12 april 2017

Maak kennis met twee maatschappelijke partners van Dynamics of Youth

'Wat zullen de komende 20 jaar brengen?'

Hoe kan een jongen van elf die opgroeit in een achterstandswijk baat hebben bij Dynamics of Youth? Welk onderzoek helpt de ouders van een chronisch zieke baby? En welke vorm van wetenschappelijke kennis draagt er aan bij dat een basisschoolleerkracht autistische eigenschappen leert herkennen bij een van haar leerlingen? Om deze en andere essentiële vragen te beantwoorden is het belangrijk dat DoY-onderzoekers nauw betrokken zijn bij wat er daadwerkelijk speelt in onze samenleving.

Netwerk

Om erachter te komen wat al dan niet noodzakelijk is voor de gezondheid, het sociaal welzijn en het onderwijs van kinderen moeten de onderzoekers van Dynamics of Youth in contact staan met de ‘Echte Wereld’. We hebben voor dit doel een aantal waardevolle contacten gelegd, en noemen deze onze ‘maatschappelijke partners’. We stellen hen in een reeks interviews graag voor. Deze keer:

 

  • Annette Roeters, Algemeen Directeur van de Raad voor de Kinderbescherming. Roeters is tevens lid van de maatschappelijke adviesraad van DoY.
  • Martha Grootenhuis is Hoofd van de Psychosociale Kindergeneeskunde Onderzoeksgroep van het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie in Utrecht en is een van onze zogenoemde campuspartners.

Hoe denken Roeters en Grootenhuis bij te dragen aan en te profiteren van hun samenwerking met DoY?

Annette Roeters

Annette Roeters studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde en werkt al tientallen jaren in het onderwijs. Ze is in het bijzonder geïnteresseerd in de taalontwikkeling van kinderen. Sterker nog, als voorzitter van de Raad voor de Kinderbescherming is ze geïnteresseerd in álles wat met kinderen te maken heeft. Maar gevraagd naar haar verwachtingen met betrekking tot de brede terreinen van onderzoek van DoY vindt ze dat ze dit toch enigszins moet inkaderen.

“Ik ben ingegaan op het verzoek om lid te worden van de maatschappelijke adviesraad van Dynamics of Youth omdat ik ten eerste vind dat het onderzoek om een heel belangrijke groep gaat, en ten tweede omdat ik nog niet eerder zo'n omvangrijk onderzoeksplan ben tegengekomen. Ik kan niet wachten om te zien wat DoY in de komende twintig jaar allemaal zal opleveren. Er zijn zoveel spannende verbindingen mogelijk nu zelfs onderzoeksgebieden als diergeneeskunde er bij betrokken zijn!”

Geven en nemen

'Ik hoop kennis te vergaren - bij voorkeur preventieve kennis!'

“Wat ik als maatschappelijk partner kan inbrengen is mijn ervaring — ik deel graag mijn ervaringen in mijn werkgebied. Wij hebben te maken met situaties waarin dingen al ‘mis’ zijn gegaan of op het punt staan te escaleren. Onze inschattingen en onderzoeken zijn onderdeel van het adviesrapport aan de betrokken rechters. We krijgen te maken met echtscheidingen met onbereidwillige partners, ernstige dilemma’s in de opvoeding en kindermishandeling – ook het soort dat van generatie op generatie wordt gecontinueerd.

En wat ik terug hoop te krijgen? Dat is niet mijn belangrijkste motivatie om professioneel betrokken te zijn bij DoY, maar: uiteindelijk hoop ik kennis te vergaren - bij voorkeur preventieve kennis! - door inzichten in de complexe interacties waar elk kind, elk gezin en elke buurt door worden gevormd.”

Ruimte voor onderwijs

Roeters hoopt samen met collega onderwijsexpert Jelle Kaldewaij (eveneens lid van de maatschappelijke adviesraad, en de volgende die in deze reeks aan het woord zal komen) dat onderwijs een belangrijke rol zal spelen in de DoY-onderzoeksprojecten. Scholen en onderwijsinstellingen zijn essentiële partners voor de Raad voor de Kinderbescherming; kinderen brengen een groot deel van hun leven door in de klas en dus zijn leerkrachten en directeuren belangrijke ‘ogen en oren’ waar het het signaleren van mogelijke kindermishandeling of ernstige opvoedingsproblemen betreft.

Leraar van een basisschool met leerlingen.

“Ik zou graag spreken met leerkrachten, ouders en kinderen, die zo waardevol zijn voor de huidige cohortstudies, om van hen te leren in de vorm van praktische kennis. En ik zou graag meegenomen worden in de onderzoeksresultaten wat dit betreft. Zij investeren een enorm praktische energie: voor alle bijeenkomsten die nodig zijn om de cohortonderzoeken in Utrecht mogelijk te maken moeten duizenden kinderen een dag vrij nemen van school, wat een enorm geregel betekent voor scholen en ouders.”

DoY in de etalage

Hoe blijft Roeters zelf graag op de hoogte van nieuwe DoY-ontwikkelingen? “De maatschappelijke adviesraad van DoY kwam in februari van dit jaar voor de eerste keer samen. We hebben toen afgesproken om twee keer per jaar bij elkaar te komen, maar uiteraard horen we in de tussentijd graag wat er allemaal gebeurt. Dynamics of Youth zal vast en zeker de nodige media-aandacht genereren en de maandelijkse nieuwsbrieven houden ons ook op de hoogte. Kortom: laat ons de vorderingen zien!”

Martha Grootenhuis

Martha Grootenhuis gelooft in generieke oplossingen. In interventies die op meer kinderen toegepast kunnen worden dan die waar zij bij betrokken is: kinderen met kanker. Haar onderzoeksgebied omvat medisch-traumatische stress en ‘coping’ (overlevingsmechanismen). Hoe kinderen en ouders omgaan met de chronische ziekte die hen getroffen heeft verschilt enorm. En hoewel Grootenhuis en haar groep zich richten op kinderen met kanker en hun families, is zij ervan overtuigd dat bepaalde interventies ook toepasbaar zijn op andere chronisch zieke kinderen.

Grootenhuis: “De problemen en hindernissen waar kinderen met kanker in hun dagelijks bestaan mee te maken hebben zijn vaak vergelijkbaar met die van kinderen met bijvoorbeeld diabetes.” Voor Grootenhuis is het onderzoeken en bedenken van generieke oplossingen om het leven van kinderen te verbeteren dan ook de belangrijkste reden om betrokken te zijn bij DoY.

Oplossingen voor alle kinderen

“Onze onderzoeksgroep en de DoY-wetenschappers vinden elkaar in het identificeren van welke kinderen in onze samenleving een risico lopen. Hoewel ik me richt op zieke kinderen, is het ons doel om zinnige oplossingen te ontwikkelen voor álle kinderen. We hebben jaren onderzoek gedaan naar hoe chronisch zieke kinderen en hun families omgaan met stress. Ons doel was altijd het zoveel mogelijk voorkomen van stress en van medische en sociale trauma’s. De resultaten en interventies gebaseerd op onze kennis, kunnen ook ingezet worden ten behoeve van gezonde kinderen.”

Eén loket

'Zolang elk ziekenhuis een eigen systeem gebruikt kunnen we niet verder groeien.'

Het klinkt misschien vanzelfsprekend: kennis delen is cruciaal voor het welzijn van kinderen, vooral wanneer hun ziekte en hun dagelijks leven zo nauw verweven zijn. Grootenhuis en haar collega’s bij het Emma Kinderziekenhuis van het AMC (waar ze nog steeds twee dagen per week werkzaam is) en het Prinses Máxima Centrum hebben tien jaar gewerkt aan het KLIK-loket. KLIK is een digitaal communicatiemiddel dat ontwikkeld voor zorgverleners én zoveel mogelijk kinderen en ouders in Nederland.

“Bij het Prinses Máxima Centrum proberen we te komen tot één digitaal loket voor alles: medische informatie, psychologische informatie, onderzoek, interventiemogelijkheden etc. KLIK is bovendien een goed model voor patiëntervaringsmetingen, en het zou ontzettend efficiënt zijn als ook andere ziekenhuizen van een dergelijk loket gebruik zouden maken! Zolang elk ziekenhuis een eigen systeem blijft gebruiken kunnen we niet verder groeien.”

Gamende kinderen

Serious gaming

Een ander aansprekend voorbeeld van de vele interessante onderzoeksgebieden van DoY is ‘serious gaming’ (een spel met een ander primair doel dan puur vermaak). Omdat Grootenhuis gelooft in generieke oplossingen voor alle kinderen, zowel ziek als gezond, ziet zij hierin veel mogelijkheden. “We zijn bezig met een onderzoeksvoorstel voor DoY, om het nut, de functie en de mogelijkheden van spelvormen voor kinderen nader te onderzoeken.”

Samenwerken

Een ander serieus onderwerp is samenwerking: “Het is geweldig dat DoY probeert om allerlei reeds bestaande, waardevolle netwerken met elkaar te verbinden, maar dat is een hoop werk. Ik weet dat iedereen vol goede bedoelingen is, maar samenwerken is gewoon niet eenvoudig. Als onderzoeksgroepen, met elk hun eigen geschiedenis en ambities, dit echt willen moeten zij ook zelf hun best doen om samen te werken. Persoonlijk denk ik dat onderzoeksgroepen zich serieus moeten inzetten voor samenwerkingen en dat de projecten niet al te groot moeten zijn. Hierdoor blijft het haalbaar om financiering te verkrijgen en makkelijker om realistische doelen te behalen.”