"Wat is uw lievelingseten?"

Mee met Meet the Professor

De onderzoekers die deelnemen aan de elfde editie van Meet the Professor staan bijeen voor het Academiegebouw voor de groepsfoto. Achterin wappert Chris Janssen, universitair hoofddocent op het gebied van interactie tussen mens en AI, met een eerder ontvangen vlaggetje. “Misschien brengt deze plek, achterin, wel geluk,” zegt Janssen met een glimlach. Bij de opening van Meet the Professor, in de aula, bleek dat de huidige rector vroeger bij de groepsfoto ook altijd achter in stond. Terwijl Janssen op de fiets stapt om met promovendus Floor Bontje naar basisschool De Piramide te rijden, zegt hij met een knipoog: “Dus wie weet, over een tijdje…”

Groepsfoto
Chris Janssen met vlag. Links van hem: Floor Bontje.

Janssen zag de oproep voor de nieuwe editie van het evenement (waarbij voor het eerst ook niet-hoogleraren in duo’s naar scholen mochten afreizen) en gaf zich samen met Bontje meteen op: “Ik had nog niet eerder meegedaan, maar wilde dat heel graag. In gesprek gaan over onderzoek is altijd leuk en kinderen hebben vaak verrassende inzichten; het gaat immers ook over hun wereld. Dat houdt ons scherp.” Zelf had Janssen, toen hij op de basisschool in Zeeland zat, geen weet van het bestaan van universiteiten. “Laat staan dat ik daar ooit zou werken. Wie weet welk balletje we aan het rollen brengen met ons bezoek.”

Alles weten

Aangekomen bij De Piramide legt Janssen in de klas aan groep 8 uit dat hij wetenschapper is. De leerlingen weten ongeveer wat dat inhoudt. “Jullie begrijpen dus dat ik niet álles weet, toch?” vraagt hij. “Mijn zoontje van 5 verbaast zich er wel eens over dat ik niet op al zijn vragen antwoord heb. ‘Je bent toch wétenschapper?!’ zegt hij dan.” De klas grinnikt. 

In de klas
Floor Bontje en Chris Janssen in de klas

Janskerkhof

Op het digibord toveren Janssen en Bontje hun presentatie tevoorschijn. Ze willen het hebben over menselijk beslisgedrag in stedelijk verkeer, een deel van Bontjes promotieonderzoek. Gehuld in verkeersvestjes vertellen de twee Utrechtse onderzoekers dat Bontje haar onderzoek gedeeltelijk buiten doet, langs het fietspad bij het Utrechtse Janskerkhof. Een jongen steekt zijn vinger op. “Mijn moeder fietst er elke dag, naar haar werk.”
“Druk is het daar hè?” reageert Bontje. De jongen knikt. Bontje vertelt dat de gemeente het daar veiliger wil maken voor voetgangers. “Dus kijk ik of en wanneer mensen stoppen als er een voetganger oversteekt.”

Experiment op schoolplein

Als Janssen vindt dat ze genoeg uitleg hebben gegeven, roept hij door de klas: “En nu: aan de slag!” Samen met de leerlingen stappen de onderzoekers naar buiten om een verkeersexperiment uit te voeren op het schoolplein. In groepjes van twee lopen de kinderen traag of snel in een rechte lijn over het plein, terwijl er verderop iemand (Chris Janssen) oversteekt. De lopende leerlingen moeten vervolgens aangeven wanneer ze zouden stoppen. Als alle kinderen zijn geweest, bespreken ze in de klas de uitkomsten. De conclusie: wie sneller loopt, maakt zijn besluit om te stoppen dichter bij de overstekende voetganger. Janssen: “Zo leren we aan de hand van een experiment hoe jullie omgaan met iemand die oversteekt. Dat helpt bij het voorspellen van gedrag in het verkeer: wanneer stopt iemand?” 

Wie wil er nu, na ons verhaal, onderzoeker worden?

Hoe oud zijn jullie?

Aan het slot van de bijeenkomst verschijnt er een zinnetje van de onderzoekers op het digibord: “Vragen (mag over alles!)” Meteen gaan er meerdere vingers de lucht in. De eerste wil weten hoe oud de ouderzoekers zijn, de volgende vraagt wat hun hobby’s zijn, en een derde vraagt zich af wat hun lievelingseten is.* Janssen en Bontje beantwoorden alle vragen, ook de meer werk gerelateerde, geduldig. De onderzoekers hebben ook nog een vraag voor de klas: wie wilde voor hun komst al onderzoeker worden?
Eén vinger gaat omhoog.
Janssen knikt en vraagt: “En wie wil er nu, na ons verhaal, onderzoeker worden?” Er komt een vinger bij.
“Mooi!” roept Janssen tevreden uit. “Een verdubbeling!”

*
De antwoorden op de drie vragen.
Chris: 41. Floor: 29.
Chris: Zingen. Floor: Sporten.
Chris: Steak. Floor: Sushi. (Iets waar Chris niets mee heeft: “Mijn ouders hadden een viswinkel. Ik hoef geen vis meer.”)