“What are you gonna have for toetje?”

Ook bij gemixt taalgebruik thuis leren kinderen prima Nederlands

Het mixen van talen door ouders is niet nadelig voor de ontwikkeling van de Nederlandse taal bij hun kinderen. Voor de thuistaal kan dit anders zijn. Het CALM-onderzoek laat zien dat als ouders de talen meer mixen, kinderen nog steeds evenveel woorden in de thuistaal begrijpen, maar minder woorden in de thuistaal kunnen zeggen. Deze conclusies volgen uit het promotieonderzoek van Emma Verhoeven.

In Nederland groeit bijna een op de drie kinderen op met een andere taal naast het Nederlands, hun thuistaal. Binnen deze meertalige gezinnen is het mixen van talen heel normaal. Er zijn verschillende vormen van mixen, zoals het invoegen van losse woordjes. Denk aan “What are you gonna have for toetje”. Ook komt het regelmatig voor dat er tussen sprekers gemixt wordt. Bijvoorbeeld wanneer ouders hun kind aanspreken in de thuistaal, en het kind reageert in het Nederlands.

Geen bewijs voor One-Parent-One-Language aanpak

Ouders, pedagogisch medewerkers, leerkrachten en jeugdartsen hebben vaak vragen over het mixen van talen binnen meertalige gezinnen. Vaak krijgen ouders het advies om talen te scheiden, en juist níet te mixen, ook al is dat mixen heel normaal. Zo wordt vaak gedacht dat de One-Parent-One-Language aanpak het beste is, waarin de ene ouder consequent de ene taal spreekt en de andere ouder de andere taal. Wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak is er echter niet.

Gevolgen 

In het algemeen is er weinig bekend over de gevolgen van mixen door ouders voor de meertalige ontwikkeling van kinderen. Wereldwijd heeft maar een handjevol studies hiernaar gekeken, en hun resultaten variëren sterk. Het is belangrijk om deze resultaten samen te nemen, omdat we resultaten van een specifieke groep niet altijd kunnen generaliseren naar andere groepen. Binnen het ‘Children and Language Mixing’-project, zijn de resultaten van zeven verschillende studies over de hele wereld samengevoegd in een soort meta-analyse. Daarin is te zien dat over het algemeen, het mixen van talen door ouders geen relatie heeft met de ontwikkeling van kinderen hun thuistaal.

Mixen van talen door ouders geen probleem voor ontwikkeling Nederlandse taal bij hun kinderen

Wat we in onze resultaten zien is dat het mixen van talen door ouders geen invloed heeft op de ontwikkeling van het Nederlands bij hun kinderen

vader voedt kind

Nederlandse context

In het CALM-onderzoek van de Universiteit Utrecht is de relatie tussen het mixen van talen door ouders en taaluitkomsten van kinderen in Nederland onderzocht. Meertalige kinderen tussen de drie en vijf jaar oud droegen een dag lang een kleine recorder, waarmee het mogelijk was te meten hoe vaak en op welke manier de talen thuis werden gemixt. Daarnaast zijn de ouders geïnterviewd en deden de kinderen allerlei taalspelletjes in het Nederlands én in hun thuistaal.

 In de resultaten is te zien dat het mixen van talen door ouders geen invloed heeft op de ontwikkeling van het Nederlands van kinderen. Meertalige kinderen die opgroeien in Nederland horen en gebruiken waarschijnlijk genoeg Nederlands, ook buitenshuis, waardoor het mixen van talen thuis geen impact heeft op de ontwikkeling van het Nederlands. Voor de thuistaal kan dit anders zijn. Deze taal horen en gebruiken de kinderen voornamelijk thuis. 

Vaardigheid in thuistaal neemt wel af

Het onderzoek laat zien dat als ouders de talen meer mixen, hun kinderen nog steeds evenveel woorden in de thuistaal begrijpen, maar minder woorden in de thuistaal kunnen zeggen. Het vermoeden is dat dit komt doordat ouders, wanneer zij talen mixen, het signaal afgeven dat het prima is om thuis Nederlands te spreken. Hierdoor gaan kinderen thuis ook vaak meer Nederlands praten en wordt er minder geoefend met praten in de thuistaal. Hierdoor kan hun vaardigheid in het spreken van de thuistaal langzamerhand minder worden. Het aanbieden van veel input in de thuistaal is dus belangrijk is voor het leren van die taal.