28 augustus 2017

Wie beslist er hoe water wordt verdeeld?

Elk mens heeft recht op drinkwater. En er is genoeg voor iedereen, zeggen Marleen van Rijswick, hoogleraar Europees en nationaal waterrecht, en haar promovenda Daphina Misiedjan (beiden faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie) in Illuster. Prima voor elkaar dus? Toch niet. Want mondiaal heeft lang niet iedereen toegang tot water. De essentie van het probleem is volgens de onderzoekers dan ook niet kwantitatief, maar normatief: hoe wordt water verdeeld en wie beslist dat?

Daphina Misiedjan en Marleen van Rijswick

Marleen van Rijswick: “Het mooie van water vind ik dat het belang ervan makkelijk duidelijk te maken is: iedereen weet wat het is en dat je niet zonder kunt. Alleen denken mensen bij het onderwerp doorgaans niet meteen aan wetgeving.

Utrecht is de enige Nederlandse universiteit die op deze schaal juridisch onderzoek doet naar duurzaam waterbeheer. We onderzoeken hoe het recht kan bijdragen aan oplossingen voor belangrijke maatschappelijke vraagstukken als toegang tot water, bescherming van de natuur, overstromingen, vervuiling, tekorten, gezondheid. Maar het recht alléén biedt niet de oplossing. Daarom werken we (wereldwijd) intensief samen met andere disciplines. Daar ben ik best trots op, zeker omdat multidisciplinair onderzoek vanuit juridisch oogpunt vrij nieuw is. We hebben elkaar nodig om daadwerkelijk verschil te maken in de transitie naar een duurzame samenleving.”

Daphina Misiedjan: “Regels kunnen ook veel conflicten opleveren. Dat bleek onder meer uit onze casestudie in Jemen. In de wetgeving staat dat iedereen recht heeft op water; ‘het is van god gegeven’. Maar er is tegelijkertijd wetgeving die bepaalt dat water door middel van vergunningen wordt verdeeld. De wetten berusten op verschillende normatieve uitgangspunten. Mensen denken: ‘Waarom moet ik ervoor betalen en een vergunning aanvragen als ik er recht op heb?’ Dat botst enorm.

Als onderzoeker zijn we slechts kleine radertjes in het mondiale watervraagstuk, maar we hopen duwtjes in de goede richting te geven. Op Wereldwaterdag heb ik bijvoorbeeld in een item voor het Surinaamse jeugdjournaal proberen duidelijk te maken dat schoon water geen liefdadigheid of gunst van de overheid is, maar een mensenrecht. Diezelfde dag werd een verslag van ons werk aangeboden aan de voorzitter van het Surinaamse parlement. We komen met concrete voorstellen voor hoe ze in Suriname de waterwetgeving - die nog stamt nog uit de koloniale tijd - kunnen updaten. Mooi te zien dat ons werk instemming van de voorzitter van de Assemblee krijgt.”

Marleen van Rijswick: “Het mooie van water vind ik dat het belang ervan makkelijk duidelijk te maken is: iedereen weet wat het is en dat je niet zonder kunt. Alleen denken mensen bij het onderwerp doorgaans niet meteen aan wetgeving.

Utrecht is de enige Nederlandse universiteit die op deze schaal juridisch onderzoek doet naar duurzaam waterbeheer. We onderzoeken hoe het recht kan bijdragen aan oplossingen voor belangrijke maatschappelijke vraagstukken als toegang tot water, bescherming van de natuur, overstromingen, vervuiling, tekorten, gezondheid. Maar het recht alléén biedt niet de oplossing. Daarom werken we (wereldwijd) intensief samen met andere disciplines. Daar ben ik best trots op, zeker omdat multidisciplinair onderzoek vanuit juridisch oogpunt vrij nieuw is. We hebben elkaar nodig om daadwerkelijk verschil te maken in de transitie naar een duurzame samenleving.”

Daphina Misiedjan: “Regels kunnen ook veel conflicten opleveren. Dat bleek onder meer uit onze casestudie in Jemen. In de wetgeving staat dat iedereen recht heeft op water; ‘het is van god gegeven’. Maar er is tegelijkertijd wetgeving die bepaalt dat water door middel van vergunningen wordt verdeeld. De wetten berusten op verschillende normatieve uitgangspunten. Mensen denken: ‘Waarom moet ik ervoor betalen en een vergunning aanvragen als ik er recht op heb?’ Dat botst enorm.

Als onderzoeker zijn we slechts kleine radertjes in het mondiale watervraagstuk, maar we hopen duwtjes in de goede richting te geven. Op Wereldwaterdag heb ik bijvoorbeeld in een item voor het Surinaamse jeugdjournaal proberen duidelijk te maken dat schoon water geen liefdadigheid of gunst van de overheid is, maar een mensenrecht. Diezelfde dag werd een verslag van ons werk aangeboden aan de voorzitter van het Surinaamse parlement. We komen met concrete voorstellen voor hoe ze in Suriname de waterwetgeving - die nog stamt nog uit de koloniale tijd - kunnen updaten. Mooi te zien dat ons werk instemming van de voorzitter van de Assemblee krijgt.”

Het hele artikel leest u in Illuster.