier niets af te steken, maar de politie gaat er niet handhaven.

Verandering kost tijd

Vuurwerk boven Nederland tijdens de jaarwisseling

Harmen Binnema kan zich voorstellen dat sommige gemeenten blij zijn met de vrijheid die hen wordt gegeven om Oud en Nieuw te vieren met eigen tradities zoals carbidschieten, particulier vuurwerk en vreugdevuren. Ziet de bestuurskundige er ooit nog een landelijk verbod komen? Het standpunt van mensen over Zwarte Piet is ook aan het veranderen, waarom deze traditie dan niet? “Veel partijen vinden nu nog dat het bij Nederland hoort. Zulke culturele veranderingen kosten tijd.” Binnema ziet de eerstvolgende kabinetten niet een besluit nemen tot een verbod dat “van bovenaf” wordt afgekondigd. “Wat wél zou kunnen is dat een goed voorbeeld “van onderop” landelijk veranderingen in gang zet. Stel dat een gemeente succes boekt met een strenger beleid: minder gewonden, minder afval en luchtvervuiling en vooral: minder klachten over overlast, dan kan zo’n goed voorbeeld wel navolging krijgen.”